*

 

’Aangifte geeft risico op wraakacties’

Van onze verslaggeefster − 07/02/08, 00:00

utrecht – Slachtoffers van mensenhandel die aangifte doen, worden door justitie nog vaak onvoldoende geïnformeerd, zo blijkt uit de monitor mensenhandel van het Verweij Jonker Instituut.

„Er kleven voor vrouwen grote risico’s aan het doen van aangifte”, zegt Marjan Wijers, een van de betrokken onderzoekers. „Zij zelf, maar ook de familie in het thuisland kunnen de dupe worden van wraakacties van criminelen. Daarover moet justitie de vrouwen voorlichten. De politie is ook wettelijk verplicht om slachtoffers erop te wijzen dat ze drie maanden bedenktijd mogen nemen. In de praktijk gebeurt dat niet of worden vrouwen onder druk gezet om toch gelijk aangifte te doen.”

Bij de Stichting tegen Vrouwenhandel meldden zich in 2006 – het jaar waarover het onderzoek gaat – 570 slachtoffers, waarvan 400 zonder verblijfsstatus, 114 minderjarigen en 28 mannelijke slachtoffers. Slachtoffers zonder verblijfsvergunning die aangifte doen, vallen onder de zogeheten B9-regeling. Dat wil zeggen dat ze in Nederland mogen blijven zolang de strafzaak loopt. Ze krijgen een plek in de opvang.

Wijers: „Regelmatig komen vrouwen er pas achter dat hun zaak geseponeerd is als hun verblijfsvergunning wordt ingetrokken. In theorie kunnen ze daarna een verblijfsvergunning op humanitaire gronden aanvragen, maar die krijgen ze zelden. Dan staan ze onbeschermd op straat. Vaak zijn ze alles kwijt, hun inkomen, hun veiligheid en hun reputatie in het thuisland.”

mailIcon print |