*

 

Meneer is er niet

Rob Schouten − 04/04/08, 00:00

Hier, een dichtregel van de Braziliaanse dichter Drummond de Andrade:

‘Meneer is weggegaan. Wanneer hij thuiskomt? Nooit. Nooit van ze nooit niet, met Sint Juttemis. / Weggegaan om niet meer thuis te komen.’

En hier een van Philip Larkin: ‘Je droomt soms uit de vijfde hand, / bij wijze van grafschrift: Hij gooide alles overboord, verdween gewoon’.

Als puber droomde ik er al van om mijn ouders en zusjes te verlaten en in een hutje op de heide te gaan wonen. Ik voelde mij onbegrepen en onbemind en het leek me het beste om me uit de wereld terug te trekken. Van dit verlangen is op den duur niet zo heel veel terecht gekomen. Ik weet niet of het aan het begrip en de liefde lag, die me na zekere tijd ondanks alles ten deel begonnen te vallen maar dat hutje op de heide staat nog altijd leeg. Misschien maar goed ook. Nu kan ik er zo nu en dan nog naar verlangen. Ik geloof dat ik het oude ideaal intussen heb verschoven naar mijn laatste dagen, maanden, jaren. Maar zo nu en dan moet ik er toch uit, dan maak ik een verre reis naar een land zonder telefoonverbinding, of ga een maandje in het Roland Holsthuis in Bergen zitten. Retraite. Wijkplaats. Verdieping. De komende weken trek ik me terug in Frankrijk, ergens tussen Poitiers en Limoges. Kom niet langs! Bel niet! Stuur de post niet na! Meneer is er niet.

Ik heb eigenlijk geen flauw idee wat me in dat oude landhuis in Azat-le-Ris te wachten staat. Is het er een verlopen troep? Snuif ik de geur nog op van voorbije geslachten die er hebben getoefd? Kijk ik uit over landerijen die me het gevoel zullen geven in de renaissance te leven met zo nu en dan een ruiter die komt langsstuiven om me een boodschap te bezorgen? Zal ik me een God in Frankrijk voelen of gewoon een vermoeide reiziger? Eén ding is zeker, het is op mijn manier een avontuurtje, zo in m’n eentje een tijdlang in een ver en onbekend huis, ver van geliefden en kinderen. Wat neemt een man alleen mee, behalve wat kleren, ondergoed, toilettas en een tandenborstel? Ik had gedacht een klein, klassieke handbibliotheekje van een boek of tien, meer niet. We zijn op rantsoen. De overlevingskit: Montaigne’s Essays, Dostojevski’s De gebroeders Karamozov, waar ik tot nu toe al drie keer in strandde, Van Deyssels Lyrisch en verhalend proza, daar heb ik nu eens echt zin in, Rabelais voor het middeleeuwse gevoel, Frederik van Eedens Dromenboek en zo nog wat achterstallige klassieken, het geheel afgeblust met een volgeladen iPod. Suster Bertken deed het met minder, ik weet het, maar ik ben een eenentwintigste-eeuwer en, naar ik vrees, een salon-asceet. Maar de komende weken zal ik u vertellen hoe dat gaat, hedendaagse wereldafzijdigheid: geen tv, schat ik, nauwelijks een krant en niemand die belt. ‘Heeft alles vergeten: brieven / beantwoorden; medeplichtigen / toelachen; voor opdrachten danken; beste wensen / retribueren; naar de receptie gaan en naar de party / voor het signeren van eigen werk.’

Dat was het, ik moet nu gaan, Azat-le-Ris wacht op meneer.

mailIcon print |