*

 

Bang voor de wasbeer? Wen er maar aan

Jaap Mulder − 16/07/08, 00:00

Wasberen zijn niet eng of gevaarlijk, zoals Stichting AAP wil doen geloven. Nieuwe exoten zijn geen probleem.

Er is commotie rond de wasbeer, dankzij alarmerende berichten van Stichting AAP. Laat het duidelijk zijn, niemand zit te wachten op de komst van de volgende ’exoot’ in de natuur, maar we moeten wel oog hebben voor de realiteit. Daarom is het doen van onderzoek naar mogelijke gevaren van zulke dieren beter dan roepen dat ze een groot probleem vormen.

De komst van de wasbeer is onvermijdelijk. In Duitsland begon de bestrijding van wasberen al in 1954, maar dat heeft hun uitbreiding niet kunnen stoppen. We hoeven dus geen heil te zoeken in het geweer. We moeten aan wasberen wennen, net zoals we aan veel andere exoten gewend zijn geraakt. Het beste wat we kunnen doen om nieuwe exoten te voorkomen, is het aanpakken van de bron: vang exoten weg bij een ontsnapping en beperk de handel en het houden van potentieel schadelijke exotische huisdieren.

De wasbeer komt van oorsprong voor in Noord- en Midden-Amerika. In Europa werd hij in 1934 voor het eerst uitgezet in de Duitse deelstaat Hessen, ’ter verrijking van de fauna’. Hij sloeg aan, en nu, 70 jaar later, komt de wasbeer in een groot deel van Duitsland voor. De wasbeer staat intussen ook aan onze grens, al gaat het bij de meeste waarnemingen in ons land nog om losgelaten of ontsnapte huisdieren.

De kwalijkste aantijging in het nieuws was het gevaar voor kinderen. Wasberen hebben vaak een spoelworm bij zich, die via hun uitwerpselen (zandbakken) ook in de mens terecht kan komen, wat in ernstige gevallen tot de dood kan leiden. Dat komt wel voor, maar het risico is uitermate gering. In de Verenigde Staten, waar wasberen in veel steden gewoon zijn, waren tot 2003 minder dan 25 gevallen bekend; daarvan stierven 5 patiƫnten. Op een bevolking van 300 miljoen! De jackpot win je tien keer zo gemakkelijk.

Uit Duits onderzoek weten we al heel wat over hoe wasberen hier in Europa leven en over hun invloed in de natuur. Bijna alle in het nieuws genoemde problemen blijken eenvoudig te weerleggen. Zo zijn effecten op weidevogels niet te verwachten: de dekking-minnende wasbeer wordt al onrustig als hij 50 meter van een boom vandaan is. ’Het zijn rovers, die alles uitroeien’. In de praktijk blijkt dat ze hun eigen niche hebben gevonden en ook geen inheemse roofdieren verdringen. Een belangrijk deel van hun voedsel halen ze uit het water, waarvan ze de bodem aftasten. Een zoogdier met zo’n foerageermethode was er nog niet in Europa. Uiteraard eten ze ook eieren van op de grond en in bomen broedende vogels, maar dat brengt geen achteruitgang van vogelpopulaties met zich mee.

’Ze hebben geen natuurlijke vijanden, het wordt een plaag’. Dieren als vossen, dassen, otters en wasberen staan zelf aan de top van de voedselpiramide. Hun aantal wordt niet door grotere roofdieren als wolf en lynx in toom gehouden, maar door het voedselaanbod en door hun eigen gedrag: de natuurlijke vijand van de vos is de andere vos, bij wijze van spreken. In Duitsland is de wasbeer geen plaag geworden. In de natuur bereikt hij dichtheden van maximaal tien dieren per 100 ha, vergelijkbaar met die van de vos. Daarnaast hebben wasberen zich in sommige steden gevestigd, waar mensen last van hun activiteiten kunnen hebben. Net als de vos bereikt de wasbeer zijn hoogste dichtheden juist in steden en dorpen met hun overdadige voedselaanbod: composthopen, fruitbomen en ander door mensen al of niet expres verstrekt voer. Om de overlast te verminderen zijn preventieve maatregelen op zijn plaats: maak voedsel en verblijfplaatsen ontoegankelijk.

mailIcon print |