*

 

Beugel maakt lelijk mens niet meteen heel mooi

Dorien Pels − 25/01/08, 00:00

Een beugel maakt een mens maar iets mooier. Orthodontisten moeten de verwachtingen daarom afremmen.

Je wordt wel mooier na een beugel, maar niet véél mooier. Het is misschien slecht nieuws voor de 43 procent van de twaalfjarigen die momenteel rondlopen met zilverkleurige slotjes op hun tanden, lipbumper of buitenbeugel vastgemaakt op het hoofd of via een nekband.

„Mooi is een subjectief begrip. Daar hoort ook bij of iemand sprekende ogen heeft, of een volle bos haar. Het gebit is wel belangrijk, maar slechts een onderdeel”, zegt de Belgische orthodontist Rosemie Kiekens die binnenkort aan de Universiteit Nijmegen op het onderwerp promoveert. „Maar helemaal ontmoedigend zijn de resultaten van mijn onderzoek niet, hoor: je krijgt er sowieso een mooiere tandstand van en je wordt er ook wel iets mooier van.”

Kiekens legde een serie foto’s van mensen voor en na de behandeling voor aan panels. Iedereen vond de personen meestal wel een beetje mooier na behandeling dan ervoor. Wel was er een verschil in hoe mooi. Het bleek dat orthodontisten kritischer zijn dan leken.

Kiekens, die 26 jaar orthodontist is en een praktijk heeft in het Belgische Roeselare: „Uiteraard zijn orthodontisten iets minder snel tevreden. In hun oordeel of het mooi is geworden wegen ze mee of de tanden netjes op elkaar passen. Ze zijn extra kritisch omdat het hun vak is.”

Belangrijkste conclusie van Kiekens is dat orthodontisten hun patiënten goed duidelijk moeten maken wat de beperkingen zijn van een behandeling. „Orthodontisten gaat het uiteraard om een mooi gebit, maar ook om de functionaliteit ervan: hoe zorg je dat een gebit beter werkt en gezond blijft. Dat je ook mooier wordt, is niet het allerbelangrijkste.”

Volgens Kiekens is het belangrijk dat de behandelaars de al te hoog gespannen verwachtingen bij hun patiënten wat afremmen. „Een orthodontist kan van een lelijk mens met lelijke tanden, geen mooi mens maken met mooie tanden. Wel een lelijk mens met mooie tanden.”

Duidelijk zijn naar de patiënten toe is belangrijk, zegt ook Anne-Marie Renkema van de Vereniging van Orthodontisten. Zij was niet betrokken bij het onderzoek, maar herkent deze uitkomst wel. „Als iemand smalle tanden heeft, kunnen we die keurig rechtzetten, maar een McCleansgebit wordt het niet.”

Voorheen gebeurde het wel dat tanden na de behandeling weer terug gingen in hun oude stand. Volgens Renkema gaat dat de laatste jaren steeds beter door een techniek waarbij een draadje achter de tanden wordt geplakt. In Renkema’s praktijk adviseert ze haar patiënten de draadjes na de behandeling permanent te laten zitten.

„Iemand kan wel een wat meer natuurlijk gebit willen in plaats van kaarsrecht, maar we kunnen niet een paar tandjes wat schever zetten. Je moet het ook zien als een gebouw: om het helemaal sterk te houden, moeten alle stenen goed zitten.”

mailIcon print |