Volgens Charles van Commenée moet de Nederlandse olympische ploeg in China boven haar kunnen presteren om het streven van een toptien positie waar te maken.
De technisch directeur van NOC-NSF gisteren tijdens de algemene vergadering van de sportkoepel vast dat in het vliegtuig naar Peking slechts vijf wereldkampioenen zitten: de hockeysters, de springruiters, Marianne Vos, Anky van Grunsven en Ruben Houkes. Voor een plaats bij de top tien zullen negen gouden medailles en een totaal van 27 prijzen nodig zijn, zo rekende hij zijn gehoor voor. Dat is een gemiddelde berekend over de afgelopen drie decennia.
Van Commenée spreekt niet graag in het openbaar zijn verwachtingen uit over de komende oogst aan medailles. „Daar wordt me veel naar gevraagd, maar geen mens zal er beter van gaan presteren.”
Toch is het begrijpelijk dat hij minder dan negentig dagen voor het vierjaarlijkse sportfeest het even ambitieuze als onzinnige doel dat in Papendal officieel tot beleid is gebombardeerd wil relativeren.
„De afgelopen dertig jaar is het slechts eenmaal gelukt bij de toptien te eindigen”, aldus Van Commenée. Dat was in 2000 in Sydney, waar de oogst voornamelijk werd binnengehaald door drie sporters, Inge de Bruijn, Leontien van Moorsel en Pieter van den Hoogenband. Slechts de laatste is in Peking nog van de partij.
Sterker nog, slechts tweemaal werd in die dertig jaar een plaats bij de top twintig gehaald, in 1996 (15) en 2004 (18). Van Commenée: „Wij moeten in Peking één op de 33 gouden medailles winnen om bij de beste tien landen te komen. Maar er is meer dan het winnen van goud. Wat ik ook belangrijk vind is dat er ook voldoende diversiteit is. Het moet niet allemaal afhangen van één deelnemer.”
Van Commenée: „Wij hebben op papier veertig sporters in de ploeg die in de medaillezone zitten. Die zitten voor een groot deel in wielrennen, judo en zwemmen. Wij weten uit ervaring dat dertig procent het niet zal halen. Al is het de vraag of dat falen is. Is vierde worden falen?”
Een aantal haalde op voorhand de Spelen niet. Van Commenée sprak er zijn teleurstelling over uit dat volleybal, badminton en trampolinespringen niet in Peking vertegenwoordigd zullen zijn. Die teleurstelling kon in verband worden gebracht met de vele zaken die de afgelopen drie jaar in de Nederlandse topsport zijn verbeterd, en die Van Commenée met trots opsomde.
Nederland loopt daarmee in de pas van de internationale ontwikkeling, ook het buitenland staat in de kostbare sportieve wedloop niet stil. Vooruitgang in ontwikkeling betekent daarom niet automatisch ook een sprong op de ranglijst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.