*

 

Zelf groentechips maken

Jeroen Thijssen − 11/10/08, 00:00

Kinderen die geen groente willen eten, het is een bekend probleem voor ouders. Is frituren soms de oplossing? Thijssen probeert het uit.

Kinderen en groente, het weet wat, ook bij de Thijssentjes. Een blaadje sla, tomaten, dat gaat er nog wel in, maar bieten, courgettes en aubergines blijven onaangeroerd. De oudste is op kamers dus ik kan haar vitamine-inname niet meer controleren, het jongste Thijssentje is nog aan mijn grillen overgeleverd en die grillen zeggen: groente moet. Groente doet goed.

Toch zou ik graag diplomatiekere middelen tot mijn beschikking hebben dan de geijkte ouderlijke: geen groente, geen toetje. Een vriend, bekend met mijn probleem, reikt een oplossing in een zakje: groentechips! Verkregen bij de bio-super in de nabijgelegen provinciehoofdstad. En zie: die vindt het Thijssentje wel lekker. Niet zoals gewone chips, maar het kan ermee door.

Nee, het is niet de bedoeling om hem dagelijks van die chips te geven, maar onlangs nog zag ik op tv hoe kinderen dingen leerden lusten: door ze vaak te proeven, in kleine hapjes. Een chippie is maar een klein hapje. En eerlijk is eerlijk, vaders eten ook wel eens chips.

Maar helaas, de biosuper is door zijn groentechips heen. Het was een actie die niet goed liep, of juist wel, daar wil ik vanaf zijn. Ook de reformzaak dichter bij huis heeft ze niet op voorraad. Hij kan ze wel bestellen, als ik wil.

Nee, dat wil ik niet. Ik wil nú chips, niet over een week. En ik wil, als ik toch bezig ben, opwindender chips dan de reguliere bakkers in hun zakje hebben gedaan: tomatenchips of komkommerchips, of van rammenas, en wie weet pompoen.

Maar dat vraagt om overleg. Vooral de bewerking van tomaat en komkommer, vruchten vol smaak én water, vraagt om overleg. Eén, twee, drie zo’n plakje in de frietpan gooien is vragen om moeilijkheden en brandwonden; water in hete olie heeft de neiging om heel snel weg te willen en plassen hete olie mee te nemen.

Het is beter om die chips vóór te drogen, zodat het contact met de kokende olie wat minder explosief verloopt. In plakjes snijden en in de oven, dus. Bij zelfgemaakte gedroogde tomaten gaat de oven op een graad of negentig, en rusten de vruchtjes zo’n negen uur in de weldadige hitte. Zo lang hoeft het niet voor chips. Denk ik. De enige manier om dat te controleren is, het uit te proberen. Het grote mes maakt dunne plakjes van tomaat, wortel, rammenas, pompoen en komkommer, de aanrecht is een kleurige warboel. Het lijkt wel feest.

Al na drie uur drogen zijn de schijfjes voldoende vast om in de pan te kunnen. Rammenas, wortel en pompoen voelen steviger aan, zonder werkelijk te zijn gedroogd. De komkommer en zelfs de tomaten, die met hun vriendjes meedroogden, zijn krachtig genoeg om te worden gefrituurd.

Sissend schuift het verzamelde zootje in de pan, het valt erg mee met het spetten. Het bruist en schuimt rond de velletjes, maar het blijft binnen de pan. Na een minuut of zes, veel langer dan ik verwachtte, kunnen ze uit de olie. Een beetje zout erop en klaar is Kees. Het kost moeite om niet meteen te gaan eten, maar chips eet je koud, met wat zout.

Zijn het nu echte chips, die ik na moeizame uren wachten eindelijk achter mijn kiezen steek? Nee, ze kraken niet als fabrieksspul. De smaken zijn wisselend. De komkommer en de rammenas zijn bitter geworden. De pompoen is een verrassing, het bakken heeft hem een scherp smaakje gegeven die normaal ontbreekt. De wortel is een feest, zoet en zout en hartig tegelijk, en vooral de tomaat is een knal van smaak op de papillen.

Maar ja, vet is het wel. Te vet voor een klein Thijssentje om vaak te eten. Dit blijft een gerecht voor de keren dat hij niet mee-eet.

mailIcon print |