De herinnering aan de protesten van twintig jaar geleden stemt Burmezen alleen maar droevig. Destijds werd het verzet de kop ingedrukt, sindsdien heerst verdeeldheid.
In een restaurantje laat een schrijver zijn gedachten gaan over de afgelopen twintig jaar. Hij was vol hoop toen in augustus 1988 honderdduizenden uit allerlei lagen van de bevolking de straten vulden en stakingsleiders op diverse plaatsen in Burma het lokale bestuur overnamen. „Het einde van het bewind leek binnen handbereik”, zegt hij.
De schrijver woonde een vergadering bij met politieke kopstukken onder wie ex-premier U Nu en de toen nog nieuwbakken oppositieleidster Aung San Suu Kyi. Ze trachtten een gezamenlijke regering uit te roepen. Hij zucht. „Dat was heel teleurstellend. Er was zo veel gekibbel over wie welke positie zou krijgen.” Niet lang daarna maakte het leger met geweld een einde aan de protesten. De roep om vrijheid en democratie kostte naar schatting drieduizend mensen het leven. Duizenden anderen verdwenen achter de tralies en duizenden jongeren vluchtten naar de jungle.
Ook vandaag de dag zijn verdeeldheid en een gebrek aan strategisch en pragmatisch leiderschap een groot probleem bij de oppositiegroepen, zegt de schrijver. „Er wordt erg in termen van ’wij zijn goed en de autoriteiten zijn fout’ gedacht. Consequente pogingen om militairen aan hun kant te krijgen, zijn er niet.”
Het geroffel van de regen op het zinken dak beschermt zijn treurige overpeinzingen tegen eventuele meeluisteraars. Af en toe glijden zijn ogen naar de straat. Er rijdt een legerwagen met bewapende militairen voorbij en even later een pick up met een groep mannen in burger.
„Milities”, zegt hij.
Ondanks allerlei geruchten zijn nieuwe protesten rond de symbolische datum van 8 augustus, toen destijds de eerste landelijke demonstatie plaatsvond, uitgebleven. Toch zijn er nog altijd extra veiligheidstroepen paraat. Ze posten bij voormalige centra van verzet, zoals de Shwedagon pagode, en bij het kantoor van de belangrijkste oppositiepartij, de Nationale Liga voor Democratie.
Ze staan verdekt opgesteld op het overwoekerde terrein van een voormalig regeringsgebouw, of achter een kerk die vanwege de schade door de cycloon tijdelijk niet gebruikt wordt. Zelfs in het pretpark dat uitzicht geeft op de versleten villa waar Suu Kyi onder huisarrest woont, bivakkeert militaire politie.
Twee studentes die politiek actief zijn vertellen waarom nieuwe protesten uitbleven. „Het is niet mogelijk iets te organiseren. De belangrijkste leiders zitten vast of zijn ondergedoken. Faculteiten zijn verplaatst naar buiten de stad en veel studenten volgen schriftelijk onderwijs. Wie demonstreert wordt onmiddellijk opgepakt.”
Nadat afgelopen september protesten van monniken werden neergeslagen radicaliseerden sommige dissidenten in het buitenland. „Als we verandering willen, zullen meer offers onvermijdelijk zijn”, zei Aung Naing, een van de gevluchte leiders uit de protesten van 1988. „Maar wie ben ik om dat van mensen in Burma te vragen? Ik zit veilig in het buitenland.” Zelfs een paar gevluchte monniken verzochten onlangs om wapens, om het bewind omver te werpen.
De schrijver herkent die roep om geweren. Hij duidt het meer als teken van opperste frustratie.
In een klein guesthouse in het centrum van de stad overheersen net als in talloze andere huishoudens vooral de financiĆ«le zorgen. De inflatie is hoog, de prijzen zijn de afgelopen jaren voortdurend gestegen. Het toerisme is sinds de onrust van september nagenoeg ingestort. „We hebben het beter dan veel anderen, maar we zijn ook bijna door onze financiĆ«le reserves heen”, zegt de eigenaresse. Ook hier komt na een tijdje het gesprek op de politiek. Ze vraagt zich af of VN-gezant Ibrahim Gambari, wiens bezoek voor deze maand gepland staat, het regime tot compromissen kan bewegen. Of dat de Amerikaanse president Bush China, belangrijkste bondgenoot van Burma, kan bewegen om druk uit te oefenen op het regime. Maar aan haar gezicht valt af te lezen dat ze daar zelf ook weinig van verwacht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.