*

 

Eens te meer klemt de vraag wie we nog een terrorist mogen noemen

Door: redactie − 25/01/08, 00:00

Ook voor het gerechtshof van Den Haag staat vast dat er binnen de Hofstadgroep extreem radicale opvattingen circuleerden, als onderdeel van complete digitale bibliotheken, die verdeeld over ruim 675.000 bestanden op de kop af 963,5 gigabytes in beslag namen. Daaronder bevonden zich ook de angstaanjagende geschriften van hun officieuze leider Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Het hof was ook niet mals in zijn oordeel over Jason W., die een granaat wierp naar vijf agenten.

Het zal daarom voor menigeen even slikken zijn geweest dat het hof desondanks de opvatting verwierp dat de Hofstadgroep aangemerkt dient te worden als een terroristische organisatie, zoals de rechtbank eerder wel had gedaan. Waar je mee omgaat word je mee besmet, luidt het gezegde. Volgens die, al te gemakkelijke, redenering ligt het voor de hand alle leden van de groep over dezelfde kam te scheren als Mohammed B. en Jason W. De werkelijkheid is echter gecompliceerder: die leert ons dat het lastig is om precies aan te geven waar het denken overgaat in doen en wanneer iemand zich schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Op zichzelf is het daarom niet zo verbazingwekkend dat het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de rechtbank. Doorslaggevend voor de rechtbank was dat de leden van de groep een gewelddadige geloofsovertuiging aanhingen en dat gedachtengoed ook actief verspreidden. Daarmee hadden zij zich schuldig gemaakt aan opruiing en het aanzetten tot geweld met een terroristisch oogmerk. Het hof verwierp deze constructie: de teksten circuleerden voornamelijk binnen de groep. Van opruiing of aanzetten tot geweld is daarom geen sprake. Bovendien zag het hof in de groep geen organisatie, maar een los-vast netwerk met huisbijeenkomsten ’voor de gezelligheid’ en om ’over het geloof te praten’.

De verrassendste conclusie van het hof is dat radicaal-fundamentalistische opvattingen (ook die van Mohammed B.) niet per definitie tot geweld hoeven te leiden en al helemaal niet als daar in min of meer besloten kring op los-vaste basis over gesproken wordt. Daarmee onderstreept het hof dat in dit land gedachten vrij horen te zijn en schept het een maximum aan ruimte voor de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Dat is de positieve kant van dit arrest. De keerzijde is evenwel dat eens te meer de vraag klemt wie we nog een terrorist mogen noemen en hoe we ons daartegen het beste kunnen wapenen. Vooralsnog is het een illusie te denken dat dit gat met strafwetgeving kan worden gedicht.

mailIcon print |