*

 

Economische groei splijt Tibet

Janne Chaudron − 12/06/08, 00:00

De Chinese overheid zegt de regio Tibet voorspoed te brengen. Maar of Tibetanen echt profiteren van de investeringen uit Peking is de vraag. Het meeste geld blijkt bij Chinese migranten terecht te komen.

De Chinezen pronken graag met het economische groeicijfer van Tibet, afgelopen jaar zo’n 14 procent. Politici kunnen het niet laten eraan toe te voegen dat ook de ’gewone’ Tibetaan profiteert van de economische groei. Want, zeggen Chinese politici, steeds meer Tibetanen kunnen zich een biefstuk veroorloven. Veel van hen hebben nu een mobiele telefoon en ze houden geld over voor een avondje uit in een karaokebar.

De economische groei wordt mede veroorzaakt door het grote aantal toeristen dat naar de regio trekt. Afgelopen jaar waren dat er zo’n 2,8 miljoen, een record. In Lhasa, de hoofdstad van Tibet, schieten de hotels, restaurants en massagesalons als paddestoelen uit de grond.

De economische modernisatie van Tibet is volgens de Chinezen niet alleen te danken aan het toerisme. Het pronkstuk voor Chinese politici is de ruim duizend kilometer lange spoorlijn die China verbindt met de geïsoleerde bergregio. De Chinezen investeerden ruim vier miljard dollar in het project, dat in 2006 geopend werd.

„De spoorlijn is zeer belangrijk voor de economische en sociale ontwikkeling van Tibet”, zei president Hu Jintao onlangs. „Het project heeft als doel dat wij (China, red.) de mogelijkheid hebben om iets te doen voor achtergestelde mensen in de wereld.”

De treinverbinding – die wordt gebruikt voor het vervoer van grondstoffen, toeristen en zakenmensen – heeft veel werkgelegenheid gecreëerd. De mijnbouw, die zich vooral ontwikkelt langs het spoor, groeit. Steeds meer buitenlandse bedrijven investeren in de regio. Kortom: Chinese politici vinden dat investeringen tot nu toe meer goed dan kwaad hebben gedaan.

„De Chinezen hebben een belangrijke rol gespeeld bij de modernisatie van Tibet”, zegt Yongjun Zhao, verbonden aan het Centre for Development Studies van de Rijksuniversiteit Groningen. Zhao onderzoekt de gevolgen van de landhervormingen in China.

„Vanaf de jaren negentig, toen China besloot zijn westelijke provincies te moderniseren, heeft Tibet zich in een sneltreinvaart ontwikkeld”, zegt Zhao. „De Chinezen veranderden het belastingstelsel, verbeterden sociale zekerheden en brachten technische kennis omdat steeds meer Chinese migranten naar Tibet trokken. Voor die tijd was het een zeer primitieve economie.”

De dalai lama, de geestelijk leider van Tibet, vindt de Chinese aanwezigheid in het gebied daarentegen een bedreiging voor het voortbestaan van de Tibetaanse cultuur. Deze week riep hij Europese hoogwaardigheidsbekleders opnieuw op om mensenrechten te laten prevaleren boven economische belangen. Want economische ontwikkeling is belangrijk, maar iedereen, óók de Tibetanen, moeten kunnen profiteren, is zijn stelling.

Ook verscheidene niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), zoals de International Campaign of Tibet (ICT), maken zich zorgen over de Chinese inmenging. Immers, stellen zij, de goede banen worden ingepikt door Chinese migranten. In een rapport over de economische gevolgen van de spoorlijn schrijft ICT dat Chinese autoriteiten voor de hoge posities bij de aanleg van de spoorlijn vooral gebruikmaakten van Chinese migranten. „De oorspronkelijke bewoners van Tibet worden achtergesteld omdat er amper geïnvesteerd wordt in training en onderwijs. Voor de ’goede’ banen is Chinees de voertaal, maar veel Tibetanen spreken dat niet en komen niet in aanmerking voor een hoge post”, staat in het rapport.

In de Tibetaanse economie is sprake van een enorme tweedeling, mede veroorzaakt door Chinese investeringen, zegt econoom Andrew Martin Fischer, verbonden aan de London School of Economics en Tibet-specialist. Hij publiceerde het boek ’State Growth and Social Exclusion in Tibet: Challenges of recent economic growth’.

