De VVD-er Henk kamp suggereert in zijn islam-nota dat de ’ware islam’ democratie uitsluit. Zijn gematigde moslims volgens de VVD soms geen echte moslims?
In de politieke retoriek worden vaak termen zoals ’ware’ of ’pure Islam’ gebruikt. Woensdag presenteerde VVD-Kamerlid Henk Kamp een islamnota. Daarin zegt hij bijvoorbeeld dat ’de roep om terug te keren naar de ware islam niet te verenigen is met democratie en mensenrechten’. De ’ware islam’ is volgens hem het ideaal van extreme groepen zoals de salafisten. Henk Kamp zegt dat de salafisten zeer actief zijn in Nederland. Volgens zijn nota is het een beweging die ’terugkeer naar de ware islam voorstaat’.
De gedachte hierachter is dat gematigde moslims louter bestaan bij gratie van hun lakse houding naar de regels van de islam. De echte islam zou in de kern intolerant zijn en als bewijs hiervoor wordt gewezen op moslimlanden, waar de islam, zogenaamd in afwezigheid van een verlichte samenleving, zijn gang kan gaan.
Dit argument is kwetsend en arrogant omdat het gematigde moslims in hun recht op zelfidentificatie aantast. Impliciet wordt gesteld dat zij de ware Islam niet belijden en dus geen ’ware’ (of echte) moslims zijn. Bovendien kan deze retoriek ertoe leiden dat sommige mensen vraagtekens zullen zetten bij de bedoelingen van goed geïntegreerde moslims. Dit terwijl de meeste moslims, ook in de islamitische wereld, een rechtvaardige, tolerante en democratische samenleving voorstaan.
Het westerse beeld van de islamitische wereld is gebaseerd op een ontkenning van haar diversiteit en heeft dus last van een selectieve waarneming. Dat daar bijvoorbeeld op grote schaal vrouwenonderdrukking te vinden is, valt niet te ontkennen. Maar evenmin dat de islamitische wereld gekozen vrouwelijke regeringsleiders voortbracht: Benazir Bhutto van Pakistan, Megawati Soekarnoputri van Indonesiƫ en Khaleda Zia van Bangladesh.
Bovendien is de islam niet in wezen ondemocratisch, zoals vaak beweerd wordt. In de Koran staat dat de meest geprezen gelovigen degenen zijn ’wier manier van handelen een zaak van wederzijds overleg is’ (koran 42:38). De traditie van het ’wederzijds overleg’ wordt de ’shura’ genoemd en is diep verankerd in de islamitische ethos. Imam Ali, de neef en schoonzoon van de profeet Mohammed en later de vierde kalief van de islam, was hier zo door geïnspireerd dat hij zijn regering opdacht gaf om te luisteren naar de gewone man. Zo moest zijn Egyptische gouverneur regelmatig publieke hoorzittingen houden zodat de burger zonder te worden geïntimideerd zijn beklag kon doen over het functioneren van de staat.
Dat dit geen historisch incident betreft, bewijst Muhammad Ali Jinnah, de grondlegger van Pakistan. ’Groot leider’ zoals Jinnah in Pakistan wordt genoemd, verwierp het idee van een theocratie waarin een land bestuurd wordt door ’priesters met een goddelijke missie’. De islam, vond hij, staat borg voor tolerantie en democratie.
Helaas is er voor democratie meer nodig dan verkiezingen alleen. Een goed geïnformeerd publiek, een sterke burgermaatschappij en sociale cohesie zijn cruciaal. Het ontbreken hiervan is in veel landen een belangrijke reden voor het falen van de democratie. Dat geldt niet alleen voor de islamitische wereld.
Maar dat dit toe te schrijven zou zijn aan de islam, zoals de retoriek van de ’ware Islam’ impliceert, is onzin. Het maakt moslims verdacht van ontrouw aan Nederland en haar waarden. Het is ironisch dat juist een leider als Mohammed Ali Jinnah stelde dat minderheden, moslim of niet, moeten integreren in het land waar zij wonen en dat het niet te tolereren is als zij dat land ontrouw zijn.
Het is waar, zoals de islamnota van de VVD stelt, dat er grote problemen zijn met de integratie van Nederlandse moslims. Maar het wordt tijd dat we in Nederland realiseren dat moslims de democratie aanvaarden uit islamitische principes en niet omdat zij het op een akkoordje gooien met islamitische regels en zich schikken naar opgelegde ’westerse’ waarden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.