Natuurbeheerders richten zich niet meer op specifieke soorten. Ecosystemen moeten zichzelf in stand houden.
Waar massaal runderen grazen, gaat het niet goed met graspieper, rietzanger en blauwborst. Vogelaars klagen, Vogelbescherming heeft haar bezorgdheid uitgesproken over de verarming van het zompige grasland van de Oostvaardersplassen.
Tussen Almere en Lelystad mogen drieduizend runderen, paarden en edelherten hun gang gaan. De beheerder helpt de beesten alleen als ze stervende zijn, met een geweerschot. Deze aanpak, waarbij een ecosysteem zichzelf in stand houdt, is vrij nieuw. Van oudsher denken natuurbeheerders in het beschermen van soorten, van beestjes en planten. De Vogelbescherming komt op voor vogels, leden van de flora- en faunavereniging VOFF bestuderen planten en bloemen en de Mycologische vereniging zoekt paddestoelen. De zorg voor natuur werd zodoende ook uitgedrukt in het behoud van soorten.
Begin jaren negentig kwam een andere manier van denken op: de gebiedsbenadering. Het Natuurbeleidsplan pleitte voor het inrichten van een samenhangend natuurnetwerk, de Ecologische Hoofdstructuur.
Het streven was te komen tot grotere natuurgebieden die goed met elkaar verbonden zijn. Harry Boeschoten, bij Staatsbosbeheer belast met strategie, zou die omslag niet graag teruggedraaid zien. „Als je hele ecosystemen op een natuurlijke manier in stand kan houden, dan komt het met de soorten die daar thuishoren ook goed.”
In de Oostvaardersplassen is de gebiedsbenadering extreem doorgevoerd. De beheerder spreekt van een ongerept en robuust oerlandschap. Boeschoten: „Nergens in Nederland is een moerasgebied van deze schaal. Het is niet voor niets dat al die ganzen en de zeearend zich er thuisvoelen. En het mooie is dat we de ontwikkelingen niet konden voorspellen. In een jaar van extreme droogte konden de lepelaars niet broeden. Er werd geroepen dat we water moesten inlaten, maar ook droogte hoort bij natuurlijke processen. Mede daardoor hebben lepelaars zich nu ook gevestigd op de wadden.”
Tegenwoordig is natuurherstel hot. Zoet en zout water mogen weer in elkaar overgaan, ook rivierwater mag natuurlijker stromen en afstromen, duinen kunnen weer stuiven. Boeschoten: „Met het oog op de klimaatverandering is dat belangrijk. Hoe natuurlijker en robuuster, hoe meer de natuur kan hebben en hoe minder je hoeft te knutselen en sturen om het in stand te houden. Vogels en planten vinden dan vanzelf hun plek. Het vergroot de veerkracht van ecosystemen. Het zou goed kunnen dat de Oostvaardersplassen straks veel beter zijn toegerust op extremere droogtes en regenval.”
In andere gebieden richt Staatsbosbeheer zich dan wel meer op specifieke soorten. „Ook wij hebben ons best gedaan om in De Meije in Zuid-Holland de vlindersoort zilveren maan terug te krijgen. Ook wij hechten waarde aan boerenland met houtwallen, omdat we dat van vroeger kennen. In die kleinschalige landschappen zijn er sowieso niet zoveel natuurlijke processen om terug te brengen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.