*

 

Een toch niet zo bevroren conflict

Jelle Brandt Corstius − 11/08/08, 00:00

Vrijdag brak oorlog uit in Zuid-Ossetië. Het gebied is lang niet de enige brandhaard aan de rand van Rusland. De belangen van Rusland en de Verenigde Staten zijn aanzienlijk.

Het was een klein detail in de berichtgeving over de oorlog in Zuid-Ossetië: Tschinvali, de hoofdstad van het afgesplitste landje, zou ’praktisch geheel’ verwoest zijn. Daar zouden de bewoners van Tschinvali niet van hebben opgekeken. Er was al weinig over van de stad sinds in 1992 Zuid-Ossetië zich van Georgië afsplitste na een bloedige oorlog.

Aan het conflict in Zuid-Ossetië gaat een lange geschiedenis vooraf. Het gebied behoorde tot vrijdag tot de zogenaamde ’bevroren conflicten’: een aantal gebieden die zich na de val van de Sovjet-Unie hebben afgesplitst, maar nooit als staat erkend zijn. Het gaat om Transdnjestrië – dat zich heeft afgesplitst van Moldavië – Zuid-Ossetië en Abchazië van Georgië, en Nagorno-Karabach van Azerbeidzjan.

In de afgelopen zestien jaar is er druk onderhandeld tussen de ruziënde partijen met als variatie af en toe de Verenigde Staten en Europa als bemiddelaar. Al die besprekingen hebben niets aan de situatie veranderd.

Ook op de Oekraïne – waar Rusland nog altijd de marinebasis in Sebastopol heeft – en de Baltische Staten – waar veel Russen wonen – claimen de Russen het recht op invloed. Maar waarom escaleerde de situatie juist in Zuid-Ossetië, en juist nu? Over de directe aanleiding van de oorlog is moeilijk iets zinnigs te zeggen, en het zal altijd wel onduidelijk blijven. Over de oorzaken is wel wat zinnigs te zeggen.

In januari dit jaar behaalde Michail Saakashvili een nipte zege tijdens de presidentsverkiezingen van Georgië, die hij vervroegd had uitgeschreven. Saakasjvili mag dan populair zijn bij de Westerse landen, in eigen land is zijn populariteit rap gedaald sinds de zogeheten Rozenrevolutie die hem in 2003 aan de macht bracht. Dat leidde vorig najaar tot relletjes in de hoofdstad Tbilisi die door de politie hard werden neergeslagen.

Een van de speerpunten in zijn verkiezingscampagne was de belofte van de terugkeer van Zuid-Ossetië en Abchazië onder Georgische controle. Niet alleen zijn veel Georgiërs nog steeds woedend over het afsplitsen van de twee gebieden, ook wonen er duizenden Georgische vluchtelingen al jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden. Zijn belofte had kennelijk effect, en heeft net het verschil gemaakt voor zijn herverkiezing.

Gevraagd of deze belofte niet moest worden uitgelegd als een militaire operatie, antwoordde Sandra Roelofs, de Nederlandse vrouw van Saakasjvili in een interview met deze krant: „Niemand wil oorlog. De ideale troef is een groeiende economie. Als wij laten zien dat wij ergens voor staan dan zullen ze in Abchazië en Zuid-Ossetië denken: ’Hé. Dat is zo’n slecht idee nog niet.’”

Maar dat interview vond plaats in januari dit jaar. Een maand later verklaarde Kosovo zich onafhankelijk van Servië. Vrij snel daarna werd die onafhankelijkheid erkend door de meeste Westerse landen. In de onafhankelijkheidsverklaring stond dat Kosovo een ’speciaal geval’ vormde en dat het geen precedent zou moeten vormen voor andere gebieden.

De erkenning van Kosovo had twee gevolgen. Rusland, dat altijd tegen de erkenning van Kosovo is gebleven, haalde uit protest de banden met Abchazië en Zuid-Ossetië nog verder aan, onder meer doordat Russische bedrijven miljoenen roebels investeerden. Verder hadden Abchazië en Zuid-Ossetië nu een voorbeeld. Kosovo is dan misschien wel een speciaal geval, maar spreek een willekeurige Abchaziër op straat aan, en hij zal precies vertellen dat de historische aanwezigheid van Kosovo en Abchazië hetzelfde zijn, en hun claims op onafhankelijkheid ook.

In april vergaderde de Navo over de toetreding van Georgië tot de militaire alliantie. Onder druk van Rusland ging dat niet door, maar topman Jaap de Hoop Scheffer verklaarde dat Georgië – en Oekraïne – ’leden zullen worden’, zonder een termijn te geven.

Het lidmaatschap mislukte in april niet alleen door de Russische druk: de Navo laat alleen landen toe die hun zaakjes thuis op orde hebben. Met twee opstandige republieken is dat niet van toepassing op Georgië. In december zou opnieuw worden vergaderd over het Navo-lidmaatschap. Als de invasie van Zuid-Ossetië was gelukt – waar het duidelijk niet op lijkt - en Saakasjvili alles op orde had kunnen brengen voor december – wat nog onwaarschijnlijker is - zou Georgië meer kans maken op de Navo, zo was misschien de gedachtegang in Tbilisi.

