Jan Sipkema was voor de buitenwacht een afstandelijk man, wiens camelkleurige winterjas meer bekendheid genoot dan zijn uitspraken. Maar zijn naam zal altijd verbonden blijven met de tocht die volgens velen niet meer kon, en volgens hem wel.
Jan Sipkema was een zondagskind. Amper een maand had hij de voorzittershamer van de vereniging ’de Friesche Elf Steden’ in handen of er diende zich al een tocht aan. Tweeëntwintig jaar hadden schaatsliefhebbers in Friesland en de rest van Nederland elke winter tevergeefs uitgekeken naar de magische marathon langs elf Friese steden. De voornaamste taak van Sipkema’s voorganger, bankdirecteur Jan Kuperus, was vergaderen en het draaiboek bijwerken.
Toegegeven, Kuperus was in 1979 een keer teruggeroepen van een reis door het Verre Oosten, omdat het KNMI op 3 januari voor de komende dagen strenge vorst van 12 tot 19 graden voorspelde. Maar de ijlings bijeengeroepen bestuursvergadering kon niet veel meer doen dan de finish te verplaatsen van de Prinsentuin naar de Bonkevaart. Maar op 8 januari viel de dooi in. De weerberichten bleken loos alarm, zoals ze de jaren daarna ook op een teleurstelling uitliepen.
Maar in de derde week van 1985 lijkt het toch raak te zijn en kondigt de kersverse voorzitter op 16 januari aan dat de Elfstedentocht over een week zal worden gereden. Alleen een weersomslag kan nog roet in het eten gooien En dat gebeurt ook: zondag 20 januari blaast Sipkema de plannen af, tot woede van veel schaatsers en andere ’deskundigen’. Maar het gezonde verstand heeft gezegevierd, want een dag later regent het warm water. „Voorzitter Sipkema heeft zijn ijsdoop met glans doorstaan”, schrijft hoofdredacteur Jacob Noordmans in de Leeuwarder Courant, terwijl zijn redacteuren nog nahikken over de ’gemiste kans’.
Zo niet Jan Sipkema. Hij zegt een paar weken later zijn wintersportvakantie af, als het Friese weerorakel Hans de Jong op langere termijn strenge vorst voorspelt. En terwijl in de media al weer gespeculeerd wordt over dooi, staat het bestuur op scherp en komt Sipkema met de verlossende woorden: ’It sil heve’ –overigens een van de weinige Friese teksten die van deze voorzitter in het openbaar zijn blijven hangen. Donderdag 21 februari 1985 wordt eindelijk dan toch de dag waarop de dertiende Elfstedentocht kan worden gereden. En het wordt een feest om nooit meer te vergeten. Zelfs de zitting van de Tweede Kamer wordt geschorst om iedereen in politiek Den Haag de gelegenheid te geven de aankomst op televisie te volgen en Sipkema in zijn glansrol te zien functioneren. „Julius Caesar Sipkema trekt over zijn Rubicon, de Zwette” is nu de tekst van Noordmans. Ir. Jan Sipkema is die dag een beroemde Nederlander geworden. Maandagavond overleed hij, 76 jaar oud, na een langdurige ziekte.
Eén jaar na zijn glansrol, op 26 februari, mag Sipkema opnieuw een krans om de nek van Evert van Benthem hangen, omdat hij de nieuwe Elfstedentocht weer als snelste beëindigt. En het scheelt maar een haar en een paar halve graden op de thermometer of in 1987 kan Sipkema voor het derde achtereenvolgende jaar een tocht aankondigen.
Was Jan Sipkema een mazzelkont? Vergeleken met die arme Jan Kuperus zeker. Sipkema viel in een gespreid bedje, toen hij in 1983 in het bestuur gevraagd werd om een jaar later de functie van Kuperus over te nemen. Jeen van den Berg (winnaar in 1954) had eerst wat medelijden met hem. Sipkema leek voorzitter te worden van een ’loze’ vereniging, zoals de legendarische schaatser het uitdrukte. Neem alleen de jaarvergaderingen van de vereniging, zei de rijder uit Heerenveen. „Elk jaar weer minder leden, die alleen maar uit nostalgie lid blijven. Steeds meer kale koppen en grijs haar, kunstgebitten en mensen die een stok nodig hebben om vooruit te komen.”
Sipkema had een ideale baan, toen hij voor de Elfstedenvereniging werd benaderd. Als hoofdingenieur-directeur van Provinciale Waterstaat in Friesland kon hij zich bijna dagelijks voorbereiden op de Grote Dag die eenmaal zou komen. Maar meer nog profiteerde Sipkema van het werk dat onder zijn voorganger was verricht. Die had de draaiboeken zo geperfectioneerd en de organisatie zo verbeterd, dat er nauwelijks iets mis zou kunnen gaan met een Elfstedentocht –ijs en weder dienende.
