De menselijke moraal kan niet in handen gelegd worden van de techniek, stelt Bart Groenemans, winnaar van de betoogwedstrijd op Meer! Machines zijn foutloos. Moraal ontstaat uit imperfectie.
Wij mensen zijn in veel opzichten inferieur aan de techniek. Gelukkig maar, want we hebben onze gebreken nodig om richting te geven aan ons handelen. De moraal is onvolmaakt. Dat werd al duidelijk toen Eva in de Hof van Eden van de verboden vrucht snoepte. God schiep de mens naar zijn evenbeeld en had dit niet toegestaan. Eva deed het toch. Ze heeft volgens de leer van de erfzonde haar nakomelingen opgezadeld met een gebrekige moraal.
Plato beschrijft in een van zijn dialogen met collega-filosoof Protagoras een mythische overlevering waardoor hij het ontstaan van de imperfecte menselijke moraal in een ander daglicht plaatst. De goden verzoeken Prometheus en Epimetheus om dier en mens van kwaliteiten te voorzien op het moment dat de goden aardse bestaansvormen scheppen. Epimetheus denkt dat hij dat karweitje wel alleen af kan en vraagt Prometheus zijn werk te controleren zodra hij klaar is. Epimetheus distribueert de kwaliteiten onder de dieren in juiste proporties, om elke soort gelijke kansen te geven en uitsterving te vermijden, maar hij vergeet daarbij de menselijke soort. Als Prometheus begint met controleren, constateert hij de fout van Epimetheus en daarop steelt hij het vuur en de kunsten uit de Olympus om aan de mens te schenken.
De mens laat zich aan de hand van deze mythe kenmerken door een gebrek aan oorspronkelijke kwaliteiten; Epimetheus was de mens immers vergeten. De menselijke soort is zo als het ware oorspronkelijk ’gehandicapt’ en moet zien te overleven met de ’prothese’ van het gestolen vuur en de kunsten: de techniek. Deze prothese identificeert de mens zoals de ijzeren bal de identiteit van een geketende definieert: een geketende kan zich niet ontdoen van zijn ijzeren last, die hem verhindert te lopen, maar die hem tegelijkertijd tot geketende maakt. Zonder ketens is een geketende geen geketende meer net zoals de mens zonder techniek geen mens meer is.
Uitvindingen, vondsten, ontdekkingen en verbeeldingen zijn volgens de interpretatie van deze mythe vruchten van een oorspronkelijk gebrek aan kwaliteiten. De mens moet zijn kwaliteiten daardoor uitvinden, realiseren en produceren met behulp van de techniek. Niets duidt echter aan dat deze kwaliteiten overgaan van techniek op mens; de kwaliteiten behoren tot de techniek en blijven technisch, niet menselijk. Sinds de menselijke soort zich van de apen is gaan onderscheiden, is hij niet meer gestopt met het ontwikkelen van technische artefacten. Hoe meer de mens menselijk wordt, humaner, hoe meer hij vertechniseert, op een wijze dat de mens niet meer kan leven zonder technische assistentie. Het menselijk leven is uniek, omdat het zich laat karakteriseren door zijn relatie met technische objecten, en deze techniek overstijgt, ondanks alles, de mens.
Een analyse van het geheugen verduidelijkt het overstijgende karakter van de techniek. Het menselijk geheugen kenmerkt zich ten opzichte van een technisch geheugen door haar lacunes, subjectiviteit, indirectheid en mogelijkheid om kwalitatieve uitspraken te doen. Bij het lezen van een tekst bijvoorbeeld herinnert de lezer zich niet elk woord, maar haalt hij betekenis uit het verhaal. De computer als technisch geheugen brengt andere eigenschappen van een gedigitaliseerde tekst in herinnering. Het geheugen van de computer is zonder lacunes, objectief, kwantificeerbaar en direct. De zichtbaarheid van een tekst in een digitaal systeem is totaal en vindt plaats met de snelheid van het licht. In een gedigitaliseerde wereld is de mens afhankelijk van deze mnemotechniek. Deze techniek is overstijgend, omdat de computer een veel groter en preciezer geheugen heeft dan de mens. Echter, de computer kan een tekst niet interpreteren, hij kan geen synthese maken van het verhaal, wat de mens met zijn geheugen juist wel kan. De mechanische objectiviteit lijdt onder de afwezigheid van lacunes, subjectiviteit en indirectheid, waardoor een technisch geheugen geen kwalitatieve eigenschappen aan een tekst kan toedichten. De menselijke lezer kan geen betekenis uit een tekst halen zonder selectieve tekstuele elementen weg te laten. Door te reduceren, te resumeren en te elimineren brengt de mens gebreken aan in de tekst, waardoor hij zijn synthese kan realiseren. De techniek mist deze gebreken.
Het oorspronkelijk gebrek of het originele defect waarin de mens zijn specificiteit vindt, maakt de mens afhankelijk van een boven de mens uitstijgende techniek. Door zijn specifieke kenmerken kan de techniek de mens helpen met verificatie, maar de mens, met zijn unieke kwaliteiten, is nodig voor interpretatie en synthese. De oorspronkelijke gehandicapte mens die zijn technische prothese al maar door ontwikkelt en verbetert, zal net als een geketende met ijzeren bal nooit onafhankelijk van zijn definiƫrende kenmerken kunnen bestaan zonder dat hij afstand neemt van wat hij is, omdat de symbiose van mens en techniek authentiek is.
Evenzo kan de mens zijn moraal niet in handen leggen van de techniek, omdat het de techniek ontbreekt aan het menselijke gebrek. En dit gebrek is juist de conditio sine qua non om richting te geven aan ons handelen. Net zoals bij het lezen van een tekst, is het bij het bepalen van handelen noodzakelijk om afstand te nemen, samen te vatten en te subjectiveren, om te komen tot interpretatie en richting. Als we de moraal in de dingen leggen, weten we niet wat we missen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.