De vergoeding aan ouders zou op een heel andere manier geregeld kunnen worden.
De forse kostenoverschrijdingen bij de kinderopvang zorgen voor een pittig debat. De teneur lijkt dat de hogere kosten moeten worden opgevangen door de ouders, niet door de overheid. Het kabinet zoekt het nu vooral bij ouders met hogere inkomens en ouders die de kinderen door opa’s en oma’s laten opvangen.
Het CDA heeft zich aan de ene kant over beide oplossingen –terecht– kritisch uitgelaten. Kamerlid Mirjam Sterk – nu met zwangerschapsverlof – nam het op voor de gastouderopvang, en bepleitte keuzevrijheid voor ouders. Daarom moeten volgens haar gastouderopvang en opvang in een professioneel kinderdagverblijf gelijk worden behandeld. Ook CDA-woordvoerder Jan-Jacob van Dijk was kritisch. Hij tekende verzet aan tegen het nog sterker inkomensafhankelijk maken van de bijdrage voor kinderopvang, zoals bepleit door de PvdA.
Toch mis ik tot nu toe een duidelijke lijn bij het CDA. Hoe wil de partij dan wél omgaan met de sterk gestegen kosten van kinderopvang? Het denken moet niet stilstaan. De sterk gestegen overheidsuitgaven voor kinderopvang geven alle aanleiding om de huidige Wet op de Kinderopvang eens grondig te herzien.
Een eerste verbetering kan zijn om de vergoeding voor ouders beter te laten aansluiten bij de maatschappelijke baten. Immers, als meer ouders werken levert dat meer arbeidsparticipatie op en meer inkomstenbelasting. Je zou de kinderopvang weer moeten zien als verwervingskosten voor mensen met kinderen. Net zoals er ook regelingen zijn voor de kosten van woon-werkverkeer.
Nieuw zou het niet zijn: voor de komst van de Wet op de Kinderopvang waren kosten van kinderopvang binnen bepaalde kaders als ’verwervingskosten’ aftrekbaar van de belasting. In die tijd had je geen discussie over kostenoverschrijdingen en wie ze moest betalen: opbrengsten (meer arbeidsparticipatie, meer inkomstenbelasting) en kosten (kinderopvang) waren aan elkaar gekoppeld. Daar hoefde niet jaar op jaar over gediscussieerd te worden.
Een tweede punt om te herzien is hoe je ouders met een lager inkomen tegemoet komt. Dat gebeurt nu via de vergoeding voor kinderopvang, maar het kan ook via de fiscus. Ouders die beiden werken met een kind jonger dan 12 jaar, krijgen al de ’combinatiekorting’. Dat zijn vaste bedragen. Dat is dus een prima instrument. Of ouders de korting gebruiken voor formele kinderopvang of voor andere opvang zouden ze zelf kunnen bepalen.
Ouders staan in de praktijk voor de afweging of het aantrekkelijk genoeg is om beiden te werken. Ze wegen de kosten en baten van kinderopvang, voor de kinderen en voor de ouders zelf. Ze vergelijken: wat kost het kostwinnerschap, wat kost het als beiden minder gaan werken? Daarbij kijken ouders niet alleen naar kwaliteit en flexibiliteit van de kinderopvang, maar ook naar de financiële effecten.
De nieuwe regeling die ik voorstel houdt meer rekening met individuele situaties. Het betekent wel een stevige herziening van de huidige Wet Kinderopvang.
Mijn verwachting is echter dat de huidige Wet door zijn financiële effecten niet te handhaven zal zijn. Als de wet dan toch gewijzigd moet worden, laten we het dan zo doen dat die toekomstbestendig is, economisch logisch in elkaar zit en aansluit bij de afweging die mensen maken. Het wordt tijd dat de CDA-fractie daarvoor het initiatief neemt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.