Het middeleeuwse stadje Diepenheim is omgeven door landhuizen en kastelen.
Niets brengt je meer in de stemming dan een bezoekje aan een Twentse boerin. Bij zuivelboerderij Effink in Markelo kunnen we rondneuzen in het winkeltje met ambachtelijk bereide streekproducten. Na een kop warme chocolade kan de wandeling beginnen.
Vanaf Effink is de omgeving groen: weiland met okerkleurige sloten van de oxiderende ijzererts. We hebben geluk met het weer: het zicht is misschien wel een paar kilometer. We horen eksters en meeuwen, maar ook het zoemen van de elektriciteitsmast en aan de andere kant van het Twentekanaal het razen van de auto’s op de provinciale weg.
Maar de natuur stoort zich er niet aan. Een specht leeft zich uit op een knoest hoog in een eik, telkens kijkt hij even om zich heen voor hij verder gaat met timmeren. Een stukje verderop ligt iets dat pasgeleden nog duif was, zou een buizerd de dader zijn? In de verte slaakt er eentje regelmatig een kreet. We hebben uitzicht over glooiende weilanden en bossen, we naderen het eerste havezate: Huis Diepenheim.
Havezate was van oorsprong een term voor een grote boerderij met land: hofstede. Het is in de latere middeleeuwen gelinkt aan mensen met speciale rechten, zoals ridders. Het waren versterkte (verdedigbare) huizen in Drenthe en Overijssel.
Huis Diepenheim wordt in de twaalfde eeuw voor het eerst genoemd. Het huidige, meermaals verbouwde kasteel wordt in 1637 aangekocht door Hendrik Bentinck, een naam die we vaker tegen zullen komen. Bentinck is een eeuwenoud Gelders adellijk geslacht dat vele politici en hooggeplaatste functionarissen voortbracht, zoals de huidige baron Bentinck, als rechter bekend van de zaak tegen Mohammed B. De Bentincks waren en zijn verbonden aan meerdere havezaten en landhuizen. Kasteel Middachten bij Rheden en landhuis Schoonheten bij Raalte bijvoorbeeld zijn in bezit van de familie.
Huis Diepenheim bleef in handen van de Bentincks tot 1814, in 1925 werd de familie De Vos van Steenwijk eigenaar. De huidige barones woont in het huis.
We vervolgen onze weg langs de Johanneskerk uit 1679 en lopen Diepenheim in, een van de acht middeleeuwse stadjes in Twente. Omdat het altijd de kleinste is gebleven, wordt Diepenheim ook wel ’stedeke’ genoemd. Of er ooit officiële stadsrechten zijn verworven is niet helemaal duidelijk. Een bezienswaardigheid is het Plumershuuske: een negentiende-eeuws daglonerswoninkje vernoemd naar de familie die het liet bouwen. Nu huist de VVV in het pittoreske pandje.
Aan de andere kant van Diepenheim komen we op een kaarsrechte laan met aan weerszijden grote eiken. Aan het eind ervan staat kasteel Nijenhuis, niet te verwarren met kasteel Nijenhuis te Heino.
De havezate Nijenhuis is gebouwd in de vijftiende eeuw, maar daarvan is weinig bekend. Boven het ronde raampje van de huidige gevel staat nog: „Van ’t ovde N Hvis dat is vergaen Siet gii iir noch den datum staen Ano 1491”. Het gebouw dat er nu staat komt uit de zeventiende eeuw. In 1799 koopt Gerrit Schimmelpenninck het pand. Nijenhuis is van vader op zoon overgeërfd en wordt bewoond door douairière (adellijke weduwe) Graaf Schimmelpenninck. Ook kasteel Westerflier, ten zuiden van Diepenheim, is van de familie Schimmelpenninck.
Het landgoed van Nijenhuis grenst aan de landerijen van een andere havezate. Als we de bossen met rododendrons, paadjes en beekjes doorkruist hebben staan we bij kasteel Weldam. In 1389 geeft eigenaar Wolter van Weldam het huis als onderpand aan zijn schoonzoon. Kennelijk kan Wolter zijn schuld niet voldoen, want zijn kleinzoon verkoopt het pand aan Johan Sticke. Sindsdien is Weldam alleen geërfd.
Er staat een beeld tegenover het hek bij de ingang: „Van Twickel aan Weldam 1389-1989”. Het slaat op de band tussen Weldam en kasteel Twickel bij Delden. De geschiedenissen van de twee landgoederen raakten meermaals met elkaar verweven, voor het eerst toen de kleindochter van Johan Sticke, Jutte, met Johan van Twickelo trouwde.
Bij Weldam hoort een kapel, die een eindje verderop ligt. We lopen er over het fietspad van de Diepenheimseweg naar toe. De kapel in Engelse ’cottage’-stijl is in 1900 gebouwd in opdracht van Willem Carel Philip Otto graaf van Aldenburg Bentinck en Walldeck-Limpurg, oftewel graaf Bentinck.
We vervolgen onze weg over de Diepenheimseweg en steken het Twentekanaal weer over. Zo komen we weer in weidse groene gebied. Terug naar de oorspronkelijke havezate: de boerderij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.