Premier Balkenende is in Paramaribo. Eindelijk tijd om excuses te maken? Maar namens wie maak je die? Namens de nazaten van ’misdadige’ voorouders ?
Op 1 juli van dit jaar is het precies 145 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Vanuit de Tweede Kamer wordt geroepen om een gebaar: excuses, een ’tweede bevrijdingsdag’ op 1 juli. Excuses leveren weinig op. Zoek liever naar een vorm van herdenken zoals gebeurt op 4 mei. Sta er even bij stil, zodat mensen nadenken over wat er is gebeurd.
Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) vindt dat premier Balkenende tijdens zijn tweedaagse bezoek aan Suriname, dat gisteren begon, excuses moet aanbieden voor het slavernijverleden van Nederland. Namens de Nederlandse regering moet de minister-president volgens van Bommel „ruimhartig erkennen dat Nederland fout zat in de slavernij”, aldus een citaat in het Surinaamse dagblad De Ware Tijd.
Van Bommel deed er vervolgens vorige week in Paramaribo nog een schepje bovenop door daar persoonlijk zijn verontschuldigingen aan het Surinaamse volk aan te bieden. Hij vond het gepast om „als nazaat van zijn voorouders excuses aan te bieden voor dit gruwelijk verleden”.
Kamerlid Chantal Gill’ard (PvdA) reageerde met de opmerking dat Nederland 1 juli moet uitroepen tot tweede bevrijdingsdag. Hierdoor krijgt de datum van de afschaffing van de slavernij volgens haar de status van nationale dag.
Gaat het hier om ordinaire partijpolitieke spelletjes? Of is het terechte verontwaardiging van deze Kamerleden dat Nederland tot nu toe geen excuses heeft aangeboden voor zijn deelname aan deze schandelijke periode in de geschiedenis?
Het voorstel van mevrouw Gill’ard lijkt mij nogal ondoordacht en niet uitvoerbaar. Ondoordacht omdat de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 en de viering van de capitulatie van nazi-Duitsland en daarmee het einde van de Tweede Wereldoorlog op 5 mei 1945 twee zeer verschillende momenten in onze geschiedenis zijn.
Excuses aanbieden voor een bijzonder schandelijke periode in de Nederlandse geschiedenis is problematischer dan het lijkt. Namens wie worden er excuses aangeboden? Namens de Nederlandse bevolking? Dat zou dan moeten zijn namens het blanke (autochtone) deel. Zij zijn immers, om met Van Bommel te spreken, „de nazaten van die (misdadige) voorouders”. De rest van onze multi-etnische samenleving heeft er niets mee te maken; hooguit als nazaten van de slachtoffers. En die hoeven geen excuses aan te bieden.
En: aan wie moeten excuses worden aangeboden? In elk geval aan de nakomelingen van diegenen die onder dwang als slaven naar Suriname werden gebracht. Maar ook aan de mensen die, als gevolg van de slavernij, gedwongen werden als arbeidscontractanten uit Indonesiƫ en India in Suriname te gaan werken? En hoe zit het met de indianen die bijna geheel uitgeroeid zijn omdat zij zich niet wensten te onderwerpen aan de Nederlanders?
Ondanks deze lastige vragen zullen waarschijnlijk weinig mensen bezwaar maken als de Nederlandse regering bij monde van de minister-president excuses aanbiedt voor de deelname van Nederland aan de slavenhandel. Toch denk ik dat een dergelijk excuus gratuit is, en elke verdere discussie over deze periode uit de Nederlandse geschiedenis bij voorbaat smoort. Want wij hebben toch onze excuses aangeboden.
Beter is het te zoeken naar een vorm om de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 te herdenken. Elk jaar gedenken wij op 4 mei ’allen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesmissies’. Er vinden in Nederland veel herdenkingen plaats. En terecht omdat daarbij niet alleen wordt stilgestaan bij een bepaalde periode uit de Nederlandse geschiedenis, maar die geschiedenis door de herdenking ook een plek krijgt in ons collectieve geheugen.
Als het Van Bommel en Gill’ard ernst is met hun oproep dan kunnen zij aan hun collega’s in de Tweede Kamer voorstellen om elke vijf jaar op 1juli of daaromtrent in het Nederlandse parlement een minuut stilte te houden ter herdenking van de slachtoffers van de Nederlandse slavenhandel. Daarmee laten zij ook zien dat het geen vrijblijvende en opportunistische oproep was aan de minister-president. De herdenking van de afschaffing van de slavernij 145 jaar geleden is een uitgelezen moment voor onze volksvertegenwoordiging om een daad te stellen.
Geen excuses dus maar de erkenning dat er in het verleden ernstige misdaden zijn begaan in naam van de Nederlandse bevolking. Door deze herdenking plaats te laten vinden in het hart van onze democratie zullen ook diegenen die zich niet eerder bewust zijn geweest van dit verleden ertoe worden aangezet hierover na te denken. Zonder excuses aan te bieden als nazaten van welke voorouders dan ook.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.