*

 

Blauw-witte bewakers zijn ’robots’ en ’schurken’

Van onze redactie buitenland − 12/04/08, 00:00

De olympische vlam is nog welkom, maar haar Chinese begeleiders steeds minder. De bewakers van de vlam blijken veel weerstand op te roepen.

Japan maakte gisteren bekend dat de speciale paramilitaire eenheden van de Chinese binnenlandse veiligheidsdienst die tot dusverre in de fakkelestafette hebben meegelopen de vlam in Nagano niet mogen bewaken. De olympische tour doet de stad op 26 april aan. Donderdag zei de Australische premier Kevin Rudd dat op 24 april in Canberra Australische veiligheidsmensen de fakkel wel zullen bewaken. De Chinezen mogen er achteraanrijden in een bus.

De bewakers zijn speciaal voor de estafette geselecteerd en opgeleid om de vlam 24 uur per dag te bewaken. Het gaat om ongeveer zeventig mannen, die gekleed gaan in blauw-witte trainingspakken en het midden houden tussen topatleten en klassieke veiligheidsagenten. Met een strak gezicht, oortelefoontjes in en baseballpetje op, hollen ze op een rijtje naast de vlam om haar te beschermen tegen mensen die de loop willen verstoren. En dat blijken er vanwege de Tibetprotesten veel meer dan oorspronkelijk gedacht. Ze hebben daardoor enkele malen stevig moeten optreden, wat voor de nodige ophef heeft gezorgd.

„Het waren net robots”, vertelde Konnie Huq, een presentatrice van het BBC-kinderprogramma Blue Peter die de fakkel in Londen een tijdje mocht dragen. „Ze schreeuwden bevelen tegen mij als ’Rennen! Stop!’, en ik dacht: ’Oh mijn god, wie zijn deze mensen? Ze bleven mijn hand omhoogduwen toen ik de fakkel droeg, dus ze waren ..... interessant.” Anderen waren nog directer: ’Schurken’, oordeelde voormalig olympisch kampioen Sebastian Coe over de vlambewakers, nadat ze Coe – hoofd van het organisatiecomité voor de Olympische Spelen in Londen in 2012 – enkele malen opzij probeerden te duwen. In Frankrijk klonk woede over het besluit van de bewakers om de route in te korten en de vlam enkele keren te doven.

Niet iedereen is zo negatief. Sommige commentatoren concluderen dat hun gedrag weinig afwijkt van dat van de veiligheidsagenten uit landen. Ze zijn net zo gericht op het bewaken van hun ’object’, zonder veel belang te hechten aan de omgeving waarin ze opereren.

De elite-eenheid is vorig jaar augustus samengesteld uit paramilitairen van China’s binnenlandse politie. Toeristen kunnen deze olijfgroen-geklede wujing tegenkomen op het Plein van de Hemelse Vrede, of rondrijdend in auto’s met witte nummerplaten die beginnen met WJ. Er zijn er naar schatting 800.000 en ze worden normaal gesproken ingezet bij rellen en andere ongeregeldheden. Zoals die in Tibet.

Vooraf was de leiding van de elite-eenheid trots op de mannen. „Ze zijn elk lang en zeer getalenteerd en krachtig”, stelde Zhao Si. „Hun uitmuntende fysieke kwaliteit doet in het geheel niet onder voor die van gespecialiseerde Chinezen.” Ze zijn langer dan de gemiddelde Chinees, hoewel claims dat ze minimaal 1 meter 90 zijn door ooggetuigen worden tegengesproken. Als voorbereiding hebben ze tien kilometer per dag gelopen op bergwegen, meldde Peking voorafgaand aan de estafette.

Het vlambewakersteam bestaat uit een ploeg van dertig die nu meeloopt in het buitenland, en een groep van veertig die de binnenlandse route voor haar rekening zou nemen. De eerste ploeg zou ook scholing hebben gehad in buitenlandse omgangsvormen, en enig Engels, Frans, Duits, Spaans en Japans spreken, meldden de Chinese staatsmedia. Maar daar was volgens Sebastian Coe in Londen weinig van te merken.

De ’harmonieuze tocht’, zoals China hem had gedoopt, kwam gisteren in Buenos Aires. Dit weekeinde volgt Dar es-Salaam. De Keniaanse Wangari Maathai, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, zou daar een stukje lopen met de vlam, maar heeft zich gisteren teruggetrokken uit protest tegen China’s schendingen van de mensenrechten.

Intussen reageerde Peking gisteren woedend op een resolutie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, dat China opriep te stoppen met de onderdrukking van de ’niet-gewelddadige betogers’ en de dialoog aan te gaan met de Tibetaanse geestelijk leider, de dalai lama.

mailIcon print |