Kosovo stuurt aan op onafhankelijkheid, nu moeten de inwoners nog op zoek naar een nationale identiteit. Het Westen zou graag zien dat multi-etniciteit daarbij een belangrijke rol speelt. Maar dat wordt moeilijk in een gebied waar Albanees nationalisme de boventoon voert.
Zo’n zestig werknemers staan in een stoffige fabriekshal achter lange tafels de beste tabaksbladeren te selecteren voor de productie van JFK-sigaretten. De letters verwijzen naar ’Just for Kosovo’, een nieuw sigarettenmerk dat sinds enkele maanden in Kosovo op de markt is. De arbeiders vormen een gevarieerd gezelschap van jong, oud, man en vrouw.
Naast Albanezen werken er ook Serviërs, zoals Milo Tomic: „Samen werken gaat goed, we praten over alles, behalve over politiek!” De tabaksfabriek is met achthonderd werknemers één van de grootste werkgevers in Gjilane, een kleine stad zo’n 45 kilometer van de hoofdstad Pristina.
Dit zouden promotiebeelden kunnen zijn voor het Kosovo dat westerse landen, voorstanders van onafhankelijkheid, voor ogen hebben. Albanezen en Serviërs die samen werken aan sigaretten die in eigen land worden geproduceerd.
De werkelijkheid ziet er voorlopig anders uit. Kosovo is een verdeeld gebied zonder status en identiteit. De Albanezen, die veruit de meerderheid van de bevolking vormen, willen onafhankelijkheid, de Serviërs willen dat Kosovo een autonome provincie van Servië blijft. De twee groepen staan recht tegenover elkaar.
Ook de sigarettenfabriek gelooft niet in multi-etnische sprookjes. De slogan ’Just for Kosovo’ is bedacht op een hoofdkantoor in Johannesburg, en volgens directeur Martin Charteris is het geen goed idee om de fabriek te positioneren als multi-etnische werkgever.
„Ik neem mensen aan omdat ze goed zijn. Ik wil geen problemen creëren of een issue maken van het feit dat wij Serviërs en Albanezen aannemen. Als we dat doen, gaan de radicalen het tegen ons gebruiken en dat zou slecht zijn voor ons imago.”
Vooralsnog is ’de Kosovaar’ een ’lege uitdrukking’, zegt Migjendi Kelmendi, hoofdredacteur van het weekblad Java. „In het Oxford-woordenboek kun je de betekenis van de Kosovaar al vinden. Maar als je hier iemand vraagt of ze Kosovaar zijn, zal hij antwoorden: nee, ik ben Albanees. Of: nee, ik ben Serviër.”
Kelmendi startte in 2001 als eerste het debat over de Kosovaarse identiteit door aan lezers te vragen ’Wie is de Kosovaar’? Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht wordt het identiteitsdebat alleen maar belangrijker, vindt hij: „Het is een heel moeilijke taak, maar cruciaal voor onze toekomst.”
De hoofdredacteur denkt dat Kosovo er niet omheen kan zichzelf te definiëren als een multi-etnische staat. „Europa is ons uiteindelijke doel. Dus we moeten een maatschappij opbouwen die gebaseerd is op normen en waarden, mensenrechten en multi-etniciteit.”
Volgens Kelmendi had de eerste Kosovaarse president, de inmiddels overleden Ibrahim Rugova, daar best goede ideeën over. „Rugova gebruikte traditionele waarden, zoals de bereiding van oude gerechten, of een nieuw ontwerp van een vlag, om inwoners van Kosovo te verenigen. Hij probeerde een gevoel te creëren dat bepaalde waarden aan onze cultuur toebehoren.”
De huidige politici proberen, ook onder druk van het Westen, de ideeën van Rugova verder uit te werken. Zoals de jonge Hajredin Kuçi, de tweede man van de politieke partij PDK. De PDK van voormalig UCK-leider Hasim Thaci won afgelopen november de verkiezingen.
Kuçi bewijst in zijn kantoor in Pristina lippendienst aan de ideeën van de westerse landen die Kosovo steunen. „We zullen de staat een soort van administratieve identiteit geven, waarin alle inwoners van de verschillende etniciteiten worden gerespecteerd. We willen nationalistische inmenging en emotionele toestanden verkomen.”
De nieuwe staat heeft daarom ook een ’neutrale’ vlag en volkslied nodig. De inwoners van Kosovo zijn via advertenties in kranten opgeroepen ontwerpen in te sturen. Kuçi zegt al duizend reacties te hebben ontvangen, ook uit Servië. „We gaan in ieder geval niet de kleuren van de Albanese of Servische vlag gebruiken. Ook de zwarte adelaar komt niet terug. We zijn op zoek naar nieuwe symbolen voor onze nieuwe staat.”
Het klinkt als verre toekomstmuziek, want momenteel domineert de Albanese vlag met de zwarte adelaar het Kosovaarse landschap. De lege weilanden langs de wegen zijn bovendien bezaaid met UCK-monumenten. Het zijn heroïsche standbeelden van soldaten en UCK-leiders, die hun leven hebben gegeven in de strijd tegen de Servische troepen van Slobodan Milosevic.
Sommige van de kunstwerken zijn gemaakt door beeldhouwer Fatmir Gjakova, een lange man met woest grijs haar. De ene na de andere sigaret verdwijnt onder zijn lange snorharen, die tot aan zijn onderlip krullen. Zijn rommelige tuin en woonkamer staan vol standbeelden en portretten van Albanese krijgsheren, intellectuelen en helden.
De beeldhouwer gelooft, net als veel andere Kosovaren, in de overheersende Albanese cultuur en traditie in de regio. „De Serviërs hebben een nieuwe cultuur op die van ons geschminkt. Kosovo is Albanees.”
Migjen Kelmendi, de hoofdredacteur van Java, legt uit hoe diep dit beeld geworteld is in de geesten van de Albanese meerderheid in Kosovo: „We bouwen een maatschappij op oorlogsherinneringen en nationalisme. Dat komt doordat we hier zijn grootgebracht met het idee dat we in een groot Albanië zouden moeten wonen, dat door vijanden is opgedeeld in vijf staten.”
„Als er gerechtigheid zou zijn voor de Albanezen, zouden we allemaal in die mooie grote Albanese staat wonen. Wie daar niet in gelooft, wordt gezien als een verrader.”
„Wat de EU en de VS hier proberen te creëren is een klucht”, zegt beeldhouwer Gjakova dan ook. „Kosovo is geen multi-etnische staat.” Gjakova meent dat er alleen ruimte is voor andere etnische groepen, zolang ze de Albanese geschiedenis respecteren. „Als ik nu een kunstwerk moest creëren voor het onafhankelijke Kosovo, zou ik een grote boom maken met zichtbare (Albanese) wortels. In de takken zou ik een leeg boek leggen waar we een nieuw hoofdstuk van Kosovo kunnen beginnen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.