*

 

Waarom is berekening zo slecht?

Ger Groot − 03/01/08, 00:00

Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een polemische column. Reageer op trouw.nl/meer.

Wie dit leest, mag een zucht van verlichting slaken: weer een kalenderjaar overleefd. Vanzelfsprekend is dat tenslotte niet. Een aanstormende auto had ons kunnen grijpen, een gemene ziekte ons kunnen overweldigen, we hadden vastgoedhandelaar kunnen zijn of een nét iets te jaloerse partner kunnen hebben.

Wie dit leest is dat allemaal niet overkomen en dat is een hele opluchting. Er zijn er zelfs die er God voor danken.

Dat laatste is een beetje een probleem. Want hoe zit het in de goddelijke boekhouding met al diegenen die het afgelopen jaar niet hebben overleefd? Zij hebben geen reden tot danken – en kunnen dat ook niet, want ze zijn dood. Op zijn best loven en prijzen zij God als onsterfelijke ziel, opgenomen in de hemelse heirscharen.

Die berekening heeft altijd als een doem over de religieuze dankbaarheid gehangen. Bestrijders van de godsdienst hebben er een verfijnde vorm van egoïsme in gezien: een argument temeer dat mensen als atheïst eerlijker af zijn. Want is ze niet een belediging van al diegenen die op verschrikkelijke wijze zijn omgekomen of op godvergeten wijze lijden? Zo werd de misplaatste dank zelfs een argument tegen Gods eigen goedheid. Een Almachtige die zoveel ellende liet gebeuren moest wel een hemeltergende sadist zijn, tegen wiens kwade inborst geen theodicee was opgewassen.

Ook de zalvende godsdienstboekjes waarmee generaties lang de dood van kinderen werd goedgepraat als een ultieme blijk van de liefde van God, die de kleintjes het liefst zo snel mogelijk bij zich had, kunnen op deze striemende kritiek rekenen.

Toch is die niet terecht. De woede om zoveel cynisme ziet licht over het hoofd dat deze verhalen uiteindelijk geboren werden vanuit eenzelfde woede waarvan de formulering ons wezensvreemd geworden is. Ook het beroep op Gods liefde getuigt van het diepste verdriet en een machteloze opstandigheid – die het hele bestaan kunnen vergallen wanneer ze niet bezworen worden. Hoe verder te leven na de dood van je kind waaraan niets meer te doen valt? Dan prevelen mensen dat de Here heeft gegeven én genomen, in een poging zich neer te leggen bij wat eigenlijk onleefbaar is.

Zelf overtuigd atheïst, denk ik dat dát de betekenis van die zo vaak gesmade formule is. Daar komt geen berekening aan te pas – zoals dat ook niet het geval is bij de dankbaarheid van wie nèt het vliegtuig gemist heeft dat kort daarna blijkt te zijn neergestort. Dat zijn plaats vermoedelijk is ingenomen door een ander die dus wèl is omgekomen, doet daaraan niets af.

Zo heeft ook de neerlandica Bettine Siertsema in het afgelopen jaar vastgesteld dat Auschwitz-overlevenden onder hun helse ervaringen gewoonlijk het geloof niet verloren hadden. De twijfels en de schuld jegens de gestorvenen kwamen pas later, toen het leven niet meer beheerst werd door levensbedreigende pijn die om een even onmiddellijk antwoord vroeg.

Ik betwijfel of die koelere calculatie zoveel deugdzamer is dan de ruimhartige dankbaarheid. Tegenover de ridderlijkheid van die laatste heeft ze iets miezerigs. In het rekenen vindt ze haar onweerspreekbare gelijk, maar ze lijkt niet meer te voelen waarover ze het eigenlijk heeft.

Een cultuur die calculerende burgers voortbrengt, schept ook calculerende gelovigen – die dan al snel ophouden dat te zijn, om vervolgens alleen nog maar te rekenen. Zelfs de atheïst in mij vindt dat geen vooruitgang. Liever telt hij zijn zegeningen, dankbaar voor het feit dat hij er in het nieuwe jaar nog is – al weet hij niet goed tegenover wie of wat.

mailIcon print |