amsterdam – Artsenorganisatie KNMG verwerpt het voornemen van de regering om overtijdbehandeling onder de abortuswet te laten vallen. De KNMG vindt dat vrouwen die kort overtijd zijn (17 dagen of korter) de abortuspil van hun huisarts moeten kunnen krijgen. Komt de overtijdbehandeling onder de abortuswet, dan is dit onmogelijk. Huisartsenpraktijken hebben immers niet de status van abortuskliniek.
De KNMG heeft dit deze week geschreven aan de vaste Kamercommissie voor volksgezondheid, welzijn en sport. De commissie bespreekt vandaag de beleidsbrief medische ethiek van staatssecretaris Bussemaker (volksgezondheid), waarin zij het voornemen om de overtijdbehandeling onder de abortuswet te brengen verdedigt. Dat plan staat al in het regeerakkoord.
Er zijn volgens Bussemaker geen medisch-technische redenen meer om nog vast te houden aan de uitzonderingspositie voor de overtijdbehandeling. Bij de totstandkoming van de abortuswet in 1984 was het technisch niet mogelijk om met zekerheid vast te stellen of een vrouw binnen zeventien dagen na het uitblijven van de menstruatie daadwerkelijk zwanger was. Nu kan dat wel en gebeurt dat ook, alvorens met een overtijdbehandeling (middels curettage of abortuspil) wordt begonnen. Dat betekent volgens Bussemaker dat de zorgvuldigheidseisen van de abortuswet ook moeten gaan gelden voor de overtijdbehandeling. Alleen voor de verplichte bedenktijd van vijf dagen maakt zij een uitzondering, omdat zij in dit allervroegste stadium van zwangerschap geen extra belemmeringen wil opwerpen.
De KNMG vreest dat de voorgenomen maatregel wel tot vertraging zal leiden. Dat vindt de organisatie medisch en sociaal niet wenselijk. Ook is het volgens de KNMG nog altijd niet duidelijk of technisch sprake is van een zwangerschapsafbreking bij een overtijdbehandeling. De KNMG wijst erop dat een overtijdbehandeling een zwaardere ingreep in een later stadium van de zwangerschap kan voorkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.