Wat kunnen denkers zeggen over de actualiteit? Tweewekelijks spreekt Trouws Filosofisch Elftal zich uit. Vandaag: Het Burmese bewind frustreert de hulpverlening. Is het niet onze morele plicht om creperende mensen hoe dan ook te helpen?
Afgelopen maandag, ruim een week nadat de cycloon Nargis in Burma huishield, kon pas het eerste vliegtuig van Artsen zonder Grenzen landen in de hoofdstad Rangoon. De veertig ton hulpgoederen vormen slechts één van de eerste druppels op de gloeiende plaat. De ramp wordt door de beperkte hulpverlening iedere dag rampzaliger. Waarom doorbreekt de internationale gemeenschap niet eenzijdig de blokkade die het Burmese regime opwerpt tegen de hulpverlening? Frankrijk opperde dit vorige week woensdag al in de VN-veiligheidsraad, maar China en Rusland waren ertegen.
Heikelien Verrijn Stuart voelt met de bezwaarde landen mee. „Natuurlijk is mijn eerste ingeving ook: we moeten iets doen, erop af! Als er in mijn eigen straat iets gebeurt, grijp ik ook in. Dat is gewoon menselijk. Maar in dit geval kunnen en mogen we niet zomaar iets doen. Burma is een soevereine staat. ’Staat’ lijkt misschien een verouderd begrip, maar het is wel de enige organisatievorm die we hebben, die een humane rechtsorde en democratie mogelijk maakt. Als wij willen dat onze eigen soevereiniteit gerespecteerd wordt, kunnen we niet zonder toestemming andere landen binnenvallen.”
Sabine Roeser ziet het anders: „De internationale rechtsorde is er sinds de Tweede Wereldoorlog toch juist op gericht om te voorkomen dat de wereld wegkijkt bij onrecht, misschien wel bij uitstek als dat plaatsvindt in een dictatuur?
Burma is geen democratie, dat is nou juist het probleem. De recente roep van de bevolking om democratisering is met geweld neergeslagen. Waarom zouden we de soevereiniteit van een immoreel bewind respecteren? Het lijkt mij belangrijker om respect te hebben voor de mensen die in dat land moeten leven, onder de permanente terreur van een junta die elke legitimiteit ontbeert. Het is onze morele plicht om ervoor te zorgen dat die bevolking ooit voor zichzelf kan zorgen.”
Verrijn Stuart: „De verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap voor kwetsbare medemensen heet sinds 2005 reponsibility to protect, een doctrine die door de VN met een misplaatste zweem van hipheid wordt afgekort als R2P.
De doelstelling lijkt nobel en apolitiek, maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Neem de humanitaire interventie in Kosovo, dat was de eerste keer dat de Navo soevereiniteit van een staat met voeten trad, op grond van de morele verantwoordelijkheid. Aanvankelijk vond een grote meerderheid van de lidstaten de interventie een noodzakelijk kwaad. Maar gaandeweg veranderde de eensgezindheid in twijfel en verdeeldheid. Men realiseerde zich dat de schaal van de ramp overdreven was, dat de verhoudingen verkeerd waren neergezet, dat het gevoel van urgentie deels politiek gemanipuleerd was en de ingreep uiteindelijk ongelukkig. Daar zouden we wijzer van moeten worden; de stap naar militair ingrijpen wordt de laatste jaren te snel genomen.”
Roeser: ,,Over de interventie in Kosovo zijn de meningen niet onverdeeld negatief. Bovendien zijn er missies die wél goed verlopen zijn. Let wel: het gaat nu niet eens om het omverwerpen van een regime, maar om het brengen van hulp. Als mensen in nood zijn, zijn politieke en culturele verschillen irrelevant.”
Verrijn Stuart: „Klinkt heel mooi. Maar zo’n interventie zou hoe dan ook gewelddadig worden. Wanneer mag dat? Volgens de VN als er genocide of een andere humanitaire ramp plaatsvindt en als de staat niet willing and able is om het zelf op te lossen.
Het probleem is dat de VN dat zelf geformuleerd hebben en zelf toepassen, zonder onafhankelijke beoordeling. Daardoor zijn we zeer selectief in onze keuzes: alleen bij politieke vijanden zijn we geneigd in te gaan tegen de wil van hun regeringen. Waarom wordt dezelfde urgentie nog steeds niet gevoeld bij Darfur, terwijl de ramp daar even groot is? Daar zit olie in de grond. Het Westen wil toch een beetje vrienden blijven met de regering in Khartoem.”
Roeser: „Het is onjuist om te zeggen: ’Omdat we niet overal ingrijpen, moeten we het maar nergens meer doen.’ Je moet juist zeggen: in Darfur zouden we ook moeten optreden. Maar er is een verschil: bij een langlopend gewapend conflict is het minder helder wat ons te doen staat, waar en wanneer te beginnen, dan na een natuurramp.”
Verrijn Stuart: „We spelen een politiek spel, nog afgezien van de westerse overgevoeligheid voor rampen. De hele retoriek is nu ook weer politiek geladen – alleen al het feit dat wij over Burma spreken, terwijl het land Myanmar heet. We weten niet half wat we met een interventie overhoop zouden halen, voor je het weet storten we ons weer in een onoverzichtelijk en schier eindeloos bloedig avontuur, waaronder uiteindelijk ook vooral de Birmese bevolking zal lijden. De druk van diplomatie, zeker via de politieke vrienden van Birma, zou effectiever en op de lange termijn minder schadelijk zijn.
Burma is een totalitaire staat. Maar in principe is het land heel goed in staat om deze ramp aan te pakken. Waarom zouden we niet luisteren naar Burmese eisen? Wij denken ten onrechte dat we alles beter kunnen. Maar we zouden zomaar vergeten om rustig na te denken. We moeten helpen waar we kunnen, maar de zaak niet nodeloos politiseren. Internationale solidariteit bestaat uit meer dan eenvoudigweg ergens op af stormen en met militaire middelen je eigen wil opleggen. Dat is een imperialistische manier van doen.”
Roeser: „Dus het zou politiek geladen zijn als je tegen de wil van het regime in hulp gaat brengen, terwijl het politiek neutraal zou zijn als je dat niet doet? Nonsens. Op afstand blijven is net zo goed een politieke keuze, maar dan ten gunste van een fout regime. Er bestaat in dit soort kwesties geen politiek neutrale houding.
Een aanhanger van het relativisme zegt: ’wie zijn wij om onze hulp en daarmee misschien ook onze democratische waarden op te dringen’. Maar ik zie niet wat daar op tegen zou zijn, zolang de hulp voortkomt uit oprechte compassie. Het is een geluk bij een ongeluk als de bevolking van Burma door zo’n humanitaire interventie een opening naar democratisering zou krijgen.
Nietzsche vond compassie een moreel onzuivere emotie, omdat hij er vooral op gericht zou zijn om jezelf te verhogen ten opzichte van degene met wie je compassie voelt. Natuurlijk is zelfgenoegzaamheid een valkuil. Maar het is een misvatting om compassie met die valkuil te vereenzelvigen en er daarom van af te zien.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.