*

 

Opinio’s laatste artikelen in HP/De Tijd

Door: redactie − 12/06/08, 00:00

Vandaag verscheen het laatste nummer van het opinieblad Opinio. Vorige week werd bekend gemaakt dat de financier van het blad, ex-Philips-topman Roel Pieper, ’vanwege onvoldoende economische vooruitzichten’ met onmiddellijke ingang de stekker eruit trok. Het aantal abonnees bleef ver achter bij de verwachtingen.

Met onmiddellijke ingang? Hoe kan het dan dat vandaag, ruim een week nadat Opinio ophield te bestaan, het allerlaatste nummer verschijnt? Dat komt door HP/De Tijd. Het opinieblad - zelf ook al in een moeilijke fase - besloot onderdak te verlenen aan de artikelen die waren geschreven voor een ’Opinio’ dat niet meer verscheen.

Op vier pagina’s in het hart van HP/De Tijd, geheel gedrukt op het karakteristieke roze papier dat Opinio kenmerkte, en in dezelfde opmaak, staan de laatste artikelen die voor het eigenzinnige blad waren geschreven.

Het laatste van die vier artikelen is een open brief van Opinio-hoofdredacteur Jaffe Vink aan premier Balkenende, die, zoals bekend, een bodemprocedure tegen het blad had aangespannen vanwege een door Vink geschreven nep-toespraak van de premier, waarin hij de islam als ’een probleem’ omschreef. Balkenende verloor eerder een kort geding hierover. De rechter volgde de verdediging van Opinio’s advocaat en bepaalde dat de nep-toespraak een duidelijk parodiĆ«rende tekst was. De premier besloot daarop een bodemprocedure tegen het blad aan te spannen.

Jaffe Vink in zijn open brief aan Balkenende: ,,Nu u mij voor het gerecht heeft gedaagd, verdiep ik me af en toe iets meer in uw gedachtewereld. Ik stuitte daarbij op het brievenboek dat u in oktober 2006 publiceerde, in aanloop naar de verkiezingen van 22 november van dat jaar. Het heet kortweg: Aan de kiezer. Het boek bevat brieven ’aan een hele serie mensen’. (...)

U presenteert deze brieven als uw geloofsbrieven, ’brieven waarmee mensen al eeuwenlang aan iedereen om hen heen laten zien wie ze zijn, wat ze willen gaan doen, wat ze als hun opdracht beschouwen’.”

Vink las met extra belangstelling Balkenendes brief aan Harry Mulish. De premier richt zich in deze brief aan de schrijver ’bij gebrek aan beter’, omdat hij eigenlijk op zoek is naar de Nederlandse intelligentsia, maar niet zo goed weet waar die te vinden. ,,Daarom wend ik mij tot u met de vraag waarom het zo stil geworden is in Nederland. Waarom horen we toch zo weinig van onze intellectuelen, onze kunstenaars, onze schrijvers? Wat is hun bijdrage aan het publieke debat?”

Vink in zijn open brief: ,,Ik moet eerlijk zeggen dat ik u hier niet zo goed kan volgen. Wat bedoelt u? Ik kan u gemakkelijk een lijst geven met 673 namen van intellectuelen, kunstenaars en schrijvers die bijdroegen aan het publieke debat. U schreef deze brief op 3 oktober 2006. Het was al jaren helemaal niet stil in Nederland. Twee politieke moorden. Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Vanwege hun eigenzinnige bijdrage aan het publieke debat. En iedereen, werkelijk iedereen, bemoeide zich met het publieke debat.”

(...) ,,Ik kom tot de kern van uw brief: ,Juist nu zou er een groot, vlammend publiek debat gevoerd moeten worden. Juist nu zou het onrustig moeten zijn in de stad. Waarom die bijna angstwekkende stilte?’ Geachte heer Balkenende, ik zal in de rechtszaal met plezier deze woorden uit uw geloofsbrieven citeren.”

mailIcon print |