Driekwart van de kerkelijke organisaties in Nederland doet aan armoedebestrijding. Dat gebeurt vooral door giften en leningen te verstrekken; in 2007 hebben de kerken ruim elf miljoen euro gegeven aan mensen die financieel in de knel zitten.
Dat blijkt uit het rapport ’Armoede in Nederland 2008’, een onderzoek naar financiële hulpverlening door diaconieën, parochiële caritasinstellingen en andere kerkelijke organisaties. Het rapport wordt vanmiddag in Utrecht aangeboden aan staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Kerk in Actie, de hulporganisatie van onder meer de Protestantse Kerk in Nederland.
Niet eerder werd een zo volledig onderzoek gedaan naar kerkelijke hulpverlening bij armoede. In 2005 en 2006 werd in kaart gebracht hoeveel hulp protestantse diaconieën verlenen, nu zijn ook de gegevens meegerekend van vijf andere kerken, waaronder de rk kerk, de christelijke gereformeerde kerken en de remonstrantse broederschap.
Een ’gemiddelde’ kerk of kerkelijke organisatie doet op vier manieren aan armoedebestrijding. Dat loopt uiteen van rechtstreekse financiële hulp tot het helpen met invullen van formulieren voor hulpverleningsinstanties. Bijna veertig procent van de kerken verstrekt voedsel of heeft vrijwilligers die namens de kerk actief zijn bij een voedselbank.
Uit het onderzoek blijkt dat ruim de helft van de kerken een vakantie mogelijk maakt voor wie dat zelf niet kan betalen.
Meer dan 1200 gemeenten en parochies hebben meegewerkt aan het armoedeonderzoek. Zij krijgen per jaar ieder gemiddeld acht verzoeken om financiële hulp, waarvan zij er zeven honoreren. In totaal zijn dat bijna 17 duizend gehonoreerde verzoeken om financiële hulp.
Wie voor hulp aanklopt bij de kerk, krijgt gemiddeld ongeveer 250 euro toegekend. Opmerkelijk is dat er vaker een beroep op de rooms-katholieke caritas wordt gedaan dan op de protestantse diaconie. De katholieken honoreren meer aanvragen dan protestanten en ook geven zij aanvragers doorgaans een hoger bedrag.
Opvallend genoeg signaleren de onderzoekers sinds 2005 een daling van ruim veertig procent in het aantal verzoeken om hulp bij protestantse diaconieën. Voor de andere onderzochte kerken zijn er geen cijfers uit het verleden bekend, en hoewel de daling aan protestantse zijde op meerdere manier kan worden verklaard, is het volgens het rapport mogelijk dat de armoede de laatste jaren afneemt. „Dat is een hoopvol teken.”
Binnen protestantse diaconieën wordt steeds vaker een diaken aangesteld die zich speciaal bezighoudt met hulp bij armoede. Hun aantal is sinds 2006 met een derde toegenomen.
Hulp wordt het vaakst – in meer dan de helft van alle gevallen – gevraagd door alleenstaande ouders met kinderen. Andere groepen die relatief vaak armoede kennen zijn mensen zonder betaald werk, ouderen en chronisch zieken of gehandicapten. Niet zelden blijken zij arm te zijn of te blijven door de wijze waarop hulpverleningsinstanties functioneren. De kerken horen vaak van mensen dat zij onbekend zijn met regelingen, zich geen raad weten met ingewikkelde formulieren en vastlopen in de bureaucratie.
Dat probleem werd ook al gesignaleerd in de onderzoeken van 2005 en 2006 en ’inzet voor verbetering op deze terreinen’ is volgens de onderzoekers dan ook ’dringend gewenst’: de landelijke overheid, gemeenten en instanties moet ’bureaucratische drempels slechten’, procedures versnellen en formulieren vereenvoudigen. De kerken worden aangespoord om aan de overheid en instanties door te geven wat zij zoal tegenkomen in de hulpverlening aan mensen met financiële problemen, en zij zouden moeten meedenken over de vraag hoe het armoedebeleid verbeterd kan worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.