Het kabinet kiest niet. Het schuift alles voor zich uit. Dat was de teneur van de reacties op het energierapport, dat vorige week uitkwam. Maar moet het kabinet wel kiezen, zo vraag ik me af. Is het aan het kabinet om nu te beslissen welke technieken we moeten inzetten voor een schone energievoorziening? Of kunnen we het beter overlaten aan de energiebedrijven?
Zo’n houding is in lijn met de energieliberalisering, die precies tien jaar geleden werd ingezet met de Elektriciteitswet 1998. Toen werd onder meer het Elektriciteitsplan afgeschaft. Daarin bepaalde de overheid, steeds tien jaar vooruit, wie, waar, hoe en hoeveel elektriciteit zou produceren. Vanaf die tijd lieten we die keuze over aan ondernemingen. Natuurlijk, 1998 was een andere tijd dan nu. We hadden het volste vertrouwen in een ongebreidelde aanvoer van olie, gas en andere brandstoffen. Dat de ijskappen op korte termijn zouden smelten, konden wij niet bevroeden.
Inmiddels is energie een nijpend vraagstuk. Kunnen wij zorgen voor een voldoende aanvoer van olie en gas? Uit landen als Rusland en Algerije? Onze behoefte concurreert met die van opkomende landen, die steeds meer energie opslurpen. Verder is het broeikaseffect erger dan gedacht. Een omschakeling is broodnodig. Maar hoe? Moeten we overstappen op kernenergie? Of is de opslag van het afval toch te gevaarlijk? En het uranium, raakt dat ook op? Overal in de wereld wordt naarstig onderzoek gedaan naar nieuwe oplossingen. Steeds meer alternatieven zijn rendabel door de hoge olieprijzen. Auto’s, die ’s avonds opgeladen moeten worden aan het stopcontact, benzine van ethanol, grootschalige wind- of zonne-energie, elektriciteit uit biomassa, massaproductie van kerncentrales, microcentrales waarbij de elektriciteit in de huizen wordt opgewekt, er is een baaierd van mogelijkheden. Dat er goede, nieuwe technologieën komen, staat vast. Wanneer, dat is onduidelijk.
De toekomst is dus onzeker. Daar is weinig aan te doen. Kabinet, alstublieft, geef ons de oplossing, dan kunnen we ons daarop richten, zo begrijp ik de wens van al diegenen, die menen dat het energierapport keuzes moet maken. Hup, zet in op kerncentrales, of vertel waar de windmolens moeten komen.
Is ons land beter uit als de overheid precies vertelt hoe we het in de toekomst gaan doen? Ik denk het niet. We zijn nu in een overgangssituatie. Niemand weet nog welke technieken in de toekomst het beste zijn. Kiezen voor een bepaalde techniek is riskant: het kan achteraf de verkeerde blijken. Het is beter om te zorgen dat ondernemingen vooruit kunnen met hun vernieuwingen. Dat ze gestimuleerd worden. En als de uitstoot van schadelijke CO2 wordt afgeremd, bijvoorbeeld door belastingen.
Hieraan schort nog veel. Ondernemers krijgen hier nauwelijks ruimte voor vernieuwing. De afgelopen jaren sneuvelden veel enthousiaste plannen voor duurzame energie, zoals voor windparken. Ze bleven steken in de talloze verschillende bestuurslagen met bijbehorende procedures. Een zwalkend subsidiebeleid maakte bovendien kopschuw. Als het bedrijf de investering had gedaan, bleek de subsidiepot plotseling op. De beloofde toelage kwam niet. Tuinders, die investeerden in milieuvriendelijke warmtekrachtcentrales, kunnen de elektriciteit niet verkopen omdat kolencentrales voorrang krijgen op de elektriciteitsnetten. Die kolencentrales betalen verder niet voluit voor hun CO2 emissierechten. Zo worden nieuwe ontwikkelingen afgeremd. Geen wonder dat wij achterblijven met duurzaam.
Het klinkt zo dapper: keuzes maken. Maar het geeft schijnzekerheid. Afschaffen van overmatige bureaucratie en een consistent beleid vormen een betere garantie voor de toekomst. Saai maar waar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.