*

 

Milieubelastingen hangen prijskaartje aan vervuiling

Mirjam de Rijk − 26/06/08, 00:00

Moet milieubelasting zorgen voor vergroening? Nee, wel voor socialer beleid.

Is milieubelasting goed voor het milieu of wordt alleen de schatkist gespekt? De discussie in de media beperkt zich vooral tot deze vraag. Deze week praat de Tweede Kamer over de verpakkingenbelasting en de vergroening van de belastingen in 2009. Volgens mij zetten tegenstanders van milieubelastingen bewust oogkleppen op.

Milieubelastingen zijn er niet voor niets. Ze hangen een prijskaartje aan de milieukosten van goederen en diensten volgens het principe ’de vervuiler betaalt’. De overheid kan dit op twee manieren doen. Ze kan milieubelastingen invoeren en verhogen, zoals de energiebelasting, of zij kan in bestaande belastingen onderscheid maken naar milieuvervuiling. Zo geldt er een lagere bijtelling voor schonere en zuinigere lease-auto’s en is de aanschafbelasting (bpm) voor zulke auto’s lager. Milieubelasting vergroot het verschil tussen schoon en vies en maakt milieuonvriendelijk gedrag duur. De zwaarste vervuiler betaalt het meeste, dat is eerlijk. Bij auto’s werkt het al. Hybride auto’s zijn niet aan te slepen. En dat prikkelt de industrie om alle auto’s schoner en zuiniger te maken.

Om gedragsverandering teweeg te brengen, bij consumenten of producenten, moet de belasting niet te laag zijn. De net ingevoerde belasting op verpakkingen zou tien keer zo hoog moeten zijn, dan pas heeft het zin. Denemarken heeft al zo’n stevige belasting, daar neemt de hoeveelheid verpakking ieder jaar af.

Als een blik soep 15 of 20 cent duurder wordt dan een glazen pot, weet de consument wel wat hij kiest. Dan zal de verpakkingenindustrie meer haar best doen om milieuvriendelijkere verpakkingen te bedenken en te maken. Maar zelfs als er niet meteen milieueffect is, zijn milieubelastingen goed te verdedigen. Het is immers veel logischer om belasting te heffen op wat we als samenleving niet willen (vervuiling) dan op wat we wel willen (arbeid, winst). Belasting op vervuiling en uitputting van natuurlijke hulpbronnen schept financiƫle ruimte om de belasting op arbeid en winst te verlagen. Dus aan de ene kant de vliegtax en meer belasting voor benzineslurpers, aan de andere kant lagere WW-premies, lagere inkomstenbelasting en minder belasting op winst. Deze verschuiving bevordert werkgelegenheid en investeringen waardoor de welvaart toeneemt. Dat punt wordt stelselmatig door tegenstanders van milieubelastingen genegeerd. Het is jammer dat het kabinet deze verschuiving onvoldoende laat zien aan de belastingbetaler. Lagere belastingen voor de sociale zekerheid, inkomsten of winst blijven buiten beeld.

Critici roepen dat milieubelastingen pas deugen als de opbrengst rechtstreeks naar milieumaatregelen gaat. Dat lijkt logisch maar het is een onterechte eis: de accijnzen op sigaretten worden toch ook niet alleen gebruikt voor de bestrijding van longkanker? In Nederland gaan alle belastingen gewoon naar de schatkist, of het gaat om inkomstenbelasting, accijnzen op alcohol en tabak of de milieubelastingen. Het kabinet, gecontroleerd door de Tweede Kamer, bepaalt hoe deze algemene middelen worden gebruikt: voor milieubeleid, zorg, onderwijs. Anders krijg je trouwens perverse effecten: hoe meer er gevlogen wordt, hoe meer geld er is voor milieubeleid.

Belasting ophalen moet toch. Het is veel logischer om die belastingen deels te heffen op zaken die we willen ontmoedigen, zoals milieuvervuiling en energiegebruik. Het is jammer dat tegenstanders van milieubelastingen deze logica niet wensen te begrijpen.

mailIcon print |