*

 

OM klaagt aan én beschermt

Adri Vermaat − 01/03/08, 00:00

In het proces tegen de terreurverdachten Hanan S. en Lahbib B. is officier van justitie Bart den Hartigh, naast aanklager, ook hoeder van beiden.

Het deed voor de rechtbank in Rotterdam onwerkelijk aan. Rechters, die prikkelende vragen aan verdachten stellen en uitgerekend de officier van justitie die een einde maakt aan deze zoektocht naar waarheid door voor hen in de bres te springen. „Dit heb ik niet eerder meegemaakt”, zei de oudste rechter en zijn toon verried lichte ergernis en onbegrip.

Zo heel veel wilden de rechters niet eens weten van het echtpaar S. en B., dat wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, verboden wapenbezit en het voorbereiden van aanslagen op politici. Aan Hanan S. vroeg rechtbankpresident Van der Groen waarom zij, als overtuigd moslima, na jaren geen hoofddoekje meer draagt.

S., die evenals haar echtgenoot sinds twee jaar in een beschermingsprogramma voor getuigen is opgenomen, antwoordde, volledig aan de openbaarheid onttrokken door een stellage van schermen en hekwerk: „Vanwege mijn veiligheid.” Voor de verdediging nog maar iets kon inbrengen, was het de openbare aanklager die haar te hulp schoot en de rechters verzocht: „Wilt u dit punt niet verder aanraken, alstublieft”?

Het Openbaar Ministerie (OM) zit met de strafvervolging van S. en B. in een lastige situatie, en het is aan de alerte officier Den Hartigh om de zaak tot een voor justitie én verdachten bevredigend einde te brengen. Dat hij zich van die opgave volledig bewust is, gaf hij aan in de eerste zinnen van zijn requisitoir, dinsdag. Hierin sprak hij van een ’bijzondere strafzaak’ en vulde aan dat S. en B. ’enerzijds een zekere mate van bescherming van het OM genieten, maar anderzijds tevens als verdachten terecht moeten staan’.

De oorsprong van deze spagaat ligt in het strafproces dat eerder, eveneens in Rotterdam maar in een andere rechtbanksamenstelling, plaatsvond tegen Samir A. en vijf medeverdachten. S. en B., die oorspronkelijk tot de groep van Samir A. en de door het echtpaar nog meer gevreesde Nouredine el F. behoorden, traden tijdens dit proces op als kroongetuigen. Zij rekenden af met A., die de djihad predikte en met El F., die op een pleintje in Den Haag liet zien met welke bewegingen je een ongelovige met een mes moet onthoofden.

Al bij een van de eerste verhoren van B. en S. kwam opname in het beschermingsprogramma voor getuigen aan de orde. De machinerie werd in gang gezet en bleef in tact nadat in december 2006 de rechtbank in haar vonnis tegen Samir A. de verklaringen van het echtpaar onbetrouwbaar en ’een vlucht naar voren’ noemde. Hierna besloot het OM om het echtpaar te vervolgen. Uit achtereenvolgende dreigingsanalyses bleek ook nadien dat beiden ’concreet in levensgevaar’ verkeren: leden van de groep van Samir A. noemen hen ’leugenaars en verraders’ .

De raadslieden van het echtpaar illustreren evenzeer het bijzondere karakter van het proces. Een, doorgaans toch gewilde, taakstraf voor hun cliënten wijzen zij nu faliekant af omdat die ’niet te combineren is’ met hun veiligheid.

mailIcon print |