*

 

Maak de premier Amerikaanser

Marnix van Rij − 09/02/08, 00:00

De Nederlandse politiek inspireert niet, terwijl die in Amerika levendiger is dan ooit. Wat we daarvan kunnen leren? Kies de minister-president!

Vanaf 1994 liggen de traditionele, op het centrum georiënteerde politieke partijen (CDA, PvdA en VVD) onder vuur, soms gelijktijdig, soms beurtelings. Zij hebben te maken met afkalvende ledenbestanden, verlies aan aantrekkingskracht en weinig inspirerend leiderschap. Op zijn best houden zij het voortgaande verlies een tijdje tegen, zoals de PvdA en de VVD in de periode 1994-2001 en het CDA vanaf 2002 tot heden. Maar per saldo is er sprake van verval van de traditionele centrumpartijen. De middelpuntvliedende krachten overheersen.

Betekent dat het einde van de representatieve parlementaire democratie? Aan de ene kant voltrekt het proces van vernieuwing en verandering zich binnen het stelsel, zodat grote hervormingen niet nodig lijken. In die zin vernieuwt de democratie zich van binnenuit. Nieuwe succesvolle partijen kunnen nog steeds worden opgericht en maken soms een gestage (ChristenUnie) of soms een stormachtige groei (SP) door. Dat zijn politieke partijen op de oude leest geschoeid. De politieke partij als voertuig van de democratie. Zij genereren ideeën, maar kanaliseren ook onvrede. Zij brengen verkiezingsprogramma’s uit. Politiek wordt bedreven vanuit een samenhangende mens- en maatschappijvisie. Politieke partijen zijn vooral ook kweekvijvers en opleidingsinstituten voor de toekomstige leden van de vertegenwoordigende lichamen. De ’nieuwe’ partijen hebben ook herkenbare leiders, zoals Jan Marijnissen en André Rouvoet.

Aan de andere kant is er sprake van een aanhoudende ’buitenparlementaire revolte’ onder de kiezers. Dat heeft geleid tot nieuwe bewegingen onder leiding van charismatische en soms populistische politieke leiders, zoals Pim Fortuyn, Geert Wilders en Rita Verdonk. Meestal zonder een samenhangende visie en beginselloos wordt er een gooi naar de macht gedaan. Behoudens een enkel aansprekend thema lijkt de inhoud van de politieke boodschap minder belangrijk. De persoon van de leider staat voorop. Dat maakt deze bewegingen ook uiterst kwetsbaar voor de waan van de dag, zoals wij bij de LPF na de tragische dood van Pim Fortuyn hebben gezien.

Wat nu te doen? Niets, zoals het kabinet voorstelt of een revolte ontketenen? Zelf denk ik aan een middenweg van geleidelijke verandering binnen de constitutionele grenzen.

Onze parlementaire geschiedenis laat immers zien dat, wanneer je de tekenen van de tijd goed verstaat, er noodzakelijke constitutionele veranderingen mogelijk zijn. Het is overigens frappant dat het vaak niet-confessionele leiders (Thorbecke, Cort van der Linden en Drees) zijn geweest die een leidende rol hebben vervuld bij die veranderingen (1848, 1917 en 1948).

In die zin kunnen wij ook van de Amerikanen leren zonder overigens hun stelsel onmiddellijk heilig te verklaren. In de eerste plaats gaat het anno 2008 nog steeds om de overtuigingen en de ideeën van de politicus. Vorig jaar zomer kocht ik in de Verenigde Staten twee inspirerende boeken: ’The Audacity of Hope’, geschreven door Barack Obama en ’Hard Call’, geschreven door John McCain. Beiden zijn zeer inspirerende werken.

In de Nederlandse politieke cultuur is het vrij ongebruikelijk dat kandidaten een boek schrijven waarin zij uitgebreid een visie geven op de politieke toekomst van ons land. Ons politieke systeem en in het verlengde daarvan de cultuur nodigen niet uit tot diep nadenken, schrijven en daarna scherp debatteren. Wij kennen die traditie niet.

Door de voorverkiezingen in de Verenigde Staten word je gedwongen een sterk persoonlijke campagne te voeren. Dat betekent zaaltjes toespreken, maar ook dagelijks op internet de strijd voeren. Lichte kandidaten zonder een echt doordachte visie vallen stilaan door de mand in deze lange slijtageslag. Terecht, want het gaat ook om iets wezenlijks: wie wordt de nieuwe president van het land. Waarom kan dat niet in Nederland?

De critici zullen direct de erbarmelijke ervaringen rondom de lijsttrekkersverkiezingen in de VVD en D66 tegenwerpen. Een bittere tweestrijd tussen personen met alle verdeeldheid van dien. Dat was vooral het gevolg van de onervarenheid bij die politieke partijen en de media. Maar het ontbrak ook aan echte verschillen in visie. En voor zover zij er waren werden die kunstmatig gemaskeerd of kwamen niet uit de verf. Maar de belangrijkste reden waarom deze experimenten niet aansloegen ligt in het feit dat in Nederland de minister-president niet rechtstreeks wordt gekozen. Met andere woorden: de kiezers worden buitenspel gezet bij de keuze van het belangrijkste politieke ambt in Nederland. Zulks in weerwil van de campagnes van de laatste dertig jaar waarin zeker op het eind voortdurend de suggestie wordt gewekt dat de kiezers de minister-president kiezen.

De tijd is nu rijp voor een fundamentele discussie over ons politieke en staatkundige bestel en meer in het bijzonder over de rol en de positie van de minister-president. De volgende onderwerpen zouden in ieder geval aan de orde moeten komen: een uitbreiding van de bevoegdheden van de minister-president mede in het licht van zijn rol in de Europese Unie, de benoeming en het ontslag van bewindslieden en veranderingen in het kiesstelsel. Net als thans dient een kabinet te steunen op een stabiele meerderheid in het parlement. In die zin worden de toegenomen bevoegdheden van de gekozen minister-president parlementair wel door ’check and balances’ in evenwicht gehouden. Een met meer bevoegdheden omklede premier zal staatsrechtelijk tot een andere verhouding leiden met het staatshoofd. Zo zal de rol van het staatshoofd tijdens de kabinetsformatie anders, meer ceremonieel, zijn. Duidelijkheid hierover vooraf is ook van belang met het oog op een te verwachten troonsopvolging.

Indien de minister-president rechtstreeks wordt gekozen, zullen de verkiezingen van de lijsttrekker bij de grote politieke partijen ook boeiend worden. Het zou de redding van het instituut politieke partij in de representatieve parlementaire democratie kunnen zijn.

Het kabinet kan niet volstaan met een langdurig stilzwijgen wat betreft de politieke en staatkundige hervormingen. Leiderschap is geboden, want anders dreigt het tij te verlopen en zal de traditionele politiek definitief speelbal worden van onbeheersbare electorale krachten.

mailIcon print |