londen – Voor- en tegenstanders van de walvisjacht zitten vandaag in Londen aan de onderhandelingstafel. Australië wil de uitzondering voor ’wetenschappelijke’ walvisvangsten herzien, waar vooral Japan gebruik van maakt.
De Internationale Walviscommissie (IWC) kwam gisteren bijeen in Londen, in een poging voor- en tegenstanders van de walvisvaart dichter bij elkaar te brengen. Tijdens een driedaagse informele bijeenkomst wil de voorzitter van de commissie, de Amerikaanse William Hogarth, voornamelijk de gemoederen sussen tussen Japan en Australië.
Japan is nog steeds woedend over een aanval van Sea Shepherd, een organisatie die de walvisjacht bestrijdt, op Japans walvisvaarders. De actievoerders gooiden afgelopen maandag flessen boterzuur op het dek van Japans grootste walvisschip, de Nisshin Maru. Volgens Japan raakten hierbij drie bemanningsleden gewond.
De actievoerders zelf claimden dat het boterzuur ongevaarlijk was. „Japan klampt zich wanhopig vast aan zijn laatste strohalm: het verspreiden van propaganda”, zegt Laurens de Groot, een Nederlandse actievoerder van Sea Shepherd.
Actievoerders demonstreerden ook tijdens de opening van het overleg. Een activist klom langs het gebouw van de Japanse ambassade in Londen omhoog en ketende zich daar vast aan het balkon.
Per jaar worden ongeveer duizend walvissen gedood door Japan. Dit is mogelijk door een leemte in een wereldwijd moratorium uit 1986, waarin de walvisjacht voor wetenschappelijk onderzoek is toegestaan. Japan claimt walvissen voor onderzoeksdoeleinden te vangen, ook al wordt het vlees van de walvis uiteindelijk gebruikt voor consumptie.
Australië wil concrete voorstellen bespreken tijdens het overleg, zoals het kritisch bestuderen van het moratorium. Ook wil het land dat de IWC meer doet om de walvis tegen gevaren te beschermen, zoals klimaatveranderingen, vervuiling en visserij-activiteiten. Japan heeft gezegd het incident met Sea Shepherd opnieuw te willen aankaarten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.