In het huis van Ari (AZ) staat de tv op de Braziliaanse zender Globo. Op het fornuis pruttelt het vlees en geurt de rijst. Voetballen in Nederland is leuk, maar Brazilië komt altijd op de eerste plaats.
De Braziliaanse antropologe Carmen Rial, gepromoveerd aan de Parijse Sorbonne, doet sinds 2003 onderzoek naar het wel en wee van Braziliaanse voetballers in Spanje en sinds twee jaar ook in Nederland. Volgens haar zou een voetballer zelf het woord migrant niet gebruiken, al zijn ze het wel. Net als de miljoenen schoonmaaksters die jaarlijks naar Europa trekken, sturen zij deviezen naar vaderland en familie. Tussen 1993 en 2006 een miljard dollar.
Rial: „Maar ze worden niet gezien als migrant en zien zichzelf ook niet zo. Voor hen is de beweging tussen de clubs het belangrijkst. Hun referentiekader bestaat uit clubs en vliegvelden, niet uit landen. Luciano (da Silva, keeper van Groningen, red.) vroeg me tijdens een interview waar ik op dat moment vandaan kwam: Arnhem. Hij had geen idee, tot hij zich Vitesse herinnerde.”
Maar ondanks de geografische luchtbel waarin de honderden Braziliaanse voetballers verkeren die jaarlijks vanuit Brazilië naar vooral Europa, Japan en Zuid-Korea vertrekken, krijgen ze onherroepelijk te maken met de plaatselijke gewoontes en het klimaat. Aanpassingsproblemen zijn vermoedelijk de hoofdoorzaak dat zo’n beetje een derde na een jaar terugkeert naar Braziliaanse bodem. Reden voor Carmen Rial om er voor haar onderzoek, dat dit jaar in boekvorm verschijnt, twee extremen uit te pikken: Spanje en Nederland.
Rial: „Spanje is de meest geliefde bestemming van de spelers, opvallend genoeg populairder dan Portugal, waar de eigen taal wordt gesproken. Allemaal noemen ze als redenen het klimaat en het eten. Nederland is beroemd vanwege de start van Romario en Ronaldo bij PSV. Maar het klimaat en de (eet)gewoontes botsen. Ik had natuurlijk ook voor Engeland kunnen kiezen, waar de salarissen het hoogste zijn. Die blijken absoluut niet van doorslaggevend belang voor de spelers. Maar ik vond Nederland leuk.”
De antropologe dook dus in de Nederlands/Braziliaanse huiskamers en ontdekte dat de voetballers binnenshuis een Braziliaanse setting creëren, met veel familie: „Ik ben bij zo’n 90 procent thuis over de vloer geweest. De laatste keer, afgelopen december en januari, heb ik Heurelho Gomes van PSV, Luciano, Ari, Leonardo van Ajax en André Bahia van Feyenoord gesproken. Ari verkocht als kleine jongen groente met zijn moeder in Fortaleza. Nu woont hij in een heel groot huis met zijn tante en zijn zoontje van zes jaar, die als een baby het eten in de mond gestopt krijgt, maar ook vaak als een volwassen tolk naar de buitenwereld moet optreden.”
De spelers hebben allemaal te maken met een dubbel imago. Rial: „Dat wordt gecreëerd door de pers. In Brazilië worden ze vaak afgeschilderd als verwende consumenten, die hun eigen vaderland verloochenen en ook in Nederland schrijft de pers vaak over hun lastige karakters. Ik merkte dan ook dat het belangrijk was duidelijk te maken dat ik niet van de pers was.”
„Ik ontdekte tijdens mijn onderzoek dat het helemaal geen grote consumenten zijn. Een nieuwe auto is de enige luxe die ze zichzelf gunnen. Maar in feite is hun leven heel saai. Trainen, regels en niks geen barbecues zoals hun vrienden die in Brazilië houden.”
„Bij PSV vertelden Alex en Gomes me dat ze vaak in een Spaans restaurant in Eindhoven eten, waar Romario en Ronaldo ook altijd kwamen, ’El Patio Andaluz’. Toen ik daar eens langs ging, zat Alex daar inderdaad, zoals bleek vrijwel iedere avond, met de tv aan, een simpel restaurant. Ze krijgen topsalarissen, maar wel in ruil voor hun jeugd. Van die opoffering zijn ze zich bewust ja.”
„Natuurlijk zitten er enfants terribles bij, maar uiteindelijk redden die het niet meer in de huidige voetbalcultuur. De regels zijn te strak – geen minuut te laat komen, altijd in pak lopen buiten de training, geen shirts wisselen op het veld –, dat is echt raar voor een Braziliaan. Degenen die zich het beste aanpassen zijn de getrouwden, met kinderen.”
Maar Brazilië komt uiteindelijk altijd op de eerste plaats, zelfs bij de spelers die al op hele jonge leeftijd naar Nederland kwamen, zoals Leonardo met twaalf jaar. Rial: „Zo móest en zou Leonardo zijn knie in Brazilië laten opereren, ook al was zijn vriendin zwanger en in Nederland. Luciano gaf zijn bruiloftsfeest voor tweeduizend mensen op een voetbalveld in het binnenland van Brazilië. Hij had de helft van zijn stad uitgenodigd. Dáár is hij de held.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.