„De economie ontwikkelt zich in twee snelheden. De arme landbouwsector, waar 85 procent van de Tibetanen werkzaam is, ontwikkelt zich amper. En je hebt de moderne economie, die zich vooral manifesteert in de steden met een groot overheidsapparaat, diensten, een moderne bouwsector en steeds meer faciliteiten voor toeristen. Daar heeft de groei van de afgelopen jaren voornamelijk plaatsgevonden, mede gefinancierd door Peking. Het platteland heeft hier niet of nauwelijks van geprofiteerd”, aldus Fischer.

Terwijl in alle andere provincies in China het verschil in inkomen tussen stad en platteland langzaam afneemt door plattelandshervormingen, neemt dat in Tibet juist toe. Het inkomen van een stedeling ligt maar liefst vijf keer hoger dan dat van een Tibetaanse boer.

Tibet is voor China van enorm economisch belang, zegt Zhao van het Groningse Centre for Development Studies. „De regio bezit veel natuurlijke grondstoffen (zo’n 40 procent van alle grondstoffen aanwezig in China, red.) zoals koper, goud en chroom.” Fischer: „De mijnbouw gaat inderdaad een steeds belangrijkere rol spelen in de economische ontwikkeling, maar in werkelijkheid bepaalt deze sector nog maar een procent van alle investeringen.”

Daarnaast wijst Fischer op het groeiend belang van water. De Yangtze, een zeer belangrijke rivier voor China, ontspringt in het Tibetaanse hoogland. „Water zal voor de Chinezen een steeds belangrijkere rol spelen bij het opwekken van energie. Maar door klimaatverandering en urbanisatie staan sommige rivieren grote tijden van het jaar droog en kampt het platteland met ernstige watertekorten. Ook schoon drinkwater wordt door vervuilde rivieren steeds schaarser in China. Verliest China zijn controle over Tibetaanse hoogland – in theorie niet de Tibetaanse autonome regio, maar in praktijk voornamelijk bevolkt en in handen van de Tibetanen – dan verliest het ook controle over belangrijke waterbronnen.”

Maar de industrialisatie van Tibet is volgens Fischer niet het ultieme doel voor de Chinezen. „Zowel ngo’s als de Chinese overheid zijn gebaat bij het onder de aandacht brengen van economische ontwikkeling van Tibet. De overheid, omdat het kan pronken met groeicijfers. Ngo’s, omdat ze kunnen aantonen dat door de economische invasie van de Chinezen het gat tussen rijk en arm steeds groter wordt, waarbij het overgrote deel van de armen wordt gevormd door Tibetanen. Juist die primitieve en oorspronkelijke plattelandscultuur willen de Chinezen behouden omdat het veel toeristen trekt. Wat dat betreft zien ze Tibet als een soort natuurpark waar de mensen nog in primitieve omstandigheden leven.”

Maar de belangrijkste reden om de regio te behouden, heeft volgens Fischer te maken met zijn strategische ligging: in de bergen en grenzend aan een belangrijk land als India . „Die enorme economische groei in Tibet wordt voornamelijk veroorzaakt door subsidies vanuit Peking. In 2005 bedroegen deze subsidies maar liefst 120 procent van de economie.”

Opvallend is dat met name de dienstensector kon rekenen op enorme financiële ondersteuning vanuit Peking. Deze sector groeide van 34 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 1995 tot maar liefst 56 procent in 2005. Ter vergelijking: de bijdrage van de landbouw aan het bbp daalde van 42 procent in 1995 tot 19 procent in 2005. De industrie bleef met 20 procent constant.

Fischer: „Die enorme toename van de dienstensector wordt voornamelijk veroorzaakt door uitgaven aan het leger. Het lijkt erop dat China in deze strategische bergregio een enorm veiligheidsapparaat aan het opbouwen is. Hoewel de Chinese overheid blijft benadrukken dat de spoorlijn een economisch doel dient, lijkt ook deze investering tegemoet te komen aan dat veiligheidsapparaat. Deze investering heeft zich namelijk nog lang niet uitbetaald en ik verwacht niet dat daar snel verandering in komt.”

De Chinese subsidies dienen opnieuw voornamelijk Chinese migranten in plaats van Tibetanen. „Lokale initiatieven en investeringen van Tibetanen, niet gesteund door de Chinezen, spelen maar een zeer beperkte rol bij de economische groei van Tibet”, zegt Fischer. „Het ambtenarenapparaat en het leger wordt opgevuld door Chinezen. Zij zijn degene die profiteren van subsidies. Juist in de landbouw en het onderwijs is veel geld gewenst, maar daar geven de Chinezen weinig aan uit. De meeste Tibetanen die in de afgelopen maanden protesteerden tegen de Chinese overheersing stelden dan ook de vraag: ontwikkeling ja, maar tegen welke prijs?”

mailIcon print |