In de Pakistaanse politiek voeren vrouwen al jaren een moeizaam gevecht tegen het traditionalisme. De komende verkiezingen bieden mogelijk een nieuwe kans.
Wie de Pakistaanse Sassui Palijo vraagt naar de rol van vrouwen in de politiek in haar land, krijgt een spraakwaterval. Vijf jaar geleden kwam ze als 24-jarige in het parlement van de provincie Sindh. Dat was veelal knokken tegen de ondergeschikte rol die veel Pakistaanse mannen vrouwen willen toebedelen. Maar er is hoop.
„Ik ben teleurgesteld dat we niets konden doen. Als we de ruimte hadden gehad, hadden we zoveel voor elkaar kunnen krijgen”, zegt Palijo in haar huiskamer in Karachi. „Onze resoluties werden weggegooid. Als we iets zeiden over eerwraak in de raad dan werden we ’s avonds bedreigd.” Maar, voegt ze er zuchtend aan toe, het was de eerste keer dat er zoveel vrouwen in het parlement zaten. Op 18 februari zijn er parlementsverkiezingen en Palijo hoopt een nieuwe termijn tegemoet te gaan.
De jonge vrouw, die een knalroze shalwar kameez (traditioneel gewaad), nagellak en lippenstift draagt, was een van de 38.000 vrouwelijke nieuwkomers in de Pakistaanse politiek. Zíj werd gekozen, maar veel anderen kwamen in de politiek terecht via een ambitieus plan met gereserveerde zetels voor vrouwen. In 2002 werd 33 procent van alle zetels in lokale raden en 17 procent in provinciale en nationale raden gereserveerd voor vrouwen, zegt Shahida Jamil, de Pakistaanse minister voor ontwikkeling van vrouwen, sociale voorzieningen en speciaal onderwijs.
Faqir Hussain, directeur van vrouwenorganisatie Aurat Foundation in Islamabad die programma’s uitvoert om vrouwen politiek vaardig te maken, vertelt dat vrouwen in sommige raden zich eerst niet eens mochten introduceren als lid. „Nu geven vrouwelijke leden dapper hun gezichtspunten.”
Eerst kwamen alleen vrouwen uit de elite naar voren, zegt Jamil. „Later kwamen ook andere vrouwen naar voren met de moed en financiĆ«le steun om campagne te voeren.”
Volgens Jamil kunnen vrouwen door de gereserveerde zetels meer doen aan de problemen die vrouwen hebben. In het door mannen gedomineerde Pakistan worden vrouwen doorgaans gezien als de belichaming van eer en mannen als de bezitters ervan. Dat leidt tot de gedachte dat mannen de bezitters zijn van vrouwen. Volgens Jamil is er wel verandering op til: „Er is een debat op gang gekomen.”
Vrouwen en mannen moesten wennen aan toename van vrouwen in de politiek, zegt Nosheen Saeed. Zij is vice-president van de centrale vrouwenafdeling van de partij PMLQ, het politieke vehikel van president Musharraf. De denigrerende opmerkingen van mannen legt ze naast zich neer. „We nemen het niet serieus. Als we dat wel zouden doen, waar zou ons dat toe leiden?”
Toch zijn er genoeg mannen die de gereserveerde zetels maar niets vinden, zoals het provinciehoofd van Sindh, Arbab Ghulam Rahim. „De selectie was niet zo best. De vrouwen waren niet serieus. Zij kwamen op voor hun eigen problemen en niet voor de problemen van vrouwen”, zegt de man met zijn grijze baard in het provinciekantoor in Karachi.
Gevraagd of de toename van vrouwen de gang van zaken in het provinciale parlement heeft veranderd, zegt Rahim dat er een aantal charmante vrouwen bij zijn gekomen. „Knappe gezichten”, grinnikt hij na.
Faqir Hussain schaamt zich voor dergelijk gedrag van de mannen in zijn land, maar houdt het erop dat de gereserveerde zetels tenminste een begin zijn. Echte verandering kan er pas komen met industrialisatie, waardoor mensen minder afhankelijk zijn van uitgebreide families en stammen waarin patriarchale denkbeelden prevaleren. „En ik weet niet hoe lang dat nog gaat duren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.