De bejegening van de Aborigines in Australië is eeuwen slecht geweest; de paus zal er tijdens de Wereld Jongerendagen in Sydney over praten. Jenny Dunne, geboren als ’niet-menselijk wezen’, is Aborigine én katholiek. „Dat ligt dicht bij elkaar.”
Haar vader moet van Ierse komaf zijn, haar moeder is een Aborigine van de stam die Kirraae (’bloedige lippen’) Wurrung (taal) heet, uit West-Victoria. Zelf heeft ze een heel Europese naam: Jenny Dunne.
Dunne is 46 jaar oud en moeder van drie kinderen. De naam van de stam van haar moeder is het enige wat ze heeft overgehouden van de taal van haar Australische voorouders. „Dat vind ik het ergste”, zegt ze. „Je hebt toch recht op je moedertaal?”
Dat recht is de oorspronkelijke bewoners van Australië eeuwen geleden al door Europese kolonisten ontzegd. Dunne: „Tot 1967 waren we niets eens volwaardige mensen, zo stond dat in de wet. Aborigines die hun eigen taal spraken, waren strafbaar. Ik ben in 1962 geboren, dus ik gold toen als een niet-menselijk wezen.”
„De ontdekker van Australië, James Cook, deelde aan Aborigines kleedjes uit, die met pokken waren besmet. Van de Aborigines ging tachtig procent dood, nog voor hun ’ontdekkers’ een schot hadden gelost.”
Jenny Dunne kent de verhalen van haar grootmoeder die altijd bang was om beschoten te worden als ze zich in een rivier ging wassen. En van Aborigine-vrouwen die door blanken werden verkracht terwijl hun mannen, vastgebonden aan een boom, moesten toekijken.
Over de misère die haar eigen moeder heeft doorgemaakt, wil Dunne liever niet praten.
Geminacht, onderdrukt, mishandeld en vermoord: de bejegening van de Aborigines is een lang en vooral donker hoofdstuk in Australië’s geschiedenis.
Daarin speelde de kerk een flinke rol. Tussen 1920 en 1970 werden duizenden Aborigines in reservaten met drang en zonodig dwang de kerk ingeholpen. De christelijke blanken die de dienst uitmaakten, zagen het als hun opdracht de Aborigines te bekeren en van hun nomadische bestaan af te brengen. Om dat te bereiken werden kinderen van hun familie gescheiden en door blanken opgevoed, geboetseerd naar Europees voorbeeld.
Paus Benedictus is al in Australië gearriveerd, maar de Wereldjongerendagen bezoekt hij pas later. Het Vaticaan heeft aangekondigd dat de paus tijdens dat bezoek ingaat op het pijnlijke verleden, zowel tijdens de jongerenmanifestatie als in contacten met de regering.
Jenny Dunne stelt dat op prijs. „Een kerkelijke spijtbetuiging over het missiewerk onder Aborigines zou goed zijn”, zegt ze. Dunne herinnert zich een toespraak van paus Johannes Paulus II uit 1986 in Alice Springs; daar sprak de voorganger van Benedictus zijn diepe droefenis uit over de bejegening van de oude bewoners van Australië.
De kwelgeesten van de Aborigines waren vrijwel zonder uitzondering christen, maar Jenny Dunne is dat ook. Misschien komt het door haar Ierse wortels aan vaderskant, zegt ze over haar katholicisme. En: „Wie ons hebben vervolgd, hebben Jezus niet nagevolgd. De mens heeft nu eenmaal de vrije keus om goed én kwaad te doen.”
Volgens Dunne liggen het katholicisme en het geloof van de Aborigines niet ver uit elkaar. Zo benadrukken beide de zorg voor de schepping. „Oorspronkelijke bewoners hebben hun hele leven daarop ingericht.”
Onder de Aborigines is het aantal christenen hoog, zegt Dunne, maar dat heeft vooral praktische redenen. „Om te zorgen voor een goede begrafenis. Maar naar de kerk gaan ze weinig. Daar hebben ze niet zulke goede ervaringen mee opgedaan.”
Naar schatting van de Australische bisschoppenconferentie telt Australië 100.000 katholieken en hun aantal zou groeien.
Jenny Dunne combineert Australiës oude en nieuwe wereld. Ze viert Kerstmis in de kerk en heeft haar kinderen laten dopen én doet mee aan traditionele reinigingsrituelen van de Aborigines waarbij geesten worden verdreven door vuur en rook.
Dunne ziet er in haar spijkerbroek en trui en met haar halflange haar en bril niet erg uit als een Aborigine, erkent ze. „Maar ik hoor er wel bij”, beklemtoont ze. Graag zag ze dat de blanke Australiërs wat belangstelling zouden opbrengen voor de Aborigines. „Als je ze ernaar vraagt, kunnen de meesten nog niet één naam noemen van een Aborigine-stam; ze weten nog meer van Amerikaanse Indianen.”
De effecten van de lange vervolging van Aborigines zijn nog altijd voelbaar en zichtbaar, zegt Dunne. Veel werkloosheid, criminaliteit, drankgebruik. Veel Aborigines hebben zich de hun opgelegde levenswijze van de kolonisten, die zo totaal anders is, nooit helemaal eigen kunnen maken. In de debatten daarover klinkt telkens de roep om terug te keren naar de oorspronkelijke manier van leven door de Aborigines; dat zou hun bestaan sterk verbeteren. Maar daar gelooft Dunne niet in. „Je kunt de tijd niet terugdraaien. We zullen het met de huidige situatie moeten doen en daar wat van maken.”
Zelf doet ze dat door zich in te zetten voor organisaties die de rechten van Aborigines bepleiten. Dunne: „Ik ben een vechter. Ik hoop dat het ooit beter gaat, dat vooral de werkeloosheid terugloopt.”
Aan opgeven denkt Dunne niet. Nooit. Dat heeft ze van haar oma geleerd. Die mocht als Aborigine-vrouw zonder speciaal document geen stad in. Dus regelde ze zo’n pas – „en ze bleef er opgewekt onder.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.