Het kabinet neemt morgen een besluit over embryoselectie. Wijkt het nieuwe compromis wezenlijk af van hetgeen eerder was voorgesteld?
„Als je het regeerakkoord er nog eens bij pakt, zie je dat de geest daarvan is: we gaan geen nieuwe stappen zetten. Dat was nadrukkelijk onze voorwaarde om in het kabinet te stappen”, zei vicepremier Rouvoet (ChristenUnie) bijna drie weken geleden in deze krant.
Toen hij zijn uitspraak deed was de spanning over de politiek gevoelige en principieel liggende kwestie van embryoselectie op haar hoogtepunt. CDA, PvdA en ChristenUnie zochten naarstig naar een oplossing om te voorkomen dat het kabinet hierop zou vallen. Toen zag Rouvoet die oplossing nog niet, zei hij. Maar inmiddels is een compromis in zicht.
De politiek leider van de kleinste coalitiepartij is het deze week met de twee andere meest betrokken bewindslieden –minister Klink (CDA, volksgezondheid) en diens staatssecretaris Bussemaker (PvdA)– eens geworden over een oplossing, die morgen in het kabinet wordt besproken. De kern daarvan is dat de mogelijkheden voor embryoselectie op medische gronden worden verruimd, maar dat daaraan wel voorwaarden worden verbonden. Met het eerste wordt vooral de PvdA, als overtuigd voorstander, tevreden gesteld. Het tweede moet de droefenis wegnemen bij de ChristenUnie, als enige van de coalitiefracties uitgesproken tegenstander van embryoselectie en dus van verruiming. Het CDA zat met een ’geen bezwaar’ dichter bij de PvdA dan bij de ChristenUnie.
Net als het besluit dat Bussemaker enkele weken geleden moest intrekken, betekent het nieuwe kabinetsstandpunt niet alleen dat er politieke dekking is voor embryoselectie bij erfelijke ziekten waarbij vaststaat dat de drager van het ziekmakende gen de aandoening ook werkelijk krijgt –zoals de hersenaandoening Huntington en de spierziekte Duchenne. Het betekent ook dat de politiek instemt met embryoselectie bij ernstige, erfelijke vormen van darm- en borstkanker. Bij die ziekten bestaat geen zekerheid dat ze zich zullen openbaren, maar is sprake van een (grote) kans daarop.
Embryoselectie wordt allesbehalve een automatisme. Het kabinet zal voorwaarden formuleren, die moeten uitdrukken dat de politiek absoluut niet terecht wil komen op een ’glijdende schaal’. Geen van de coalitiefracties is daar op uit. Maar vooral de ChristenUnie was er beducht voor dat het met de brief van Bussemaker die kant op zou gaan. Nu worden criteria opgesteld voor bijvoorbeeld de aard en de ernst van de ziekte, de mogelijkheden tot behandeling en de leeftijd waarop de aandoening zich doorgaans openbaart. De beoordeling of en in hoeverre ouders die een kind wensen aan de criteria voldoen en in aanmerking komen voor embryoselectie, legt de politiek in handen van deskundigen.
Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de kwestie. Van de oppositie komen ongetwijfeld kritische opmerkingen over de omweg die het kabinet bewandelde en over de onzekerheid en verwarring die het heeft gecreĆ«erd bij wensouders die drager zijn van een erfelijke ziekte. Maar de aangekondigde verruiming zal in de Kamer op ruime steun kunnen rekenen. Voor het Academisch Ziekenhuis in Maastricht, dat een vergunning heeft voor het uitvoeren van embryoselectie, betekent dat dat het de draad kan oppakken. Voor de ChristenUnie is de consequentie dat zij, ondanks ’de geest van het regeerakkoord’, politieke verantwoordelijkheid neemt voor een nieuwe stap op een weg die zij liever helemaal niet op wilde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.