*

 

Betuwelijn met roerige historie

Onno Havermans − 14/05/08, 00:00

Het spoor tussen Elst en Tiel bestaat 125 jaar. De oude Betuwelijn is lang niet de oudste spoorlijn van het land, maar wel nog steeds van levensbelang voor het gebied.

De tafels stonden vol hapjes en drankjes maar niemand durfde wat te nemen, want de gastheren ontbraken. De notabelen van Elst waren boos en bleven weg bij het buffet ter ere van de opening van de nieuwe spoorlijn naar Tiel op 1 november 1882. Ten einde raad stapten de hoge heren van de tussenliggende gemeenten, de provincie Gelderland en de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij maar weer in hun rijtuigen en keerden terug naar Tiel.

Daar werd het alsnog feest, vertelt directeur Wim Veerman van het Regionaal Archief Rivierenland. „Met bals en aubades en vetpottenverlichting aan de huizen. Eindelijk was Tiel verbonden met de wereld. De fruitteelt en de veilingen waren in opkomst. Maatschappij de Betuwe, van Flipje, exporteerde kersen naar Duitsland en er waren nauwelijks vrachtwagens. Vrijwel alles ging met paard en wagen. De spoorlijn werd een hoofdader voor de Betuwe.”’

Toevallig vierde de rechterlijke macht die 1ste november de opening van het eigen gerechtsgebouw in Tiel. Ook hier hadden de regenten elkaar niet kunnen vinden, weet Veerman. „De spoorlijn was veel later klaar dan gepland. Toen het eindelijk zover was, verwachtte de rechterlijke macht een uitnodiging om te overleggen over de feestelijkheden. Ze hadden de opening van hun gerechtsgebouw best kunnen uitstellen, maar het stadsbestuur moest het initiatief nemen. Toen dat uitbleef, organiseerden ze op dezelfde dag elk hun eigen feestje, waarbij de andere partij niet mocht komen.”

Kinnesinne was er ook bij de grootgrondbezitters, die aanvankelijk weinig zagen in de spoorverbinding dwars door hun landerijen. „Dat leidde tot gesteggel op regeringsniveau. Tiel had eigenlijk de spoorbrug van Zaltbommel gewild, maar de grondeigenaren lagen dwars.”

Op initiatief van enkele Dordtse bestuurders werd in 1875 besloten tot aanleg van de Merwe- en Waalspoorweg, van Dordrecht via Geldermalsen naar Tiel en Elst. Amsterdam zou via Utrecht en Rotterdam via Dordrecht een verbinding krijgen naar de Betuwe en verder door naar Duitsland. Het plan is veel later met de Betuweroute herhaald, alleen nu zonder onderbrekingen.

Uiteindelijk is de lijn in drie delen opgeleverd: van Elst naar Tiel in 1882, een jaar later van Tiel naar Geldermalsen en Gorinchem en in 1885 zowel van Geldermalsen naar Utrecht als van Gorinchem naar Dordrecht. Maar een doorgaande lijn is het niet. Tiel is een eindpunt, waar je moet overstappen. Tussen Geldermalsen en Dordrecht rijdt nu lightrail op wat de Merwede-Lingelijn wordt genoemd, om verwarring met de Betuweroute te voorkomen. Tussen Tiel en Utrecht is de lijn geĆ«lektrificeerd, maar tussen Tiel en Arnhem rijdt nog steeds een dieseltreintje. „Eigenlijk is de lijn na 125 jaar nog steeds niet af.”

Dat zal nog wel even zo blijven, denkt Remko ten Brinke van Syntus. De regionale vervoerder exploiteert de oude Betuwelijn sinds drie jaar, nadat de NS er geen toekomst meer in zagen. Grootste probleem voor Syntus is de aansluiting op het hoofdrailnet bij Elst. Daar haakt de spoorlijn aan op de rails tussen Arnhem en Nijmegen, een drukbereden route die de dienstregeling van het regionale spoor beperkingen oplegt.

Toch is juist een frequentere dienstregeling wenselijk, meent Veerman. „Het zou een ramp zijn als deze lijn wegvalt. De fruitveilingen zijn weliswaar niet meer van het spoor afhankelijk, maar voor veel inwoners is de spoorlijn nog steeds de verbinding met de buitenwereld.”

mailIcon print |