*

 

Hoe het beste te reageren op de oorlogsverklaring van Geert Wilders?

Willem Breedveld − 01/03/08, 00:00

Ongeveer 1400 jaar geleden is ons de oorlog verklaard door een ideologie van haat en geweld die toen ontstond en werd verkondigd door een barbaar die zichzelf profeet Mohammed noemde – ik heb het over de islam. Met deze, retorisch gezien, ijzersterke openingszin joeg Geert Wilders tijdens de algemene beschouwingen, in september, nagenoeg het hele parlement tegen zich in het harnas. Hij werd overladen met hoon en afkeuring. Jammer, want dat was precies zijn bedoeling. Die oogst bevestigde hem in de ogen van zijn aanhang als de onverschrokken held, het leidde de aandacht af van de zwakkere elementen in zijn betoog. En sindsdien staat de politiek machteloos tegenover de ontketende Wilders.

Bestaat er een strategie om Wilders te stoppen? Om hem af te houden van het doen van telkens krassere uitspraken en het uitbrengen van een film die ons land vermoedelijk onnoemelijk veel schade zal toebrengen? Het is niet eenvoudig. Ik vermoed dat de sleutel gezocht moet worden in het woordje ’oorlog’ en het feit dat hij (vooralsnog als eenling) de oorlog terug heeft verklaard. Dat laatste deed Wilders in feite al toen hij nog als regulier VVD-Kamerlid samen het Hirsi Ali een ’liberale djihad’ afkondigde, als antwoord op de islamitische djihad. Hoezeer het hem ernst was bleek in de daarop volgende jaren. Dat ging van hoofddoekjes die hij ’rauw lustte’ tot de aankondiging dat de Koran verboden moet worden, als een boek dat op één lijn staat met Hitlers ’Mein Kampf’.

Gewone Nederlanders zijn geneigd deze aankondiging als een vrije meningsuiting te beschouwen. Dat is het ook, maar het is tevens een casus belli. Wie immers is bereid om zich neer te leggen bij de inval van de politie die je huis binnendringt om één van je boeken te verbranden? Laat staan dat circa een miljoen moslims zich er bij neer zouden moeten leggen dat hun heiligste bezit, de Koran, naar de brandstapel wordt verwezen. Het betekent gewoon het ontketenen van een burgeroorlog.

Ongetwijfeld zegt Wilders dat dit dan maar moet, om erger te voorkomen. Gewone politici doen er echter wel zo verstandig aan om te zeggen dat niemand zit te wachten op een burgeroorlog, inclusief de aanhang van Wilders. Gek genoeg heb ik dat nog niemand horen betogen. In plaats daarvan worden we overladen met bezweringsformules dat de toonhoogte van het debat omlaag moet (Balkenende), ’wat minder testostoron’ wenselijk is (Halsema) tot een oproep de film niet te vertonen (Verhagen). Laffe praat, aldus Wilders en hij heeft gelijk, het is een ontwijking van het debat. Jan Marijnissen lijkt dichter in de buurt te komen. Hij ondernam dezer dagen een poging om Wilders te ontmaskeren. Evenmin met succes overigens. En zo blijf ik met de vraag zitten: Hoe het beste te reageren op de oorlogsverklaring van Wilders?

mailIcon print |