Waarom is het conflict in Zuid-Ossetië, met 70000 inwoners – net zoveel als bijvoorbeeld de gemeente Gouda – van belang voor de rest van de wereld? Er zijn drie landen die geheel verschillende belangen hebben bij dit gebied. Het belang van Georgië ligt voor de hand: het terugveroveren van een opstandige provincie. De belangen van die twee andere landen, Rusland en de Verenigde Staten, zijn gecompliceerder.

Voor Rusland, dat een plaats op het wereldtoneel heeft terugveroverd, is Georgië een plek om haar oude invloedssfeer te herstellen. Hier is ook de sterke tegenstand van het Navo-lidmaatschap van Georgië uit te verklaren. Maar die invloedssfeer breidt zich niet alleen uit over Georgië, maar ook over andere landen die deel uitmaakten van de Sovjet-Unie.

Een gemiddelde Russische nieuwsuitzending ziet er als volgt uit: een demonstratie van de oppositie in Georgië, die nog steeds ageert tegen de verkiezingsresultaten van januari. Vervolgens een of andere ruzie in het Oekraïense parlement, waar de leden al bekvechten sinds de zogeheten Oranjerevolutie in 2005. Tenslotte een reportage over de Russische minderheden in de Baltische landen, die zouden worden gediscrimineerd.

Dat de Baltische landen een hoger bruto nationaal product per hoofd van de bevolking hebben dan Rusland, dat Oekraïne in ieder geval een pluriform partijenstelsel heeft, en dat de economie van Georgië harder groeit dan die van Rusland, blijft verder onbesproken. De boodschap: sinds zij uit de Sovjet-Unie zijn gestapt gaat het slecht met de buurlanden. En de stiekeme boodschap luidt: het zou beter zijn als zij weer deel uit gingen maken van een groter geheel. Een boodschap die dankzij dit informatiebombardement bij steeds meer Russen leeft.

Voortdurend laat Rusland proefballonnetjes op om te kijken hoe ver het kan gaan zonder protesten aan Europa of de Verenigde Staten te ontlokken. Vrij ver, zo blijkt. Vorig jaar legde Rusland het internet plat in Estland met een hackaanval waarvan bewezen is dat de computers van de aanvallers tot het Kremlin zijn te herleiden. In 2007 viel een Russische raket op Georgische bodem, in de buurt van Tbilisi. In beide gevallen volgden lauwe reacties uit het Westen. En zo zijn er nog een aantal voorbeelden te noemen.

De belangrijkste bondgenoot van Georgië zijn de Verenigde Staten. Georgië kan rekenen op financiële hulp van de VS, in het bijzonder met militair materieel en militaire training. De VS beschouwen Georgië, ondanks de bezoedelde reputatie van Saakasjvili, als een democratisch bastion in de Kaukasus. Landen als Oekraïne en Oezbekistan, die twijfelen zich achter Rusland of de Verenigde Staten te scharen, kijken geïnteresseerd naar de situatie in Georgië.

Bovendien is Georgië een belangrijke bondgenoot in Irak – na Groot-Brittannië en de VS heeft het de grootste troepenmacht. Die is overigens teruggeroepen in verband met de oorlog in Zuid-Ossetië.

Net zo belangrijk is Georgië als doorvoerland voor de olie afkomstig uit Azerbeidzjan en in de toekomst uit Centraal-Azië. Sinds 2006 pompt de Bakoe-Cehyanpijpleiding dagelijks een miljoen vaten olie naar westerse markten, in het bijzonder de Verenigde Staten. Met de pijplijn wordt Rusland vermeden als doorvoerland. Dit tot ongenoegen van Rusland, dat de afgelopen dagen volgens de Georgische regering de pijpleiding doelbewust bombardeerde.

Met de Verenigde Staten en Rusland die zo sterk partij hebben gekozen in het conflict in Zuid-Ossetië hebben, lijkt een logische rol weggelegd voor de Europese Unie in de rol van arbiter.

De afgelopen jaren stond het oplossen van de ’bevroren conflicten’ laag op de agenda. Een bemiddelingspoging door de Duitse minister van buitenlandse zaken, die aanstaande vrijdag zou beginnen, komt te laat, zo blijkt wel. Maar volgens veel analisten is de tijd rijp voor een ferme en energieke bemiddeling die werkelijk is toegespitst op oplossing van het conflict, en een eind maakt aan die eindeloze conferenties waar veel wordt gepraat en niets wordt opgelost. En niet alleen als het gaat om het conflict in Zuid-Ossetië, maar ook om de andere ’bevroren conflicten’. Zuid-Ossetië heeft laten zien hoe weinig ’bevroren’ die conflicten zijn.

mailIcon print |