Lornah Kiplagat plaatste zich gisteren in Nijmegen op de 10.000 meter voor Olympische Spelen. Daarmee kwam voor de atlete een einde aan een lange periode van onzekerheid.
Kiplagat worstelde lange tijd met de limiet van 31.22.14. Ze wist dat ze de afstand binnen die tijd kon lopen; dat had ze al eerder gepresteerd. In 2003 liep ze op het WK in Parijs haar persoonlijk record op de tien kilometer: 30.12.53. Met die tijd werd ze destijds vierde op de mondiale titelstrijd. Ze had toen net een maand de Nederlandse nationaliteit en verscheen voor het eerst met de zo kenmerkende oranje haarstrikjes op de baan. Dat ze in het Stade de France haar nieuwe vaderland geen medaille kon bezorgen, zat haar dwars.
Als het om de 10.000 baanmeters gaat, zat het haar wel meer tegen. Op het EK in Göteborg (2006) eindigde ze als vijfde en ook dat resultaat incasseerde ze knarsetandend. De jacht op revanche bleef leven in het ranke lijf en in Peking ziet ze een goede mogelijkheid om, naast haar al behaalde wereldtitels en –records, ook olympisch te oogsten. Daarvoor moest ze zich echter wel eerst kwalificeren en dat viel voorwaar niet mee. Bij haar pogingen – of bij de pogingen die ze in gedachten had – ging er steeds iets mis.
Ze liep op 12 april in Istanbul en rekende zich met een op papier uitgelezen hazengezelschap al rijk, tot bleek dat de (Ethiopische) gangmakers deels voor de Turks-Ethiopische Abelegesse en deels voor zichzelf liepen. In Utrecht deed ze op 30 mei een nieuwe poging, maar hier zat een bacteriële infectie, opgelopen in haar eigen trainingscentrum in het Keniaanse Iten, haar dwars. Ze zette vervolgens haar kaarten op een wedstrijd in het Tsjechische Ostrava, maar was niet op tijd genezen. Zo kwam het dat ze de organisatie van de Nijmegen Global Athletics verzocht het 10.000-nummer aan het programma toe te voegen. Het was niet haar laatste kans. Ze had tot 31 juli de gelegenheid zich te kwalificeren, maar het aantal wedstrijden is niet bijster groot. Kiplagats geduld ook niet: ,,Nu of nooit’’, had ze gezegd.
Speciaal voor haar laste de organisatie dus een 10.000-meter wedstrijd in en arrangeerde bovendien met het aantrekken van de Mexicaanse Adriana Fernandez (pr: 31.10.12) en de Ethiopische Mestewat Tufa (pr: 31.00.27) acceptabele tegenstand. Zelfs gingen de Nijmeegse organisatoren, zich welbewust van het belang van Kiplagat én de Nederlandse atletiek, zover dat ze de wedstrijd naar kwart voor tien verzetten. Ze hoopten dat de wind tegen die tijd wat was gaan liggen. Met de stevige bries had de race gemakkelijk een martelgang kunnen worden, maar de motivatie deed tijdens de 25 rondjes van 400 meter alle pijn naar de achtergrond vloeien. Met de lange benen in een machtige cadans liep Kiplagat overtuigend naar een tijd van 31.04.01, royaal binnen de limiet.
Ook Arnoud Okken deed in Nijmegen een poging binnen de olympische limiet te blijven. Niet op de 800 meter, de afstand waarop hij Europees indoorkampioen is, maar op de 1500 meter. Die lengte had hij sinds 2002 niet meer in de buitenlucht gelopen en uit dat jaar stamde zijn pr: 3.37.46. Gisteravond liep hij 3.41.84. Niet genoeg voor olympische kwalificatie, waarvoor de eis 3.35.70 is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.