Steeds meer grootouders krijgen betaald om op te passen. „De kinderen doen nu makkelijker een beroep op ons.”
Oma Nel Frankhuizen had het liever niet gezegd. „Ook zonder subsidieregeling zou ik voor mijn kleinkinderen zorgen. Ik moet dat natuurlijk niet zeggen, want dan breng ik die Wouter Bos weer op een idee.”
De minister van financiën wil geen extra geld steken in de almaar stijgende kosten in de kinderopvang, meldde Trouw gisteren. Verantwoordelijk staatssecretaris Dijksma moet zelf gaan snijden. Dat zou wel eens ten koste kunnen gaan van de grootouders die officieel als ’gastouder’ te boek staan en een vergoeding krijgen voor het oppassen.
De 59-jarige Rotterdamse Frankhuizen vangt een 7-jarige tweeling op. Dat deed ze vanaf hun geboorte al eenmaal per week, voor niks. „Want ik doe het met liefde.” Toen kwam in 2005 de Wet op de Kinderopvang. Die maakt het mogelijk én heel voordelig voor ouders om hun oppasopa’s en -oma’s formeel te belonen.
„In eerste instantie wou ik geen geld, maar mijn dochter drong erop aan. Ik denk dat het voor haar zo makkelijker is om een beroep op mij te doen”, zegt Frankhuizen. Tegenwoordig past ze met haar man 2,5 dag per week op de kinderen. Hun dochter besloot namelijk méér dagen te gaan werken en maakte carrière als inspecteur bij de politie.
Die carrière had zij anders niet kunnen maken, zegt Frankhuizen. „Bij de buitenschoolse opvang moet je de kinderen vóór zessen ophalen. Wat als een vergadering uitloopt? En als ze eens koorts hebben?”
Het aantal mensen dat als gastouder op kinderen past, groeide dit jaar met maar liefst 113 procent. Dijksma laat onderzoeken hoe deze groei – en die van andere kinderopvang – te verklaren is. Zijn de nieuwe gastouders vooral opa’s en oma’s?
Sander Wiese van het bureau Trumpy Gastouderopvang in Wateringen heeft geen cijfers: „Maar een flink percentage van mijn bestand is directe familie.” Hij verwacht niet dat het aantal ’gastoma’s en -opa’s’ zo sterk blijft groeien. Als ze bij een gastouderbureau staan ingeschreven – en dat is voorwaarde voor de subsidie – moeten de grootouders namelijk aan allerlei regels voldoen. „Ze moeten bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent Gedrag overleggen. Dat roept weerstand op.”
Oma Frankhuizen is gewend aan de formele beloning. Het is geen vetpot: omdat ze twintig uur per week in een zorgcentrum werkt, wordt de oppasvergoeding bij haar salaris geteld en extra belast. Netto houdt ze 75 euro per kind per maand over.
De hogere kosten voor kinderopvang lijken niet te leiden tot meer arbeidsparticipatie van vrouwen. Maar Frankhuizen gelooft dat gastgrootouders een belangrijke bijdrage leveren aan de carrière van hun kinderen: „Als ik zie hoe mijn collega’s moeten leuren met hun kinderen. Hun leven zou makkelijker zijn met een oppasoma of -opa.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.