De olieconsumptie in Amerika, ’s werelds grootverbruiker, loopt terug. Grote, benzinevretende auto’s zijn uit. Dus gaat het roer om bij de fabrikanten van de SUV’s. Maar zijn ze wel op tijd?
De Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs typeerde de Amerikaanse economie enkele jaren geleden als „een kleine vrouw die in een grote terreinwagen kilometers rijdt om in een groot winkelcentrum een kleine mand boodschappen te halen”.
Die vergelijking verdient bijstelling. De terreinwagen, ooit het vlaggeschip van het wagenpark is op zijn retour en de Amerikaanse automobilist let voor het eerst sinds decennia weer op zijn kilometerstand. En dat gaat ten koste van de Big Three: Ford, Chrysler en General Motors doen het niet goed.
De zomer van 2008 kan wel eens de boeken ingaan als het keerpunt in de olieconsumptie. Op 11 juli piekte de olie op de grondstoffenbeurs van New York naar 147, 27 dolar per vat (van 159 liter). De weg omhoog, richting 150 dollar en later mogelijk zelfs 200 dollar, lag open. Analisten uit de grondstoffensectoren voorzagen een stijging. Economen met enige afstand tot de oliemarkt beriepen zich op het adagium dat „hoge prijzen het best zijn te bestrijden met hoge prijzen”.
Zo maar lijnen doortrekken in de grafieken van vraag en aanbod in de oliemarkt is onzin, hoge prijzen leiden tot innovaties en aangepast gedrag. Prijsschokken in olie worden niet weg gepoetst als de economie weer opveert, zo doceerde recent Ed Morse, de chef energie-econoom van zakenbank Lehman Brothers.
Hij wijst daarbij op bijvoorbeeld Japan. Dat land zag voorafgaand aan de oliecrisis van 1973 de olievraag verdrievoudigen. Toen de crisis voorbij was, overtrof de Japanse olievraag nooit meer het niveau van voor de crisis. Blijkbaar werd de crisis aangegrepen om energiebesparende innovaties en investeringen te doen.
Dat het oude adagium – het beste medicijn tegen hoge prijzen is een hoge prijs – van toepassing is, wordt met recente cijfers aangetoond. Normaal gesproken is geopolitieke onrust goed voor sterk stijgende olieprijzen, zeker als het gaat om spanningen in gebieden met pijpleidingen (zoals nu in Georgië) of olievelden (zoals eerder dit jaar in Iran). De markt reageerde echter zeer gematigd op die geopolitieke spanningen. Na de piek van half juli volgde een daling naar 112 dollar per vat en slechts lichte stijgingen naar rond de 116 dollar.
De prijs opdrijvende gebeurtenissen worden blijkbaar teniet gedaan door verminderde vraag. Dat de dollar aan waarde won, en daardoor de olieprijs minder benut wordt als verzekering tegen een wegzakkende dollar, is waar. Dat de dollar aantrekt tegenover de euro omdat nu ook aan Europese zijde de economische groei inzakt, is eveneens waar. Maar alleen kijken naar de verhouding dollar/euro doet geen recht aan de tendensen die zich aan de vraagzijde van de oliemarkt openbaren.
In het eerste halfjaar hebben de Amerikanen, ’s werelds grootverbruikers, een stuk minder olie geconsumeerd dan het eerste halfjaar van 2007. De dagelijkse consumptie daalde gemiddeld met 800.000 vaten per dag, de sterkste daling in 26 jaar. Dat maakte het Amerikaanse energiebureau Energy Information Agency (EIA) recent bekend. De inzakkende economische groei in de VS wordt als belangrijkste oorzaak gezien, maar tevens is sprake van veranderd gedrag.
De EIA noemde de hoge prijs een belangrijke reden voor het verminderde verbruik. En dat is geen tijdelijke dip, zo voorziet het Amerikaanse energiebureau. Het verwacht dat de dagelijkse olieconsumptie over heel 2008 zal dalen met 480.000 vaten (van 159 liter). Voor het eerst rekent het Amerikaanse energiebureau ook op een dalende consumptie in 2009, namelijk met 120.000 vaten. De dagelijkse olieconsumptie zal dan ongeveer 20 miljoen vaten bedragen, het laagste niveau sinds 2003.
Achter die daling van de dagelijkse consumptie gaat een dalend benzineverbruik schuil. In juli bedroeg de consumptie van benzine nog 9,07 vaten per dag, dat is 2,1 procent minder dan in het begin van dit jaar. Dat blijkt uit een rapportage van het American Petroleum Institute. Bij die daling, en dat blijkt weer uit cijfers van het ministerie van transport, hoort een aanzienlijke daling van het aantal gereden kilometers.
