*

 

Sterretjes

Koos Dijksterhuis − 12/02/08, 00:00

Ieder jaar gebeurt het en het verveelt nooit: de eerste lentedagen! Merels, mezen, roodborstjes, spreeuwen, heggenmussen zingen... Ik heb nog geen vinkenslag gehoord: de riedel van hoog naar laag die eindigt met een zwieper omhoog, als een tikkie terug. Wel zag ik vinken druk in de weer, luid roepend. Koolmezen inspecteren nestkastjes. Reigers nestelen in landgoed Ekenstein bij Appingedam.

Ook lezer Meint Mulder had reigers zien nestelen. Twee keer zag ik romantisch gestemde eenden. Eén stelletje buiten, één in de bebouwde kom (naast ons huis). Beide duo’s dobberden tegenover elkaar. De woerd knikte met zijn kop; een kennelijk onweerstaanbaar gebaar. Het vrouwtje antwoordde bevestigend en hopla. De daad is bij vogels vaak een kwestie van seconden. Ook deze eenden maakten vooral werk van het voor- en naspel. Dat laatste bestond uit veel geschud van veren, nadat de woerd gestrekt in lage houding een baantje door de sloot trok. Niks brute verkrachting – die beschuldiging van gisteren zit me nu een beetje dwars.

De koppen van aalscholvers kleuren steeds witter, die van kokmeeuwen steeds zwarter.

Maar de lentigste lentekriebels krijg ik toch altijd van klein hoefblad. Ik ken iemand die dat plantje als woekeraar uit zijn (toch wilde) tuin verjoeg. Ik bood onze tuin aan als opvangcentrum. Die ronde, heldergele sterretjes op hun geschubde poten, zomaar uit de grond, nog geen blad – prachtig. Dat blad wisselt straks de bloemen af.

Als ze buiten lopen, eten onze cavia’s dat blad. Die eten namelijk vrijwel alle bladeren. Klein hoefblad lijkt me onschadelijk. Sterker nog: de wetenschappelijke naam Tussilago farfara verwijst naar heilzame eigenschappen. Het betekent iets als hoest verjagen. Cavia’s vatten zomaar een koutje en niezen daar uitbundig bij. De onze niezen haast nooit.

In onze tuin is klein hoefblad een welkome kostganger

mailIcon print |