Uitzendbureaus zijn succesvol bij het aan de slag helpen van werklozen. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek onder 1,2 miljoen werkzoekenden.
Uitzendwerk is een belangrijke opstap naar een vastere baan. De bemiddeling van werklozen via uitzendbureaus is bijna even kansrijk als via het CWI, concludeert onderzoeksbureau SEO.
Dat volgde tussen 2001 en 2006 1,2 miljoen cliĆ«nten van het CWI – het voormalig arbeidsbureau – in hun zoektocht naar werk. Een derde van de werklozen, ingeschreven bij het CWI, probeert via een uitzendbaan de draad op te pakken. Na 2,5 jaar is 62 procent van hen nog steeds aan het werk, het merendeel inmiddels in dienstverband bij een werkgever. Ter vergelijking: van de werklozen die via het CWI rechtstreeks in dienst van een bedrijf kwamen – gemiddeld ouder, hoger opgeleid en langer werkloos dan de uitzendgroep – was 70 procent nog aan de slag. Wel wisselden de uitzendkrachten in de tussenliggende periode vaker van werk.
De arbeidskansen zijn beter dan de uitzendbranche zelf had gedacht. Het belangrijkste resultaat van het onderzoek is volgens een woordvoerder van brancheorganisatie ABU dat het publieke CWI en de private uitzendbureaus elkaar goed aanvullen bij het aan de slag helpen van werklozen. „Aanvankelijk was er een gevoel van concurrentie, maar de liefde is gegroeid”, zegt ABU-topman Hans Kamps. Op steeds meer plaatsen is er nu nauwe samenwerking tussen CWI, uitzendbureaus en uitkeringsinstantie UWV.
De organisaties willen met de uitkomsten de boer op in Europa om aan te tonen dat uitzendwerk werklozen duurzaam aan de slag kan helpen. In landen als Duitsland en BelgiĆ« bestaat veel weerstand tegen flexwerk, dat als inferieur wordt gezien. Kamps beklaagde zich onlangs erover dat de waarde van uitzendwerk niet wordt erkend. „Het wordt nog steeds gezien als een noodzakelijk kwaad, bedoeld voor de allerzwaksten die geen keuze hebben.”
Vakbonden zijn kritisch. FNV Jong bracht in maart een zwartboek uit waarin de jongerenbond concludeert dat lager opgeleiden in uitzendbaantjes blijven steken. Uit het SEO-onderzoek blijkt dat laagopgeleiden en allochtonen via uitzendwerk minder kansen hebben op een direct dienstverband dan hogeropgeleiden en autochtonen.
In eigen land willen de organisaties meer energie steken in een betere aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. „Kwantitatief is er voldoende aanbod, maar kwalitatief schort er wel wat aan”, stelt de ABU-woordvoerder. Uitzendbureaus willen een beroep kunnen doen op opleidingsfondsen in branches waar personeelstekorten dreigen. „In de zorg zijn nu uitzendbureaus erkend als leerbedrijf, ze kunnen uit fondsen putten. Maar het kost veel moeite om dat voor elkaar te krijgen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.