Een koelkast, een televisie of een wasmachine zijn niet meer weg te denken uit onze geautomatiseerde huishoudens. Bovendien hebben ze gemeen dat ze meestal op onverwachte momenten de geest geven. Dan moet je wel geld achter de hand hebben om zo’n inmiddels onmisbaar apparaat te vervangen. Volgens het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) ontbreekt het nog wel eens aan zo’n appeltje voor de dorst. Nederlanders moeten meer sparen, is de boodschap van hun recente onderzoek ’Achter de Hand’.
Dat is bijna niet voor te stellen. Nederlanders zijn al zo’n beetje wereldkampioen sparen. En dat is beslist geen incident. Al sinds jaar en dag zijn wij gewoon ons geld op te potten, voorheen letterlijk in potjes en blikjes, nu op allerlei spaarrekeningen. Volgens de laatste cijfers van De Nederlandsche Bank (januari 2008) hebben wij met zijn allen 250 miljard euro op dat soort rekeningen staan. „Dat cijfer geeft een vertekend beeld”, zegt een woordvoerster van het Nibud. „Het is voornamelijk sparen voor de lange termijn, pensioenen bij voorbeeld. Wat de gemiddelde Nederlander nodig heeft, is een bedrag waarvan ze zo’n tien jaar afblijven, voor de huisinventaris, voor de auto. Dat lukt echter steeds slechter. We hebben nog al eens de neiging om weggelegd geld weer snel uit te geven. Vakanties staan daarbij bovenaan, maar mensen vergeten dan dat ook de koelkast stuk kan gaan.”
Volgens het onderzoek geeft negentig procent van de ondervraagden te kennen ook graag een buffer voor onverwachte uitgaven te willen hebben. Slechts de helft van die negentig procent heeft zo’n buffer. Vandaar dat het Nibud aandacht vraagt voor het appeltje voor de dorst. Een echtpaar met twee kinderen, een koopwoning en een gezamenlijk netto inkomen van euro 2900 zou moeten streven naar een potje van euro 15.100. Daarvan kan de kapotte koelkast of de nieuwe bank worden betaald, zonder dat het lopende huishoudbudget in gevaar komt. Voor een alleenstaande met een huurwoning en een inkomen van euro 1800 netto is een potje van euro 6300 aan te bevelen, stelt het Nibud. „Je hebt natuurlijk al spaarzame types, maar ook mensen met een gat in hun hand. Deze aanbevelingen vormen de grootste gemene deler qua leeftijd, inkomen en woonsituatie.’’
De reacties op allerlei financiële websites zijn niet van de lucht. ’Geef mij zo’n inkomen van euro 1800’ of ’Waar vind ik zo’n baan, dan kan ik eindelijk sparen’ zijn nog een paar van de aardigste tussen de vele scheldpartijen.
De Nibud-zegsvrouw kent deze reacties. „Mensen hebben vaak geen idee waaraan hun budget opgaat. Via de bufferberekenaar op onze website (www.nibud.nl) kunnen ze dat inzicht krijgen. De bedoeling is dan dat ze geld overhouden om te gaan sparen. Van een modaal inkomen – euro 2500 per maand – zou toch euro 150 moeten kunnen weggelegd, maar minder mag natuurlijk ook. De bedragen die genoemd worden in ons onderzoek zijn streefbedragen en ook ruim genomen. Die hoef je ook niet in één keer weg te zetten. Je kunt er gerust een aantal jaren over doen om die bedragen bij elkaar te sparen.”
Sparen voor onvoorziene uitgaven is altijd handig. Geld lenen voor de plotselinge aanschaf van een koelkast maakt die kast extra duur. En met de almaar stijgende rentepercentages die nu op spaarrekeningen worden vergoed wordt de koelkast alleen maar goedkoper.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.