Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.
’Christelijk Nederland gaat veel te spastisch om met God en seksualiteit. De EO heeft een programma gemaakt met jongeren die veertig dagen seksloos door het leven gaan. In Utrecht zijn billboards verwijderd omdat gelovigen ze aanstootgevend vonden – er stond een vrouw in een gouden bikini op. En toen bekend werd dat de pornofilm ’Deep Throat’ zou worden uitgezonden, is er zelfs een bidstonde georganiseerd bij een zendmast. Sorry hoor. Wat hoopten de bidders dat er zou gebeuren? Dat God hoogstpersoonlijk uit de hemel zou neerdalen om in te grijpen? Ik heb in een strip getekend hoe ik dat voor me zag. God met zijn mond om een zendmast. Een bescheiden blasfemisch grapje, meer niet.
Op mijn zeventiende las ik ’Gesponnen Suiker’, een verhaal van Jan Wolkers. Het gaat over God die op een vĂ©locipède de stad in wil. ’Op een bord staat DOORRIJHOOGTE 3m20. God kan niet langs deze kant binnengekomen zijn, denk ik.’ Een speelse en krachtige manier om uit te drukken hoe je als niet-gelovige naar het almachtige kunt kijken. Als iets groots, letterlijk. Te groot om onder een viaduct van drie meter door te kunnen. Ik ben een groot bewonderaar van Wolkers, omdat hij als geen ander in staat was om leuk en levendig over seks, religie en de dood te schrijven. Zo maakte hij grote thema’s bespreekbaar. Ik hou van geestige en satirische aanvallen, omdat het leven moet bruisen en sprankelen. Als dat niet kan, heb je de dood in de pot. Ernst is een ziekte.
God is een abstract begrip. Een psychologische constructie, wat mij betreft. Ik ben niet met hem opgegroeid en we hebben geen band met elkaar. Dat betekent niet dat ik gelovigen minacht, of dat ik vind dat ze bespot mogen worden om hun geloof. Maar ik vind wel dat ik op mijn beurt vraagtekens mag zetten bij de dingen die ik niet begrijp. Als ik dat doe, geef ik anderen de gelegenheid om die vragen te beantwoorden. Zo ontstaat er ruimte voor een discussie en dat lijkt me alleen maar goed.
De mailbox van nrc.next stond vol met reacties nadat mijn strip was gepubliceerd. Dat vind ik een eer. Want, gekwetst of niet, zo laten mensen weten dat ze bereid zijn om het gesprek te voeren. Misschien is afstand tussen de Protestantse Kerk en de samenleving zo, dankzij mij weer een eindje overbrugd. Geen dank. Met de dood bedreigd? Haha, nee hoor. In Nederland is het gelukkig niet zo gebruikelijk om mensen om te leggen als ze je kwetsen.
Natuurlijk had ik deze strip niet gemaakt als ik in een islamitisch land had gewoond. Maar wat er in Denemarken gebeurd is na de publicatie van de Mohammed-cartoons vind ik wel schokkend en schandalig. In het algemeen moeten dit soort strips kunnen, vind ik. God is geen persoon, maar een overtuiging, een idee. Iedereen heeft het recht om daar op zijn manier tegen aan te kijken. Sinds 11 september zijn de reacties op dit soort dingen overtrokken geworden. Er is een sfeer ontstaan waarin een extra gevoeligheid is voor zaken die een religieuze identiteit kunnen aantasten. Een hele kleine groep fanatieke moslims probeert zijn gelijk te bevechten en moedigt anderen aan om dat ook te doen, al dan niet even fanatiek. De PKN doet dat door een soort onbegrijpelijke preutsheid te promoten waar ik het nut niet van zie. Preutsheid, uit angst voor het verval der zeden, maar wat is er onzedelijk aan seks?
Personen zou ik nooit op zo’n manier afbeelden. Dat vind ik wel kwetsend. Deze strip heb ik gemaakt om me te verzetten tegen de preutsheid. Ik ben een ketter, een provocateur en een rebel. Allemaal waar. Maar ik ben ook een jongetje dat graag blijft spelen. Het was niet mijn bedoeling om te kwetsen, en mijn strip zal denk ik niet nog een keer worden afgedrukt in de krant. Maar als de gelegenheid zich voordoet, zal ik me niet geremd voelen om nog eens zoiets te doen. Het debat vind ik belangrijker dan de gevoelens van de lezer. Mijn strips zijn een uitnodiging voor een gesprek. Ik nodig mensen alleen maar uit om mee te spelen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.