amsterdam – Aarzelend geeft Hilary Kipkoge, negentien jaar, het toe: ook hij sjouwde op Nieuwjaar matrassen naar een kerk waar dorpsgenoten van het Kikuyu-volk in zaten. De met benzine doordrenkte matrassen staken ze daarna in brand. Er vielen vijfenveertig tot vijftig doden.
„We wilden alleen de actieve mannen doden”, vertelt Kipkoge Trouw-correspondent Roman Baatenburg de Jong. „Als we hadden geweten dat er zoveel vrouwen en kinderen zaten, hadden we het niet gedaan.”
Kipkoge is een Kalenjin, een van de bevolkingsgroepen in Kenia die zich bestolen voelen nu president Kibaki, een Kikuyu, is herkozen in vermoedelijk frauduleuze verkiezingen.
Na de verkiezingen eind december brak op vele plaatsen in het land etnisch geweld los van diverse volkeren tegen Kikuyu’s. Het platbranden van de kerk in Kiambaa werd er in de media het zinnebeeld van. Het deed immers sterk denken aan soortgelijke voorvallen in Rwanda, tijdens de genocide in 1994, waarbij minstens 800.000 mensen omkwamen.
Maar terwijl daar soms priesters meehielpen bij het moorden, kwam in Kiambaa de pastor op voor zijn mensen terwijl de kerk al brandde. Hij wist enkele kinderen eruit te halen, en toen dat door de hitte niet meer lukte, knielde hij voor Hilary Kipkoge en de anderen neer. Kennelijk was hij geen ’actieve man’, want hij kan het navertellen – met een paar tanden minder.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.