Nu voor het eerst in 26 jaar de Amerikaanse gezinnen van hun inkomen voor benzine (4,4 procent) meer moeten betalen dan voor auto’s en auto-onderdelen (3,9 procent), wordt stevig gerekend. De benzineslurper moet de deur uit en moet vervangen worden door een energiezuiniger exemplaar. Maar dan moet wel eerst de oude bak worden verkocht en de lening worden terugbetaald.
De dure tweedehands auto’s op bijvoorbeeld Ebay.com zijn echter weinig populair. Zo wordt voor een tweedehands Ford Excursion, zeg maar type ’P.C. Hoofttractor’, 2850 dollar geboden bij een vraagprijs van 12.500 dollar. Voor een Volkswagen Touareg met een bescheiden kilometerstand maar met een onbescheiden benzineslurpende tien cilinder motor wordt 45.000 dollar gevraagd. Op de advertentie op Ebay wordt echter dagenlang geen bod gedaan en dat is even slikken voor de verkoper.
Grote auto’s zijn uit. De afzet van pick-uptrucks en luxe terreinwagens, in de tien jaar tussen 1997 en 2007 het merendeel van de Amerikaanse autoverkopen, is aanzienlijk gedaald. De Amerikaanse autoproducenten meldden in juli dat er nu tien procent meer gewone wagens worden verkocht dan pick-ups en terreinwagens. Gewone wagens maken nu 55 procent uit van de verkopen. Op jaarbasis werd recent nog een verkoop van 12,5 miljoen wagens, auto’s en lichte trucks, gemeld. Het laagste niveau sinds 1993.
De ooit zo trotse Big Three uit Detroit – Ford, General Motors en Chrysler – verkeren in grote nood. Links en rechts wordt druk gespeculeerd welk bedrijf als eerste in betalingsnood komt te verkeren en hoeveel slachtoffers onder de toeleveranciers worden gemaakt. Bij GM, dat een verlies boekte van 15,5 miljard dollar in het tweede kwartaal, (het op twee na grootste verlies in de honderdjarige historie van het bedrijf) gaat de Hummer de deur uit.
Maar wie wil de Hummer, die met zijn enorme benzineverbruik het imago van GM schaadt, hebben? Op de thuismarkt is de Hummerverkoop het afgelopen half jaar met 44 procent ingestort. Met autofabrikanten uit Rusland, India (Mahindra) en China zou over een verkoop worden gesproken. Maar de potentiële overnemers laten of niet van zich horen of, in het geval van Mahindra, zeggen geen interesse te hebben. Thuis fabrieken sluiten en productielijnen van energievretende wagens ombouwen voor milieuvriendelijker modellen is de strategie bij GM.
Teneinde de omzetten op peil te houden wordt de fabricage van wagens, uiteraard de kleine modellen, in Azië opgevoerd. In Thailand moet een nieuwe fabriek komen voor wagens met een dieselmotor. Daar poets je overigens geen verlies van ruim 50 miljard dollar in de laatste drie jaar mee weg. Waar de grote wagens van GM vooral benzine verbranden is de fabrikant zelf druk bezig het oude kapitaal ’op te stoken’. Zakenbank Lehman Brothers vreest voor General Motors dat het 7,3 miljard dollar aan nieuw kapitaal moet ophalen wil het in 2009 nog de rekeningen kunnen betalen. En dat wordt een hele klus voor een bedrijf waarvan de beurskoers dit jaar met zestig procent is gedaald.
GM is niet de enige met problemen. De hoge prijs voor benzine zorgde bij GM voor 26 procent minder verkopen in juli. Bij Chrysler is het met 29 procent minder een graadje erger, bij Ford met 15 procent lagere verkopen iets minder dramatisch. De kredietwaardigheid van het drietal is echter fors omlaag geschroefd door kredietbeoordelaars. Van Chrysler wordt zelfs verwacht dat het autoconcern als eerste van de drie surseance van betaling zal moeten aanvragen.
Anders dan de beide Amerikaanse presidentskandidaten John McCain en Barack Obama zoeken de autofabrikanten vooral naar andere oplossingen voor de hoge olieprijs dan roepen dat de aanvoer van olie moet toenemen. Republikeinen en Democraten willen inmiddels naar olie boren op voor het milieu kwetsbare plaatsen. Elk van de Detroit Big Three speurt echter naar hogere verkopen van energiezuiniger wagens. Zo komt Ford met een hybride versie van de Fusion, General Motors gaat de hoge olieprijs en dus dito hoge benzineprijs te lijf met de elektrische Chevy Volt die in 2010 op de markt moet verschijnen. De Volt wordt als kritisch voor de toekomst van General Motors gezien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.