*

 

Hockeyers geven zege uit handen

Fred Buddenberg − 22/08/08, 00:00

De hockeyers liepen tegen Duitsland op schlemielige manier de olympische finale in Peking mis. „Hoe kan iemand zo vrij staan?”

Bij de evaluatie van de verloren halve finale tegen Duitsland zullen vooral over de laatste vijf minuten van de reguliere speeltijd harde woorden worden gesproken. Een kennelijk niet te verhelpen kwaal hield de Nederlandse hockeyers uit de olympische finale. Opnieuw werd een voorsprong in de slotfase van een wedstrijd verkwanseld.

„Dit mag natuurlijk niet gebeuren”, mopperde Timme Hoyng. De middenvelder van Amsterdam had Oranje vier minuten voor het einde op 1-0 gezet na een knappe strafcornervariant. De vierde olympische eindstrijd op rij leek binnen handbereik. „We krijgen daarna meteen een corner tegen en vlak daarna een goal. Dat kan niet. Je weet dat de Duitsers daar ijzersterk in zijn.”

In de verlenging die volgde op de Duitse gelijkmaker van Philipp Zeller werd niet meer gescoord. Ook in de strafballenserie kwam Nederland op voorsprong, mede door twee fraaie reddingen van Vogels. Zijn Duitse collega Weinhold eiste echter de heldenrol voor zich op. De doelman van Rot-Weiss Köln keerde de inzetten van Reckers, Weusthof en Taekema.

Nederland had de wedstrijd al eerder verloren, beaamde ook Jeroen Delmee. De aanvoerder, die tegen Duitsland zijn 400ste interland speelde, vond het onverteerbaar dat de 1-0 in de slotminuten nog werd weggegeven. „Juist dan moet je zorgen dat de organisatie staat en dat was niet het geval. Hoe kan op zo’n moment nota bene een verdediger vrij in de cirkel staan? Duitsers zijn pas verslagen als ze in de bus zitten.”

Delmee (35) was vooral ’heel pissig’, omdat Nederland de laatste tijd vaker winst liet glippen die voor het grijpen lag. Bij de Champions Trophy in Rotterdam incasseerde de ploeg veertien tegendoelpunten, waarvan zeven in de laatste tien minuten. „Na een goal moet je heel scherp zijn. Ik ga ervan uit dat iedereen de goede intentie had. Maar hoe komt dan zo’n tegendoelpunt tot stand? Hoe kan iemand zo vrij staan?”

Het zijn vragen die misschien bij de evaluatie een antwoord krijgen. Het gaat er volgens Delmee niet om iemand de schuld in de schoenen te schuiven. „Zo zitten we als team niet in elkaar, maar er zullen wel mensen op worden aangesproken.” Ook voor Roelant Oltmans had de schuldvraag niet de hoogste prioriteit. De manier waarop de olympische finale was weggegeven, omschreef de bondscoach wel als een ’bittere pil’.

Delmee speelt morgen in de strijd om het brons tegen Australië zijn 401ste en laatste interland. Hij verwacht dat Nederland in staat is om tegen de Australiërs weer voluit te gaan. „Een olympische medaille blijft magisch, ook al wordt het niet de kleur waarop je hoopt”, zei de Brabander, die niet wist of hij een eventuele bronzen plak als een troostprijs moest beschouwen. „Ik denk dat ik over een maand of vijf weet of ik er vrede mee kan hebben.”

De middenvelder van Oranje Zwart heeft al twee gouden (Atlanta en Sydney) en een zilveren (Athene) medaille in bezit. Na zijn vierde olympische halve finale kreeg hij van zijn ploeggenoten een witte badjas, met achterop zijn naam en het getal 400, en voorop de wedstrijd. Gelukkig zonder uitslag. „Ik denk dat ik hem wel zal dragen. Het is toch uniek om 400 interlands te spelen. En het was een memorabele wedstrijd.”

mailIcon print |