Het linkse idee dat de samenleving maakbaar was, is op niets uitgedraaid. En nu blijkt sinds de kredietcrisis ook de rechtse maakbaarheidsideologie failliet.
Wie begrijpt het nog? Rechtse partijen – al dan niet in coalitieverband – die banken, hypotheekverstrekkers en verzekeringsmaatschappijen nationaliseren! Ineens zijn de zegeningen van de vrije markt een vloek geworden. Het rechtse marktfundamentalisme is natuurlijk ook niet langer houdbaar nu het kaartenhuis van de ongereguleerde kapitaalmarkt wereldwijd op instorten staat. Maar het blijft toch vreemd om Balkenende glimlachend achter Bos te zien staan terwijl die weer een bank opkoopt met ’onze belastingcenten’.
Eigenlijk verbaast het niet, deze schijnbare draai van rechts. Achter de holle retoriek van het ongeremde marktdenken zijn rechtse politici in de afgelopen decennia steeds meer gaan geloven in de maakbaarheid van de samenleving. Was dit maakbaarheidsdenken in de jaren ’60 en ’70 vooral te vinden op links, nu is het politiek rechts dat heilig gelooft in staatsinterventie.
Om de nationale en internationale veiligheid te verzekeren pleiten rechtse partijen met overtuiging voor meer staatsingrijpen. In de publieke ruimte via camera’s, politie of zelfs inzet van het leger. En verder moeten er strafkampen en internaten komen om jongeren op het goede pad te houden, en moet er worden ingegrepen in gezinnen, via interventieteams en gezinsbureaus. Op cultureel gebied worden immigranten gedwongen zich de taal en cultuur eigen te maken en op scholen moet iedereen een verplichte canon van de geschieden leren.
Nobele doelen, maar waar komt dit geloof in de maakbaarheid van de samenleving op rechts ineens vandaan? Volgens mij van de grote onzekerheid en desoriëntatie die zich meester heeft gemaakt van de politieke klasse.
Op links is men sinds de val van de Berlijnse muur in verwarring geraakt over het nut van het traditionele social engineering. Voor 1989 was politiek links er van overtuigd dat je via economische herverdeling, sociale woningbouw, laagdrempelig onderwijs en publieke omroepen een beschavingsoffensief kon bewerkstelligen dat alle burgers ten goede zou komen. Rechtse denkers wisten dit geloof aan het wankelen te brengen en overal in Europa begonnen sociaal-democraten enthousiast mee te werken aan de privatisering en deregulering van de publieke voorzieningen.
Maar nu is ook rechts in verwarring. Het super-kapitalisme werkt toch niet zo feilloos als men heeft geroepen, de nadelen van de vrije markt – in termen van maatschappelijke ongelijkheid en aanverwante problemen – blijken toch groter dan voorzien. Traditionele waarden bezwijken onder een cultuur van consumentisme en de publieke ruimte verloedert in razend tempo. Op internationaal gebied worden rechtsregels geschonden om het Midden-Oosten te dwingen tot een democratische staatsvorm en ’moderne’ verhoudingen tussen mannen en vrouwen, maar dat blijkt niet eenvoudig. Ook in Nederland is het moeilijk Marokkaanse en SGP-jongeren dolenthousiast te maken over homo’s.
Uiteindelijk is rechts volkomen verstrikt geraakt in het eigen denken. Met een beroep op de superioriteit van de westerse samenleving, waar individuele vrijheid een heilig goed is, blijkt rechts steeds minder moeite te hebben met verregaande wetgeving die de vrijheid van burgers beknot.
Of het nu gaat over anti-terrorisme wetgeving –waarbij telefoongesprekken mogen worden afgeluisterd of hun internetgebruik mag worden gecontroleerd – of om het koppelen van databestanden, de staat mag ver doordringen in het privéleven.
Maar burgers voelen zich niet veiliger, want om al deze staatsinterventie en controle te rechtvaardigen moeten ze bang worden gemaakt voor allerlei bedreigingen: (islamitische) terroristen die mogelijk aanslagen willen plegen en ’schurkenstaten’ die kernwapens ontwikkelen en onze ’energieveiligheid’ en dus welvaart in gevaar brengen.
Het is wel begrijpelijk dat rechts zich concentreert op de eigen burgers die men binnen de nationale staat nog steeds kan dwingen en controleren, terwijl men de greep verliest op de nationale economie die door de ’globalisering’ en het flitskapitaal van de hedgefondsen niet langer stuurbaar of controleerbaar is. Rechtse – en linkse – politici zien heel goed dat de oorzaken van de sociale verloedering en het verval van de sociale verbanden wordt veroorzaakt door structurele internationale economische en financiële veranderingen, maar daar heeft men door deregulering en privatisering de regie over uit handen gegeven.
Dus grijpt men steeds vaker naar fysieke dwang en repressie ten opzichte van de eigen bevolking om de sociale orde te handhaven. In het huidige populistische klimaat kun je al voorspellen wat er gebeurt. Linkse partijen zullen roepen: ’Zie je wel, die bankdirecteuren en investeerders maken uw bedrijf kapot, vernietigen uw baan, verkwanselen uw spaargeld en brengen uw hypotheek in gevaar!’
Ik zag Jan Marijnissen al weer het einde van het kapitalisme aankondigen. Ach die goeie ouwe tijd.
Wat echt zou helpen is als zowel rechtse als linkse politici hun hysterische maakbaarheidsideologie en gesprekstoon zouden laten varen en weer gewoon teruggrijpen op de ’ideologie’ die zich in de praktijk heeft bewezen: de gemengde economie waarbij de voorwaarden voor een goed werkende markteconomie met elkaar in evenwicht zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.