*

 

’Als je een hond slaat, rent hij weg’

Douglas Birch (AP), Matt Robinson en Denis Sinyakov (Reuters) − 11/08/08, 00:00

De gevechten om Zuid-Ossetië hebben aan beide kanten diepe wonden geslagen. „Het is ongelooflijk dat dit in de 21ste eeuw plaatsvindt”.

„De Georgiërs zeggen dat het hun land is, maar waar is ons land dan? We weten het niet.” De oudere vrouw is net aangekomen in Vladi-kavkaz in Noord-Ossetië, deel van Rusland. Ze is een van de duizenden die na de Georgische inval zijn gevlucht vanuit Zuid-Ossetië naar Rusland. „De Georgiërs verbranden al onze huizen.”

Ook Zema Koeloembegova (43) is aangekomen in Vladikavkaz. Begin vorige week toen de beschietingen begonnen, schuilde ze met haar man en drie kinderen in de wijnkelder van hun huis in Tschinvali en konden ze er nog af en toe uit. Maar vrijdag werden de gevechten te intens. Een raket trof hun buurhuis, dat in brand vloog. „Het is een wonder dat we niet allemaal zijn gedood.”

Haar man en haar 90-jarige vader wilden niet weg, dus ze nam haar drie dochters Ina van 14, Lina van 12 en Marina van 11 mee in een auto van een familielid. Ze reden naar een dorp vlakbij en zagen de strijd naderbij komen. Tenslotte, zo vertelt ze, beschoten Georgische tanks de huizen vlakbij. Ze vluchtten verder met hun auto, maar kwamen onder vuur te liggen en renden een bos in om te wachten tot de beschieting stopte. Toen ze terugkeerden naar de weg, waren hun auto aan flarden geschoten. Dus liepen ze verder, tot ze bij een dorp kwamen waar bussen klaarstonden om vluchtelingen naar Vladikavkaz te brengen.

Zema Koeloembegova denkt dat de Zuid-Osseten alleen maar meer verbitterd zijn geraakt over de Georgiërs. „Mijn vader noemde de Georgiërs altijd onze broeders, maar dat zegt hij nu niet meer.” Meer Osseten zullen nu aansluiting bij Rusland steunen. „Als je een hond slaat, rent hij weg”, zegt ze bitter. „Als we deel uitmaken van Rusland, zal het leven beter zijn dan het nu is.”

In de omgeving van de Zuid-Ossetische hoofdstad Tschinvali zelf klonk gisteravond nog het geluid van artillerie, maar in de stad zelf was het stil. Veel inwoners toonden zich geschokt, lopend tussen de puinhopen waar veel lichamen nog gewoon waren blijven liggen. Er lagen minstens zes dode Georgische militairen.

„Dit is vreselijk, we weten niet wat er allemaal gaande is”, zegt een oudere vrouw. „Ik heb nog nooit zoiets gezien.” Een andere vrouw, Violeta Koekojeva, vertelt dat ze de afgelopen drie dagen in schuilkelders heeft doorgebracht. „We hadden niets te eten, alleen een beetje brood en wat water.” In het ziekenhuis laten dokters de kelders zien waar ze de gewonden naartoe hebben gebracht toen explosies gaten sloegen in de muren. Er zijn geen medicijnen en vers water voor de tweehonderd gewonden, vertellen ze.

Nog 20 kilometer zuidwaarts, in de stad Gori in Georgië, heeft een Russische bom een flat getroffen. Zittend voor de flat houdt een man zijn dode broer in zijn armen en veegt het bloed van zijn gezicht. Een vrouw zit geknield boven het lichaam van een andere man en schreeuwt het uit. „Ik begrijp de logica niet”, zegt arts Nick Kipsjidze, „Ze bombarderen alles, waarom bombarderen ze burgers?”

In Gori, geboorteplaats van Stalin, hadden ze nooit verwacht bestookt te worden. „Stalin creëerde dat grote en machtige land. Het is ironisch dat dit hier gebeurt”, zegt de 20-jarige Kateran. „Het is ongelooflijk dat dit in de 21ste eeuw plaatsvindt”.

mailIcon print |