Henri van der Aat neemt vandaag afscheid als interim-manager van de Rabobankploeg. Hij gelooft dat de gemangelde wielersport een zonnige toekomst tegemoet gaat.
In sneltreinvaart herstelde Henri van der Aat (50) het imago van de Rabobankploeg, dat flink was beschadigd door de affaire-Rasmussen. De sportmarketeer pakte het interne systeem van whereabouts aan, maakte zich sterk voor de komst van een biologisch paspoort, creëerde een team rondom de renners en schudde de organisatiestructuur flink op. Bovendien haalde hij de banden met Tourorganisator ASO en de internationale wielrenunie UCI aan.
„Toen ik in augustus de taken van Theo de Rooij overnam, dacht ik een paar maanden in alle rust op ’het huis’ te gaan passen”, kijkt Van der Aat terug. „Binnen twee weken werd duidelijk dat allerlei zaken rigoureus moesten worden aangepakt. Na een huiverige reactie gaf ik vol gas. Ik liep als een olifant door de porseleinkast. Misschien niet tactvol, maar het moest gebeuren. Dat zagen de betrokkenen gelukkig in.”
Aan de hand van het rapport van de commissie-Vogelzang, die de handelwijze van de Rabobankploeg tijdens de Tour de France onderzocht, dichtte hij de gaten in de organisatie van de wielerformatie. „Renners kunnen zelfs via een sms-service aan dopingcontroleurs doorgeven waar ze zich bevinden”, legt hij uit. „Die toepassing hoort bij het interactieve programma dat alle Pro Tour-teams gebruiken. Gehannes met faxen en brieven is verleden tijd.”
Van der Aat ziet de introductie van de ’rennerregisseur’, een ploegleider die intensief contact heeft met individuele coureurs en hun begeleidingsteam aanstuurt, als zijn beste innovatie. „Dat functioneert prima. Niemand doet meer zijn eigen ding, zoals in het verleden. De lat moest hoger. Van een goed wielerteam wilden we uitgroeien tot een van de beste sportploegen ter wereld.”
De introductie van het biologisch paspoort, waarvoor Van der Aat zich internationaal sterk maakte, moet de geloofwaardigheid van de rest van het peloton terugwinnen. „Van een radarcontrole stappen we over naar een trajecttoezicht. Dat systeem gaat de sport opschonen. Het aantal dopingzondaars gaat naar nul zakken. Alleen naïevelingen zullen in de beginperiode nog tegen de lamp lopen. De tweewekelijkse testen maken sjoemelen écht onmogelijk.”
De ingezette koers, zo denkt hij, gaat het cynisme van de volgers langzaam wegnemen. „De wielersport moet nog even door het stof, maar komt snel weer bovendrijven. Nieuwe helden versnellen dit proces.” Van der Aat hoopt dat Rabobank deze boegbeelden voortbrengt. „Met Thomas Dekker, Denis Mentsjov, Oscar Freire en Robert Gesink hebben we talentvolle mannen, die in een blakende vorm steken.”
Na acht tropenmaanden weet Van der Aat dat zo’n positief scenario snel kan veranderen in een thriller. De (valse) beschuldigingen van de Duitse zender ARD over bezoekjes van Raborenners aan een Weense bloedbank dreunen nog na. „Een ziekelijke gang van zaken”, zegt hij. „De ARD gaf later toe voorbarige conclusies te hebben getrokken. Daar kwamen wij ook achter. Een aantal verdachte jongens had in geen zes jaar een voet in Oostenrijk gezet.”
Van der Aat blijft actief voor de Nederlandse wielerploeg. „Ik behartig alle buitenlandse aangelegenheden”, legt hij uit. De oud-bondscoach van de Nederlandse zeilequipe verwacht een volle agenda aan deze diplomatieke functie over te houden. De ban die de UCI heeft uitgesproken over Parijs-Nice (ASO) gaat hem zeker veel werk opleveren.
„Ik kies geen partij”, verklaart hij zijn strategie in de twist. „De criteria van deelname moeten duidelijk worden. Het maakt mij niet uit wie ze opstelt. Als het maar gebeurt. Vernieuwing kan geen kwaad. De organisatoren gebruiken slechts 30 procent van het commerciële potentieel dat de wielersport te bieden heeft. Of Rabobank meedoet aan Parijs-Nice? We hebben ons ingeschreven en willen zeker meedoen. Het is een van de belangrijkste wedstrijden van het jaar. Daar moet Rabobank bij zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.