Met een plaats in de finale op rek maakte Epke Zonderland zijn uitverkiezing naar de Spelen waar. En de turner is zeker niet kansloos in de strijd om een medaille.
Epke Zonderland is niet iemand die snel bij de pakken neerzit. Nadat in januari een zenuwontsteking in de rechterschouder werd geconstateerd, weigerde de Friese turner te geloven dat deelname aan de Olympische Spelen gevaar liep. Met de hulp van een Amerikaanse specialist op het gebied van stretchen werden de serieuze problemen in het gewricht verholpen.
Ook na zijn volledig mislukte podiumtraining van afgelopen woensdag in het National Indoor Stadium in Peking liet Zonderland (22) zich niet uit het veld slaan. Een verkoudheid had de krachten uit zijn gespierde lichaam gezogen, maar de altijd vrolijk ogende en positief ingestelde turner behield zijn optimisme. Vertrouw maar op mij, hield hij zijn gehoor voor.
Hij kreeg het gelijk aan zijn zijde. Zaterdag kwalificeerde hij zich vrij eenvoudig voor de toestelfinale op zijn favoriete onderdeel rek. Als derde turner in de eerste subdivisie kreeg hij 15.750 punten, een totaal dat door slechts drie turners werd overtroffen. In de finale over acht dagen komt Zonderland als tweede in actie, meteen achter de Duitse wereldkampioen Hambüchen.
Na zijn oefening van zaterdagmorgen moest Zonderland de hele dag wachten voordat hij zeker was dat hij tot de acht finalisten behoorde. Echt spannend werd het eigenlijk niet, veel van de concurrenten kwamen niet aan het totaal van Zonderland. Alleen Hambüchen (16.200), de Italiaan Cassina (16.000) en de Fransman Cucherat (15.850) haalden een hogere score.
Zonderland haalde zijn winst uit de hoge moeilijkheidsgraad van zijn oefening. De uitgangswaarde van 7.1 was de hoogste van alle turners. „Ik heb een paar steekjes laten vallen, maar door de hoge uitgangswaarde viel de schade mee.”
De komende dagen beslist Zonderland in overleg met zijn coach Gerard Speerstra of hij tijdens de finale de uitgangswaarde van de oefening verhoogt tot 7.4.
Met de opwaardering van de oefening verhoogt Zonderland de kans op succes, maar met een extra vluchtelement neemt hij wel meer risico. De twee Friezen moeten een afweging maken tussen zekerheid en een een soort alles-of-niets-poging. „Als Epke zich vertrouwd voelt met de oefening van 7.4 zullen we daar vrijwel zeker voor gaan”, zei Speerstra. In de finale weet Zonderland snel waar hij aan toe is. Hij start als tweede turner achter favoriet Hambüchen.
„Ik heb vandaag nieuwe perspectieven gezien”, erkende Zonderland nadat hij na een lange dag wachten zekerheid had over zijn finaleplaats. „In de finale kunnen volgens mij alleen Hambüchen en de Chinees Kai Zou hun uitgangswaarde verhogen. En dat gaat de doorslag geven. Je kunt wel een superstrakke oefening turnen, zoals de Amerikaan Horton, maar met een uitgangswaarde van 6.5 of 6.8 wordt het een moeilijke zaak.”
De opluchting was groot bij Zonderland, die zich vorig jaar op de WK in Stuttgart voor de Spelen kwalificeerde. Zijn succes in de Zuidduitse stad werd destijds overschaduwd door de commotie rond Yuri van Gelder, de in Peking afwezige ringenturner.
De nuchtere Zonderland trok zich niet veel aan van die heisa en met het bereiken van de finale maakte hij zijn olympische uitverkiezing in ieder geval waar. En er zit nog meer in voor de eerste Nederlandse olympische turner sinds 1928.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.