*

 

Laat het over voetbal gaan, niet over pokeren

Henk Hoijtink − 12/06/08, 00:00

Het basiskamp van Oranje ligt in Lausanne, aan het meer van Genève. De hectiek is er ver weg. Dag 9: „Bij het WK was er geen wedstrijd waarin ik drie keer kon juichen.”

Voor de tweede keer in deze EK-campagne treffen bondscoach Marco van Basten en de pers elkaar in het auditorium van het pompeuze Olympisch Museum. De huishoudelijke mededelingen: het herstel van Robben verloopt iets voorspoediger dan gedacht, Melchiot blijft wat sukkelen en Huntelaar ontbrak op de besloten ochtendtraining. Hij heeft een trap tegen de kuit gehad, maar het gaat verder goed met hem, zegt de bondscoach een tikkeltje balorig.

Als daarop wordt doorgevraagd, naar de gemoedsgesteldheid en het vertier van de gehele selectie, heeft Van Basten daar snel spijt van. „We hebben het naar ons zin. Het is trainen, rusten, verzorging, eten en slapen en tussendoor hebben de jongens ontspanning met elkaar”, zegt hij nog. Maar als dan wordt gevraagd wát de jongens zoal doen, vindt hij het mooi geweest. „Dat hoeven we toch niet allemaal aan jullie te vertellen?”

Gelijk heeft hij natuurlijk. Het zijn tijdens de zoveelste persconferentie de onvermijdelijke probeersels van verslaggevers, op zoek naar toch nog iets anders. Maar Van Basten kan zich werkelijk niet voorstellen welk belang het dient om het volk te laten weten of de jongens van Oranje golfen, mens-erger-je-nieten of pokeren, wat trouwens de favoriete bezigheid van de meesten schijnt te zijn.

Laat het over voetbal gaan, meer vraagt hij niet. Het is op de tweede dag na de verbluffende 3-0 zege op Italië tijd voor de bondscoach om aan te stippen dat het terugzien van de video hem toch enige gevalletjes voor de nabespreking heeft opgeleverd. Het is belangrijk, erkent hij, dat de euforie wordt getemperd. „We kunnen niet na één wedstrijd tot favoriet worden gebombardeerd”, vindt Van Basten. „Elke wedstrijd begint met 0-0 en zal de nodige moeilijkheden met zich meebrengen.”

Een laatste terugblik dan op de wonderbaarlijke maandag van Bern. Van Basten wordt gewezen op zijn ongekend extroverte houding langs de lijn, op zijn vreugde-uitbarstingen bij de doelpunten tegen Italië. Tijdens het WK 2006 werd hem doodsheid langs de lijn verweten. „Ik probeer altijd mezelf te zijn”, zegt Van Basten. „Misschien kwam het door de omgeving en de sfeer . En bij het WK was er geen wedstrijd waarin ik drie keer kon juichen.” Meer is het niet, lijkt hij weer te willen zeggen.

mailIcon print |