*

 

’Stap voor stap’ naar het goud

Antal Crielaard − 22/08/08, 00:00

Verwacht van Maarten van der Weijden geen opgeklopte retoriek. De zwemmer op de lange afstand overwon leukemie, won olympisch goud en dankte zijn artsen.

Er zijn belangrijke overeenkomsten tussen Lance Armstrong en Maarten van der Weijden. Beiden hadden kanker en beiden werden beter.

Er is echter ook een belangrijk verschil. De Amerikaanse wielrenner eiste de genezing voor zichzelf op; als hij na een chemotherapie moest overgeven, kotste hij de kanker naar buiten. Hij, Lance Armstrong, had de kanker een poets gebakken. Hij en niemand anders. En juist daar denkt Van der Weijden anders over.

De Nederlander zwom gisteren op de olympische roeibaan in Peking met machtige slagen naar een gouden medaille. Na tien kilometer borstcrawl in het open water kwam hij als eerste bij de finish. Van der Weijden klom uit het water, stak twee vingers de lucht in en leek eerder verbaasd over dan gelukkig met het olympisch succes. Overal om hem heen maakten mensen vreugdedansjes, oud-olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband voorop.

„Vooraf heb ik natuurlijk gedroomd over het moment dat ik als eerste zou aantikken. Ik had gedacht dat ik gek zou worden, dat ik zou gaan schreeuwen en springen. Maar ik bleef heel rustig. Net als op 12 maart 2001, toen de artsen me vertelde dat ik acute leukemie had. Dat was natuurlijk een dramatisch bericht, maar ook toen reageerde ik heel koeltjes. Ik besloot meteen er het beste van te maken, rustig te blijven. Er was al snel berusting.”

Van der Weijden is een gemakkelijke prater. Hij bedankte gisteren na afloop van zijn gouden race alle mensen die ooit geld hebben gegeven aan het kankerfonds. Hij verwees in zijn antwoorden vrijwel continu naar de ziekte die hem sloopte. Over zijn winnende race: „Ik deed het stap voor stap, net als in de periode dat ik in het ziekenhuis lag. Daar kon ik door pijn en vermoeidheid vaak maar een uur vooruit kijken. Zo heb ik vandaag ook gezwommen. Stap voor stap.”

Over de vergelijking met Armstrong, die de oorzaak van de genezing van teelbalkanker vooral zocht in zijn eigen karakter: „Dat is bij mij heel anders. Ik heb het ondergaan. Ik lag in het ziekenhuis en had vertrouwen in de artsen. Zij hebben mij beter gemaakt. Ik wil hier niet de indruk wekken dat ik zelf mijn ziekte heb overwonnen. Dat is niet zo.”

En over de actie van de Amerikaanse, door kanker getroffen, zwemmer Eric Shanteau, die tegen het advies van zijn artsen in toch deelnam aan de Spelen: „Ik vind het heel kwalijk dat hij op deze manier andere patiënten wil inspireren. Alsof je even kunt wachten met de behandeling als je wat belangrijkers aan je hoofd hebt. Hij is ingegaan tegen het advies van de artsen. Ik wil juist het tegenovergestelde uitdragen. Heb vertrouwen in je artsen en luister naar ze.”

Van der Weijden leverde geen gevecht tegen de ziekte, wil hij maar zeggen. Hij is wars van dat soort valse heroïek. Gisteren in het water van de olympische roeibaan was dat anders. De gouden plak, daar had hij voor gevochten. Jarenlang trainde hij hard, gaf er veel voor op om ondanks zijn medische verleden terug te keren aan de wereldtop. Dit jaar ging zijn ultieme droom in vervulling. Hij werd in Sevilla wereldkampioen op de 25 kilometer.

Dát was zijn doel toen hij in 2001 genezen werd verklaard, na vier chemokuren en een stamceltransplantatie. In die tijd was er nog geen sprake van dat het openwaterzwemmen een olympische status zou krijgen. Met het goud om de hals is Van der Weijden er nu klaar voor, om meer dan ooit, een ambassadeur te worden – zijn verhaal te vertellen. „Het is heel belangrijk om uit te dragen dat kanker niet het einde hoeft te betekenen. Er is altijd hoop op genezing.”

„Daarin wil ik een boegbeeld zijn. De één zegt: Ik heb kanker gehad, ben genezen en wil het er nooit meer over hebben. Maar je kunt ook denken: Het was heel naar, ik heb er veel van geleerd en zal het nooit vergeten. Dat doe ik. Ik zie het als een les die ik altijd met me mee zal dragen.”

mailIcon print |