„Jan Sipkema blonk niet uit als een groot organisator”, zegt Henk Kroes, die aanvankelijk als baancommissaris en ijsmeester met hem samenwerkte en in 1994 zijn opvolger werd. „De organisatorische zaken stonden duidelijk op papier en het bestuur zat goed in elkaar. Dat was vooral te danken aan Kuperus. Dat is een geluk voor een voorzitter. Bij de tocht van 1997 had ik het ook veel gemakkelijker dan toen ik als ijsmeester in het bestuur zat.”
Aanvankelijk zag Kroes het niet zo zitten in Sipkema als voorzitter. „Ik had niets op de persoon tegen, maar ik vond hem niet capabel”, vertelde Kroes in zijn biografie ’De stayer’ (2007). Hij heeft dat idee later moeten bijstellen. „Dat de tocht van 1985 is doorgegaan, hebben we met name aan hem te danken. Jan was een gedreven schaatser. Hij had meegedaan aan de wedstrijd van 1963, die tocht ook uitgereden. Maar hij kwam anderhalf uur na de winnaar Reinier Paping binnen, te laat om een kruisje te krijgen en genoemd te worden in de uitslag. Hij had ook 22 jaar gewacht en wist wat al die schaatsers voelden. Hij wilde verschrikkelijk graag dat de tocht in 1985 doorging. Zijn hele optreden bij die tocht heeft bij mij groot respect afgedwongen. Hij heeft doorgezet, en het kon”, aldus Kroes.
Als voorzitter schaatste Sipkema ook geregeld delen van de route en reed hij zowel in 1985 als 1986 als voorbereiding de Elfmerentocht in het zuiden van de provincie, die voor een groot deel over hetzelfde ijs voert. Die ervaringen speelden een belangrijke rol in de afweging of de Tocht der Tochten kon doorgaan. Volgens Kroes was Sipkema een uitstekend schaatser, beter dan hijzelf. We vinden de oud-voorzitter ook terug in uitslagenlijsten van de KNSB. Zo finishte Sipkema in 1955 als zevende op de marathon (100 km) in het open kampioenschap van het gewest Zuid-Holland, achter kanjers als Anton Verhoeven en Kees Broekman.
Over het ijs maakten Sipkema en Kroes zich op een gegeven moment geen zorgen meer, wel over de mensenmenigte op de wal. Er was al gewaarschuwd dat de tocht geen feest zou worden maar een fiasco, als het publiek zich op het ijs zou wagen. Toen liet Sipkema zich als een ware Julius Caesar zien. Via de media deed hij een dringende oproep om vooral niet op het ijs te komen. „Op de walkant sta je veel hoger en kun je de rijders beter volgen” , zei hij. „Als iedereen massaal het ijs op komt, staat het vast dat duizenden deelnemers de finish in Leeuwarden nooit zullen halen.” Deze oproep van de man, wiens persconferenties die van de minister-president op slag naar de achtergrond verdrongen, vond uiteindelijk weerklank.
Kroes kon goed samenwerken met Sipkema binnen de Elfstedenvereniging. Als ze elkaar opbelden en vonden dat het bestuur bij elkaar moest komen, dan gebeurde dat ook –desnoods op zondagmiddag. Dat, zegt Kroes, is het voordeel van een vrijwilligersorganisatie. Maar veel persoonlijk contact tussen de beide ingenieurs was er niet. Sipkema was voor de buitenwacht een afstandelijk man, wiens camelkleurige winterjas meer bekendheid genoot dan zijn uitspraken. Hij was bescheiden, bepaald niet uitbundig en moeilijk tot een kruidige uitspraak te verleiden. NOS-eindredacteur Heinze Bakker prees hem dat hij zich nooit opdrong, ook niet als er camera’s in de buurt waren. Wij van de media bleven hem aanspreken als ’meneer Sipkema’, een enkele verslaggever van de NOS-televisie daargelaten. In een vriendenboek bij het afscheid van Sipkema als voorzitter, in 1994, slaakte tekenaar Dick Bruynestein de verzuchting dat hij het vertrek goed nieuws vond: ’Die man was niet te tekenen.’ Maar zijn gezicht vergezelde alle filmbeelden over die wonderlijke provincie van Nederland met die heroïsche sportlieden en dat vrolijk uitgedoste publiek op bruggetjes en langs oranje tapijten. Sipkema heeft veel goodwill voor Friesland gekweekt, dichtte oud-burgemeester Siebold Hartkamp van Franeker en Sneek hem toe. En zijn naam zal altijd verbonden blijven met de tocht die volgens velen niet meer kon, maar die –22 jaar na de vorige– Friesland op de wereldkaart zette. Maar hij zou de laatste zijn om daarmee te koop te lopen.
Al voordat Sipkema in 1994 aftrad als voorzitter, bleken de gevolgen van de ziekte van Parkinson bij hem merkbaar. Het leiden van de vereniging werd steeds moeilijker. Uiteindelijk nam hij zelf de beslissing om zijn functie neer te leggen. Henk Kroes volgde hem op. Tot een half jaar geleden bleef Sipkema wonen in Sneek; daarna verhuisde hij naar zijn dochter elders in het land, waar hij maandagavond is overleden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.